Twee gesluierde stappen naar voren, een naar achteren

Ondanks hulp uit het buitenland zijn Afghaanse vrouwen nog altijd slechter af dan vrijwel al hun seksegenoten elders in de wereld. Toch zijn er ook hoopvolle ontwikkelingen.

Shafiyah, 27 years old, released from prison after three years in jail, poses for a portrait at a shelter run by women for Afghan women in Kabul on October 12, 2011. Shafiyah was arrested by police and imprisoned after fleeing from her Taliban husband who became begger after the Taliban government was ousted from power. In the war-torn country women are often oppresed by poverty, family disputes, forced marriage or discrimination. Women's rights in Afghanistan risk being forgotten as international troops withdraw and the government struggles for a peace deal 10 years after the Taliban were ousted, reports by Oxfam and ActionAid said. AFP PHOTO / ADEK BERRY AFP

Wazhma (34) weigert eerst te praten. „Dat mag niet van mijn cultuur”, zegt de kleine vrouw in de blauwe boerka terwijl ze zich naar de uitgang van de bakkerij manoeuvreert. Maar ze laat zich alsnog door de bakker overreden.

Schoorvoetend neemt het blauwe gewaad – want meer valt er niet te zien – plaats op de rand van het betonnen plateau waar de goudgele vers gebakken lappen naan (plat brood) liggen af te koelen.

Eigenlijk, vertelt ze, had ze gehoopt na de verdrijving van de Talibaan uit Kabul in 2001 geen boerka meer te hoeven dragen. „Die gedachte schoot wel even door mijn hoofd, maar mijn familie hield het tegen”, zegt Wazhma, die al twintig jaar onder haar alles bedekkende polyester doek over straat gaat.

Zelfs op het hoogste niveau worden Afghaanse vrouwen nog altijd achtergesteld. Palwasha Kakar, onderminister voor vrouwenzaken, onthulde onlangs op een conferentie in Den Haag over Afghaanse vrouwen dat zij – anders dan haar mannelijke collega’s in het kabinet – geen permanente beveiliging krijgt in Kabul. Dit ondanks het feit dat verscheidene activisten voor vrouwenrechten de afgelopen jaren zijn vermoord.

Vrouwenzaken worden door premier Karzai en de andere mannelijke collega’s niet serieus genomen. „Als ik in het kabinet iets vraag, wordt dat meestal meteen bestraft”, zegt Kakar, die haar post vier jaar bekleedt. „Als we een ander ministerie erop wijzen dat het meer aandacht aan de behandeling van de vrouw moet schenken, krijgen we minder geld toegewezen in de volgende begroting of wordt een aanvraag van onze kant voor een nieuw gebouw of project verworpen.”

Ook de campagne in de media die de Afghaanse regering net heeft gelanceerd tegen de zelfverbranding van vrouwen bewijst dat de toestand van velen nog wanhopig is.

Vorig jaar registreerden ziekenhuizen in totaal 22.000 gevallen van zelfverbranding. Veel vrouwen proberen zich zo van het leven te beroven omdat ze mishandeling en vernederingen thuis niet langer kunnen verdragen. Vooral in het westen van Afghanistan is deze praktijk sterk toegenomen.

Veel westerse landen geven hoog op van de betere positie van de Afghaanse vrouw sinds de omverwerping van het bewind van de Talibaan tien jaar geleden. Maar op de wereldranglijst bungelt Afghanistan nog altijd onderaan. De positie van de vrouw is er zelfs slechter dan die in Congo. Volgens cijfers van Unicef sterft een op de elf vrouwen in het kraambed. Ook is 87 procent analfabeet, in de provincie vaak 95 procent, en leven vier van de vijf in huwelijken waartoe ze door de familie zijn gedwongen.

Is er dan helemaal geen vooruitgang geboekt? Ja, veel zelfs, zij het meer in het noorden dan in het aartsconservatieve zuiden. Zo’n 2,5 miljoen meisjes gaan tegenwoordig naar school. Bovendien hebben miljoenen vrouwen en meisjes op het platteland voor het eerst toegang tot klinieken op niet al te grote afstand. Dat wil zeggen, als hun mannen toestaan dat ze daar heen reizen.

Ook Wazhma vindt dat de toestand aanzienlijk is verbeterd. „Ik mag nu alleen lopen”, vertelt ze. Ten tijde van de Talibaan kon dat niet zonder mannelijke begeleiding.

Haar dochters gaan nu naar school en „gaan dat zeker afmaken”. En de boerka? „Ik zal mijn man proberen te overtuigen om ze tegen die tijd geen boerka te laten dragen. Die vervelende klus heb ik voor hen gedaan.”

Voor het eerst in de Afghaanse geschiedenis ook zijn er vrouwen die zelf bedrijven opzetten. Een van hen is Zarghona Walizada, eigenares van het grootste transportbedrijf van Afghanistan dat honderden werknemers telt. „Zij heeft bewezen dat een Afghaanse vrouw het beter kan doen dan haar mannelijke concurrenten”, verklaarde minister van Buitenlandse Zaken Uri Rosenthal op de Haagse conferentie – een initiatief van de Amerikaanse ambassade en de Atlantische Commissie.

Het land telt nu tientallen vrouwelijke rechters en parlementsleden, al is hun invloed beperkt en dienen ze dikwijls ook als pionnen voor krijgsheren die hun macht op die manier uitbreiden. Zelfs binnen het kabinet is er een lichtpunt: de huidige minister van Volksgezondheid, een post waarmee veel geld is gemoeid, is een vrouw, Suray Dalil. „Het laat zien dat de capaciteit onder vrouwen er is”, meent Palwasha Hasan van het Afghan Women’s Network.

De vooruitgang is echter nog breekbaar en veel Afghanen, vooral mannen, waarschuwen niet te hard van stapel te lopen met de emancipatie van de Afghaanse vrouw. Dat kan tot een terugslag leiden, zoals ten tijde van de mujahedeen en de Talibaan in de jaren ’90. „Het is beter samen langzaam vooruit te gaan”, aldus Ahmed Zekria, coördinator voor enkele Nederlandse hulporganisaties in de provincie Uruzgan.

Ook in Kabul zelf veranderen de mores maar langzaam. Zonder hoofddoek over straat lopen is nog altijd vragen om problemen, weet de 16-jarige Sadaf. In de dagen na 9/11 waren er vrouwen die voor de televisiecamera’s hun sluiers afgooiden, als een teken van nieuwe vrijheid. Maar dat is lang geleden. Nagenoeg niemand gaat meer ongesluierd over straat. Sadaf, student Engels aan een privéschool, bedekt altijd haar haren. „Als je dat niet doet, word je belaagd door mannen. Ze fluiten hard, ze roepen nare dingen. En dat gaat maar door. Het zijn de sjansende mannen die ervoor zorgen dat ik een hoofddoek draag.”

Aarzelend hebben inmiddels de eerste besprekingen over vrede plaatsgehad tussen de regering en de Talibaan, al is het lot hiervan zeer ongewis geworden na de moord vorige maand op de voornaamste vredesonderhandelaar van de regering, oud-president Burhanuddin Rabbani. De regering onderstreept dat er niet getornd kan worden aan de constitutie, waarin ook de rechten van vrouwen zijn gewaarborgd.

Maar Kakar bekent dat ze er niet gerust op is dat er geen concessies zullen worden gedaan ten koste van vrouwen. „De Talibaan wilden niet dat er vrouwen bij de besprekingen met de regering zouden zijn.” Een veeg teken volgens haar.

Kakar erkent dat de Afghaanse vrouwen sterker zouden staan als ze meer onderlinge solidariteit zouden tonen. Maar veel vrouwen houden even hardnekkig vast aan de oude gebruiken als hun mannen. Vooralsnog blijven westerse hulp en politieke druk volgens Kakar van vitaal belang. Niet voor niets begon ze haar voordracht in Den Haag met een klemmende oproep: „Alstublieft, verlaat Afghanistan niet. Vergeet de vrouwen van Afghanistan niet!”