Prachtig, maar in de Oktoberstraat lekt het dak

In het stadje waar de tijd stil is blijven staan heeft burgemeester Roman Koksjarov het helsdruk. Niet met zichzelf, maar met het aantrekken van toeristen voor de schat waarop hij zit. Want Koengoer, met zijn 65.000 inwoners, is het waard bezichtigd te worden. Nergens is het 18de- en 19de-eeuwse Rusland zo goed bewaard gebleven als hier.

Alleen jammer dat maar weinigen het weten. Zelfs mijn wereldwijze Russische fotograaf Oleg, die zijn vaderland tientallen keren heeft doorkruist, is hier voor het eerst. „Ik had er nog nooit van gehoord”, bekent hij, terwijl hij met zijn camera alle pracht om zich heen vastlegt.

Dat nostalgie misleidend kan zijn, blijkt als we na een bezoek aan de kathedraal door een officiële gids langs een 18de-eeuws huisje in de Oktoberstraat worden geleid, pal achter het kantoor van de burgemeester. De gids wijst trots naar het bakstenen gebouwtje met zijn drie vensters op de begane grond, waarvan er een in het verleden als doorgeefluik van een winkel fungeerde. Dan komt een elegante bejaarde vrouw aanlopen, die er woont. „Zo pal achter de burgemeester en nog altijd een lekkend dak en geen riolering”, zegt ze. „We zijn ook maar Russen, hè.”

De gids is ontzet over de antipropaganda voor zijn stad. „Waarom zegt u dat nou”, zegt hij beteuterd.

„Oh, neemt u mij niet kwalijk”, antwoordt de vrouw, die een kleine buiging maakt. „Ik ben al weg.”

Voor de revolutie van 1917 was Koengoer, op een uur rijden van Perm, de theehoofdstad van het tsarenrijk. Hier werd 70 procent van de thee die uit China werd geïmporteerd overgeslagen en over de rest van het land verspreid. De stad ontwikkelde zich daardoor in een paar eeuwen tot een welvarend koopmansoord met mooie huizen en zelfs een bazaar, de Gostinyj dvor.

De koopliedentradities van weleer zijn nu beperkt tot de koopmanshuizen in de Sovjet-, Lenin-, Marx, of Oktoberstraat. En dan zijn er de rivier de Sylva, die door het oude stadscentrum meandert, en het theemonument: een samovar met een theepot en een kopje op een sokkel.

Maar al zijn de kooplieden verdwenen, het heilige Rusland staat in Koengoer weer fier overeind. „Voor de revolutie woonden hier 20.000 mensen, voor wie er 200 kerken waren”, zegt locoburgemeester Joelia Lepichina. „Veel van die kerken zijn opgeknapt, waardoor de stad opnieuw een religieus centrum is.”

„Hadden we in 2006 nog maar 2.095 toeristen, in 2010 waren het er 6.000”, zegt Joelia. „Ook hebben we al dertien eetgelegenheden en zijn de vier hotels van het stadje prima.”

Natuurlijk komen die toeristen vooral voor de ijsgrot, die volgens de burgemeester op de UNESCO-werelderfgoedlijst thuishoort. Maar steeds vaker ontdekken ze ook het stadje. Omdat het gemeentebestuur zich zo inzet om hen het stadje in te lokken, kreeg Koksjarov vorig jaar de prijs voor de beste Burgemeester van een Kleine Historische Stad.

Michel Krielaars