Zeven makambas op Curaçao

Lopend op eieren bezochten zeven makambas gisteren Curaçao, een van de vier zelfstandige landen waaruit het Koninkrijk der Nederlanden bestaat. Makambas zijn blanke Nederlanders en deze waren ook nog met macht bekleed: de fractieleiders en de voorzitter van de Tweede Kamer. Zeven politici met in hun bagage een rapport dat onder leiding van een vroegere fractieleider, Paul Rosenmöller, was opgesteld. Een onderzoek dat had geresulteerd in grote vraagtekens bij de integriteit van de Curaçaose regering, het kabinet van premier Gerrit Schotte.

Met het ongemak van een voormalige kolonisator, die niet de indruk wenst te wekken nog altijd te willen overheersen, brachten de Nederlandse politici de boodschap over die hun kabinet ook al had verstuurd: dat alarmerende rapport van de ‘Commissie Onderzoek Curaçao’ kan niet zomaar in een kast voor te negeren stukken worden gestopt.

Dat is wel wat er zal gebeuren als het louter aan de premier van Curaçao en zijn ministers ligt. Hun coalitie bestaat uit partijen die over een nipte meerderheid (11 van de 21 zetels) beschikken in het parlement, de Staten van Curaçao. De grootste fractie, de vroegere regeringspartij PAR waarmee Nederland zaken placht te doen, zit met acht zetels in de oppositie.

Het kabinet-Schotte telt een partij, PS, die vindt dat Curaçao volledig autonoom moet worden en de andere partijen, Schotte’s MFK en MAN, zijn ook niet tevreden met de grondwet, de Staatsregeling, die in 2010 met Nederland werd overeengekomen. Sinds 10 oktober van dat jaar, een datum die staat voor de magische cijfers 10-10-10, is Curaçao min of meer zelfstandig. Ook al heeft het maar zo’n 145.000 inwoners, vergelijkbaar met steden als Amersfoort en Zaanstad. Het overheersende sentiment op het Antilliaanse eiland is: Nederland, bemoei je er niet (meer) mee.

Maar dat doet Nederland wel, en op goede gronden. De commissie- Rosenmöller werkte in opdracht van de Rijksministerraad, waarin de vier landen van het koninkrijk, dus ook Curaçao, zijn vertegenwoordigd. Het Statuut waarvoor de landen hebben getekend, schrijft voor: „Het waarborgen van [..] deugdelijkheid van bestuur is aangelegenheid van het Koninkrijk.” De koninklijke weg is dat het kabinet of de Staten van Curaçao zelf tot nader onderzoek besluiten. Dat zit er niet in. Een andere optie is dat de gouverneur, de vertegenwoordiger van het staatshoofd, koningin Beatrix, het initiatief neemt. Zonodig daartoe aangespoord door de Rijksministerraad, inclusief de makambas.

Het rapport van de commissie, waaraan de Curaçaose regering medewerking heeft geweigerd, telt te veel voorbeelden van patronage, vriendjespolitiek en twijfelachtige financiële transacties om te worden weggemoffeld. Een fatsoenlijke democratie laat dat niet gebeuren. Die neemt maatregelen tegen ministers die hun ambt niet waard zijn.