De besmetting is een feit: de redding van de euro gaat nu over Italië

De Europese marathonsessie die morgen van start gaat, wint met de dag aan urgentie. De Frans-Duitse as bestaat niet meer. Maar er moet een oplossing gevonden worden voor landen, banken en het bestuur van Europa.

A police officer is covered in oil, thrown by anti-austerity protesters, outside the parliament during clashes in Athens October 19, 2011. Greek unions begin a 48-hour general strike on Wednesday, the biggest protest in years, as parliament prepares to vote on sweeping new austerity measures designed to stave off a default that could trigger a crisis in the wider euro zone. REUTERS/Yannis Behrakis (GREECE - Tags: CIVIL UNREST POLITICS) REUTERS

Dit wordt een belangrijk weekend voor de euro en voor Europa. En ditmaal gaat het niet meer om Griekenland. Het gaat om Italië.

De problemen zijn groter dan ooit, vertellen betrokken. Doordat de zeventien eurolanden het Griekse probleem niet meteen met één machtige klap hebben gestopt, heeft de schuldencrisis andere landen besmet. Van die landen is Italië het belangrijkste. De staatsschuld is hoog. Beleggers twijfelen aan het vermogen van premier Berlusconi om te hervormen. Zij ontvluchten het land. Als Italië uitglijdt, glijdt de eurozone mee. „Duitsland heeft lang gezegd dat er alleen een Grieks probleem was, geen probleem met de euro. Maar nu Italië besmet raakt,” zegt een bron, „praat bondskanselier Merkel over de toekomst van Europa. Terecht. Die staat op het spel.”

Dit geeft alle gespreksonderwerpen voor de ministers van Financiën (vrijdag en zaterdag), de ministers van Buitenlandse Zaken (zaterdag) en de regeringsleiders (zondag) ongekende urgentie. De onderwerpen lijken gescheiden, maar hangen allemaal samen. Banken moeten verse kapitaalbuffers aanleggen. Griekse obligaties bezorgden Franse banken al veel ellende. Nu Italië in beeld komt, zijn de risico’s immens.

Daarom ook moet het noodfonds EFSF meer slagkracht krijgen. De 440 miljard is deels gebruikt voor Portugal en Ierland. Het restant is onvoldoende om Italië te beschermen: een veelvoud is nodig. Verder moet Griekenland eindelijk de leningen krijgen waar sinds september onenigheid over is. Sommige eurolanden willen bovendien banken die Griekse staatsobligaties hebben, extra korten. Tenslotte moet het economische bestuur van de eurozone nog strakker en strenger worden. Over al deze onderwerpen staan de protagonisten recht tegenover elkaar.

Hoewel, protagonisten? Er is er eigenlijk maar één die met ideeën komt – Angela Merkel. Dat Europa gedreven wordt door de Frans-Duitse as, wordt met de dag minder waar. Duitsland regeert Europa. „Frankrijk heeft nog één drijfveer,” zegt een betrokkene: „De angst om zijn AAA-status te verliezen. Dat dicteert de Franse opstelling in alle dossiers dit weekend. De rest zal president Sarkozy worst wezen.”

Nu kredietbureau Moody’s de Franse kredietwaardigheid evalueert, wil Sarkozy geen cent aan zijn banken uitgeven. Daarom wil hij het noodfonds EFSF inzetten. Maar dan moet dat fonds gigantisch worden. Gisteravond, op de afscheidsreceptie van ECB-president Trichet in Frankfurt – die ontaardde in een Europese mini-top in de Oude Opera – pleitten de Fransen ervoor dat noodfonds als bank te registreren. Zo kan het ongelimiteerd goedkope leningen van de ECB krijgen en die doorlenen aan Franse banken. Merkel weigert. Zij vreest dat Frankrijk de ECB leegzuigt. Ze wil dat het fonds hooguit garanties geeft aan beleggers: als de waarde van bepaalde staatsobligaties daalt, garandeert het fonds 20 procent.

Dit is niet de „big bazooka” waar de Britse premier Cameron – outsider in het eurodrama – vorige week om vroeg. Maar deze verzekeringsconstructie is de enige methode om het fonds te vergroten zónder goedkeuring in zeventien parlementen. Gisteren ging het gerucht dat het fonds 2.000 miljard gaat mobiliseren. Onderhandelaars houden het op maximaal 1.000 miljard.

Merkel heeft het ook aan de stok met Berlusconi over het fonds. Zij eist dat Italië vergaande hervormingen en bezuinigingen aankondigt – zondag, en plein public. Anders komt er zelfs geen kléine bazooka.

De voorbereidingen voor dit weekend worden vooral gedaan door Merkel, Trichet, Sarkozy en Europees president Van Rompuy. Vroeger deed de Luxemburgse premier Juncker als eurogroepvoorzitter veel. Maar Merkel en Sarkozy vertrouwen hem niet meer, omdat Juncker (mede onder invloed van alcohol) loslippig is en hun competentie in twijfel trekt. Nu hij wegvalt, krijgen ambtenarenclubs als het Economisch en Financieel Comité (EFC) – geleid door de Italiaanse onderminister Vittorio Grilli – meer werk. Zij bekijken financieel-technische details en onderhandelen met banken. Ook Van Rompuy krijgt extra werk. Elementen waarover euroministers zouden moeten beslissen, belanden op het bord van de regeringsleiders, vertelt een ambtenaar. „Maar regeringsleiders missen technische kennis. Op de vorige top, in juli, moesten we de Nederlandse premier uren uitleggen waar het over ging. En nóg haalde hij cijfers door elkaar.”

Velen denken daarom dat de besprekingen vrijdag, zaterdag én zondag nachtwerk worden – al beginnen sommige besprekingen vroeg omdat Juncker „dan nog helder is”. Maar er zijn meer onzekere elementen. Zo wordt er over strenger euro-management gesproken. Dat ligt vast in het Europees verdrag, dat ook voor niet-eurolanden als Polen en Zweden geldt. Polen, dat bij de euro wil, komt namens deze ‘buitenstaanders’ in opstand tegen de euro-onderonsjes. Sommigen vrezen ook een clash vanwege de Nederlandse eis voor een super-eurocommissaris die Europese economieën met harde hand bestuurt.

Merkel en Sarkozy willen dat Van Rompuy dit doet. Zij vertrouwen de Commissie niet. Andere landen zijn het met Nederland eens dat een eurocommissaris die managementrol moet spelen: de Commissie is onafhankelijk en heeft experts, Van Rompuy niet. Maar niemand wil de ‘supercommissaris’ waar Rutte voor pleit, die landen rechtstreeks maatregelen oplegt zonder verantwoording aan andere eurocommissarissen of zelfs Barroso. Afgelopen dagen, vertellen bronnen, is Nederland gevraagd om het de top niet extra moeilijk te maken met deze eis. Tot nog toe tevergeefs. Sommigen vermoeden dat Nederland dat pas doet zodra zijn ándere eis, een extra korting van Griekse obligatiehouders, wordt ingewilligd.

En Griekenland zelf? Dat lijkt iedereen haast vergeten. Er zijn belangrijker zaken aan de orde. Het IMF vindt de Europese Commissie te optimistisch over de Griekse economie – opmerkelijk, want meestal zijn de Europeanen strenger. Dit kan een beslissing over de volgende tranche leningen opnieuw een beetje vertragen. Maar niemand denkt dat Europa de Grieken laat vallen. De eurozone heeft moeite genoeg om zichzelf te managen. Als de politici het ergens wel over eens zijn, dan is het wel dat zij niet in staat zullen zijn een Grieks faillissement te managen.