Advocatuur weet weinig over zichzelf

Feest bij de balie: in de regio Amsterdam werd vorige week de vijfduizendste advocaat beëdigd. Nog maar een kwart eeuw geleden, in 1985, waren er vijfduizend advocaten in heel Nederland. Nu zijn dat er volgens de laatste telling zestienduizend, en zijn we binnen een jaar of wat toe aan de zeventienduizend.

Daarmee zou voor het eerst een magische grens worden gepasseerd: tien advocaten op elke tienduizend inwoners. In 1952, toen het CBS met een jaarlijkse telling begon, waren er nog geen twee advocaten per tienduizend mensen, en dat zou tot en met 1969 zo blijven. De groeispurt sindsdien kan voor de eerste tien, vijftien jaar wellicht worden verklaard uit de opkomst van de sociale advocatuur, echtscheidingen en het feit dat de juridische faculteiten grote aantallen afgestudeerde babyboomers begonnen af te leveren.

Daarna begon vanaf de jaren tachtig de grote verzakelijking. Een op vrijere transacties gebaseerde economie anonimiseert. En waar oude structuren werden opgebroken, verdwenen ook oude netwerken waar men onderling zaken deed. Alsof het bedrijfsleven verhuisde van het dorp naar de grote stad. Daar komt je degene met wie je zaken doet de volgende keer misschien wel niet meer tegen. Tel daar, zonder de illusie compleet te willen zijn, de opkomst van het fusie- en overnamecircus bij op ,en bijvoorbeeld ook de steeds grotere last van het Europese recht. Dat geeft samen het recept voor een advocatenexplosie.

Wat voor gevolgen heeft dat? Merkwaardig genoeg is er, voor een activiteit die zo bepalend is voor de samenleving, zeer weinig hard materiaal voor handen. Gemeenschappelijke omzet of de ontwikkeling van uurtarieven in historisch perspectief? Nauwelijks te vinden, afgezien van deelstudies en beperkte tijdvakken. En er zijn dan wel prognoses voor bijvoorbeeld de omzetontwikkeling van de bedrijfstak, maar hoe groot die omzet zelf is? Een extrapolarisatie van fragmentarische gegevens suggereert een omzet van rond de 3 miljard euro over 2010. Dat is geen kleine branche meer, dat is een majeure bedrijfstak.

Het gebrek aan gegevens ligt vooral aan definitiekwesties. Dat geldt ook voor het aantal advocaten per 10.000 inwoners. Vergelijkingen per land gaan mank aan verschillen in juridische stelsels en het begrip ‘advocaat’. Wel komt naar voren dat het relatieve aantal advocaten in zuidelijke Europese landen doorgaans hoger is dan in bijvoorbeeld Scandinavische landen.

Dat laatste duidt er op dat de advocatuur een afspiegeling moet zijn van iets groters: het vertrouwen dat burgers en bedrijven in elkaar en in hun instituties hebben. Want hoe geestrijk en prettig advocaten in de omgang meestal ook zijn, hun beroep is er een van het voorkomen van conflict, of het uiteindelijk het beslechten daarvan.

Wat doet de opkomst van de advocatuur met de economie? Met het inzetten van een raadsheer minimaliseert de belanghebbende een risico. Dat is in individuele gevallen wellicht rendabel, maar over de gehele linie kan het de zogenoemde ‘transactiekosten’ verhogen. Er zijn studies gedaan die een negatieve samenhang suggereren tussen het relatieve aantal advocaten en de economische groei, maar die zijn oud en vooral Amerikaans.

De branche zou zelf meer moeite moeten steken in het bestuderen van zichzelf, inclusief statistieken en wetenschappelijk onderzoek. Want als in de maatschappij de handdruk plaats maakt voor het contract en de interne moraal wordt vervangen door steeds uitgebreidere externe regels, dan is dat méér dan alleen een economisch verschijnsel.

Maarten Schinkel