Speculeren mag alleen nog op stijging

Brussel pakt de speculatieve beurshandel aan met het oogmerk om het financiële systeem sterker te maken. Maar het schaduwbankieren blijft ongemoeid. „Zinloos” en „symptoombestrijding”.

Traders signal orders in the S&P 500 pit at CME Group Inc.'s Chicago Board of Trade shortly after the Federal Open Market Committee (FOMC) rate decision in Chicago, Illinois, U.S., on Wednesday, Sept. 23, 2009. Federal Reserve officials left the benchmark interest rate target between zero and 0.25 percent, and said it will stay "exceptionally low" for an "extended period." Photographer: Tim Boyle/Bloomberg Bloomberg

Binnenkort niet meer mogelijk in het beurstheater: een brandverzekering afsluiten op het huis van je buurman.

Na meer dan een jaar van moeizame onderhandelingen tussen een delegatie van het Europees Parlement en de Europese Commissie zal de internationale effectenhandel aan banden worden gelegd. Het wordt moeilijker en in sommige gevallen zelfs onmogelijk om te speculeren op koersdalingen. Alleen als beleggers de bewuste aandelen of obligaties in bezit hebben, mogen zij zich indekken tegen koersdalingen daarvan. Het pure speculeren op een geïsoleerde koersdaling – bijvoorbeeld door je tegen een daling van Griekse staatsleningen te verzekeren zonder dat je die leningen in bezit hebt – wordt door nieuwe regels ernstig bemoeilijkt.

„Short gaan [zie kaders] heeft de crisis niet veroorzaakt, maar deze praktijk kan wel koersdalingen verergeren als er sprake is van moeilijke marktomstandigheden”, zei eurocommissaris Michel Barnier gisteravond in een toelichting. Met dit besluit worden tijdelijke noodmaatregelen van diverse Europese lidstaten permanent gemaakt en tot het hele eurogebied uitgebreid.

De maatregelen uit Brussel vinden hun oorsprong in de vorige kredietcrisis. Toen bleek dat het hele systeem van schaduwbankieren – de handel in niet-beursgenoteerde derivaten die zich aan het financiële toezicht onttrekt – tot grote problemen leidde bij de banken die wél onder toezicht stonden. Zo had de halve financiële wereld zich tegen faillissementen en wanbetalingen verzekerd bij één en dezelfde tegenpartij: de Londense tak van de Amerikaanse verzekeraar AIG. Toen het fout ging op de markten, besloot de Amerikaanse overheid deze financiële reus toch maar weer te redden (nadat het bankroet van zakenbank Lehman tot zoveel paniek had geleid) in de vrees dat het systeem zou imploderen.

In 2008 waren het vooral Amerikaanse zakenbanken als Lehman die met beperkt succes bij de beurscommissie SEC lobbyden voor een verbod op short gaan. Normaal verdienen ze daar geld aan, maar nu bracht het hen in grote problemen.

Maar maakt een verbod op speculaties het systeem weerbaarder? Eerder is sprake van het tegendeel. Economen hechten grote waarde aan de mogelijkheid voor beleggers om ook te verdienen aan koersdalingen. Op die manier kunnen visies, verwachtingen en informatie beter door de markt verwerkt worden. Waarom zou je alleen kunnen speculeren op stijgingen en niet op dalingen? In veel economische modellen staat er een asterisk bij de aannames: de theoretici gaan uit van een ‘perfecte’ markt waarin beleggers zowel kunnen verdienen aan waardedalingen als waardestijgingen.

„Short sellen heeft een heel slechte reputatie, maar er bestaat zeer weinig wetenschappelijk bewijs dat het tot heftige koersbewegingen leidt”, zegt Jaap Koelewijn, hoogleraar ondernemingsfinanciering aan de Nyenrode Business Universiteit. „De essentie van financiële markten is dat risico’s verhandeld worden. Door delen daarvan te verbieden, maak je het banken juist moeilijker om risico’s goed te managen.” Hij spreekt van symptoombestrijding, omdat door dit verbod er minder symmetrie is in de markt, waardoor de verhandelbaarheid afneemt en de prijsvorming wordt verstoord.

Beursanalist Kees de Kort van AFS Vermogensbeheer noemt de plannen van Brussel zinloos. „Speculatie is dus goed, zolang het maar omhoog gaat? Ik heb de autoriteiten nooit horen klagen over stijgende huizenprijzen. Alleen als het omlaag gaat, is het problematisch, terwijl er meestal goede redenen zijn voor koersdalingen of koersstijgingen. Het verbieden van een van die twee zal nooit werken, al was het maar omdat regelgevers te maken hebben met de slimste jongetjes van de klas in de financiële wereld. Het is hun vak om binnen de regels te blijven en toch hun zin te krijgen.”

Volgens De Kort is ongereguleerde handel nog steeds het probleem, en niet de speculaties in de markt. Toezichthouders hebben weinig zicht op de handel in kredietderivaten, terwijl daar de grootste risico’s schuilen en banken daar volgens De Kort het meeste geld verdienen. „Wie op de beurs short gaat, krijgt een belletje als hij scheef zit: bijstorten graag.” Maar dat geldt niet voor de exotische constructies die professionele partijen onderling afspreken.

Koelewijn noemt het buitengewoon makkelijk om de nieuwe regels te omzeilen. Volgens hem herhaalt de geschiedenis zich. „In de VOC-tijd werd er al short gegaan. Toen dat door de Nederlandse autoriteiten verboden werd, verhuisde die handel naar Londen.”