Aardrijkskundeboek, VVV-folder, visiedocument

Er is terecht aandacht geschonken aan Batavia, een aardrijkskundeboek van Hadrianus Junius (1511-1575). Wek polders weer tot meren: dan kun je met dit boek Noord-Holland doorreizen.

Anders dan over zijn Hoornse stadgenoot Jan Pietersz. Coen zal wel nooit een controverse ontstaan over Adriaan de Jonghe. Op kwalijke streken of politiek incorrect gedrag valt hij niet te betrappen en niemand zal zijn standbeeld omver halen. Waarom hem dan toch herdenken, een half millennium na zijn geboorte? Waarom maar liefst drie boeken aan hem wijden, enkele artikelen en een symposium?

Adriaan de Jonghe, die zijn naam in de traditie van zijn humanistische collega’s verlatiniseerde tot Hadrianus Junius, behoorde in het midden van de 16de eeuw tot de meest erudiete mannen van het land. Een talenwonder, een gerespecteerd filoloog, classicus, historicus en ook nog arts. Aandacht voor hem is terecht omdat hij de brug vormde tussen enerzijds de veel bekendere vaderlandse humanist Erasmus en de om zijn liefdesgedichten befaamde Janus Secundus en anderzijds de generatie geleerden die de jonge universiteit van Leiden kwam bevolken.

De recente aandacht voor hem en zijn milieu maakt die opmars tot de wondertijd van de Gouden Eeuw inzichtelijker. Aandacht voor Junius is bovendien terecht omdat zijn Batavia een interessant boek is, een geleerde lofzang op de drassige lap grond waar wij wonen en waar we na zo’n 450 jaar nog steeds elementen van kunnen herkennen. Het is nu vertaald in kraakhelder, elegant Nederlands.

Het hele artikel kunt u hier lezen.