Dus waarom zou deze wiskundige niet kunnen?

De loopbaan van Alexander Rinnooy Kan is imposant. Hij deed ruime ervaring op in wetenschap en bedrijfsleven. Nu lijkt de SER-voorzitter een gewilde vicepresident van de Raad van State.

Dr. Alexander Rinnooy Kan(1949) Kroonlid & Voorzitter van de Sociaal-Economische Raad. foto VINCENT MENTZEL/NRCH==F/C==Den Haag, 10 december 2007 ©Vincent Mentzel 2007

Weinig mensen die zo wellevend gevaarloze antwoorden kunnen geven als Alexander Rinnooy Kan. Een paar jaar geleden werd hij geïnterviewd voor NRC Handelsblad en wat zei hij toen hem werd gevraagd of het niet zijn ‘morele plicht’ was om de politiek in de gaan? De formering van het kabinet-Balkenende IV was voorbij en in die periode was hij, net als zijn voorganger Herman Wijffels bij de Sociaal-Economische Raad, regelmatig genoemd als mogelijke premier.

Rinnooy Kan: „Om te beginnen zit ik bij de verkeerde partij.” Waarna hij glimlachte en stil bleef.

Zijn partij was, en is, D66. Die had toen 3 zetels. Het CDA was met 41 zetels de winnaar van de verkiezingen geweest. Het kan verkeren, zou de dichter Bredero zeggen.

Maar in 1994, wierp deze krant tegen, was D66 nog groot en had zijn partij hem gesmeekt om minister van Economische Zaken te worden. Had hij toen ook niet gedaan.

Rinnooy Kan: „Dat is waar.” Glimlach. Stilte. En toen, na aandringen: „Ik denk ook dat ik er niet zo geschikt voor ben. Een politicus moet informatie selectief kunnen delen. Niet iedereen hetzelfde vertellen, je voortdurend aanpassen aan je publiek. Ik heb één analyse, één verhaal, en dat is het.”

Het moet deze bedachtzaamheid, deze politieke kleurloosheid zijn die hem geliefd maakt bij de leden van de Raad van State. Een substantieel deel van hen zou hem wel zien zitten als vicepresident.

Alexander Rinnooy Kan, in 1949 geboren in Den Haag, begon als 18-jarige aan een studie wiskunde, zuivere wiskunde. Hij was gefascineerd door de wetmatigheden tussen getallen, die niet toevallig zijn. De zekerheid dat de waarheid bestaat, ook al zijn mensen vaak nog te dom om haar te zien. Maar door omstandigheden promoveerde hij op een onderwerp in de toegepaste wiskunde – cum laude, maar in die wereld een soort van degradatie. Achteraf was hij er blij om. In de zuivere wiskunde, Rinnooy Kan heeft het meermalen gezegd, zou hij nooit de top hebben bereikt.

In de wereld van de toegepaste wiskunde maakte hij snel carrière. Op zijn 31ste was hij hoogleraar aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam en in 1984 ging hij naar het Massachusetts Institute of Technology in Boston. Daar verdiepte hij zich in de wetenschap van het onderhandelen en deed kennis op die hem de rest van zijn leven goed van pas zou komen. Hij leerde er, zei hij in eerdere interviews, wat je intuïtief al weet: dat onderhandelen de dominante omgangsvorm in ons soort samenleving is. En dat die geanalyseerd kan worden, waarmee de resultaten van onderhandelingen niet per se voorspelbaar worden, maar wel begrijpelijk zijn.

Terug uit de Verenigde Staten werd hij, op zijn 36ste, rector magnificus van de Erasmus Universiteit en kon hij ervaren wat besturen en onderhandelen in de praktijk betekende. In 1991: voorzitter van werkgeversvereniging VNO/NCW. In 1996: bestuurslid van ING. Vanaf 2006: voorzitter van de SER, en daarmee niet alleen een van de machtigste mannen van Nederland, maar ook de grootste polderaar. Wat antwoordde hij een paar jaar geleden op de vraag of hij het niet lastig vindt dat besluiten hier vaak zo lang op zich laten wachten? „Nee. Het is de prijs die je betaalt in een parlementaire democratie. Je moet niet de illusie hebben dat het heel veel sneller kan. Als je het probeert, betaal je ook een prijs.”