Pak onwillige bankiers toch eens aan

De financiële sector wil niet weten van regelgeving. Toch zal dat moeten. Want uit zichzelf komen bankiers niet met oplossingen, betoogt Irene van Staveren.

Uit een onderzoek door het Institute of Social Studies onder ruim honderd financial professionals in Nederland komt een verrassende tegenstelling naar voren. Men weet goed wat er is misgegaan met de financiële crisis en dat het grootste probleem ligt op het systeemniveau. Maar gevraagd naar oplossingen zijn de financial professionals voornamelijk tegen regelgeving, sceptisch over systeemveranderingen, en erg optimistisch over aanpassingen van het eigen gedrag.

Deze uitkomsten schetsen een ontnuchterend beeld over het morele kompas van de bankier. Er is redelijk wat overeenstemming over de gewenste richting voor het kompas, zoals klantgerichtheid, risico’s leggen en houden bij kapitaalverschaffers, en bijbehorende incentives voor bankiers. Maar het kompas behoeft ijking waarmee deze gedeelde doelstellingen vorm kunnen krijgen in institutionele hervormingen.

De Occupy-beweging, met de bezetting van pleinen in Amsterdam, Utrecht en Den Haag, blijkt zo een belangrijk middel om aandacht te vragen voor dit probleem. Ze roept terecht dat de politiek en de sector zelf nog te weinig hebben ondernomen om de problemen fundamenteel aan te pakken.

Terug naar de sector zelf. Waar komt die tegenstelling tussen enerzijds een heldere systeemanalyse en anderzijds cynisme over systematische oplossingen vandaan? Ik zie drie verklaringen.

Ten eerste het ego van de bankier. Terwijl de bankier jarenlang op een voetstuk stond wordt hij sinds de crisis weggezet als graaier en profiteur van de belastingbetaler. Als hij – ja, meestal een hij – toegeeft dat er fundamentele problemen zijn, erkent hij daarmee dat hij jarenlang heeft meegewerkt aan een ziek systeem. Dat is niet makkelijk.

Ten tweede een sterk geloof in de zegeningen van de vrije markt. Regelgeving wordt gezien als zand in de machine of, erger nog, als ineffectief omdat er altijd wel partijen zullen zijn die met financiële innovaties komen waar nog geen regelgeving voor is en die vooral risico’s proberen door te schuiven naar derden. Dit dogmatische geloof in het zelfreinigend vermogen van de markt miskent echter dat er eenvoudige maar ingrijpende regels nodig en mogelijk zijn om een sector gezond competitief te houden zonder deze te beschadigen. Denk bijvoorbeeld aan de Europese mededingingswet die fusies en overnames verbiedt als daarmee een te groot marktaandeel behaald wordt. En de wet die na de crisis van 1929 zakenbanken en retailbanken zestig jaar uit elkaar hield, heeft in die periode prima gefunctioneerd als buffer tegen systeemcrises.

Een derde verklaring is TINA, ofwel ‘there is no alternative’, een gebrek aan verbeelding van een andere inrichting van de financiële sector. Maar ook hier is een uitweg uit, zoals de rigoureuze oplossingen in IJsland laten zien. En vooral: er blijken oplossingen te zijn die niet in de sfeer van regelgeving vallen maar juist via het marktmechanisme lopen. Zo heeft de Rabobank vorig jaar een achtergestelde obligatielening uitgegeven die dubbel overtekend werd, en die het risico legt waar het hoort: bij de kapitaalverschaffer. Als de kapitaalratio van de bank onder de 7 procent duikt verliest de obligatiehouder 75 procent van de waarde van de obligatie. Dat geeft de bankiers een incentive om minder risico te nemen en wordt het daarvoor door de kapitaalmarkt beloond. Dat is het omgekeerde van wat de derivatenhandel bleek te doen.

Ik vind de drie hierboven genoemde redenen om geen fundamentele oplossingen aan te gaan, onverantwoordelijk en niet overtuigend. Ik pleit voor minder ego’s en meer realisme over zowel de beperkingen als de mogelijkheden van marktwerking. De ijking van het morele kompas van de financial professional zal moeten komen van meer diversiteit in de sector en van een dialoog met anderen buiten de sector over oplossingen.

Irene van Staveren is hoogleraar pluralistische ontwikkelingseconomie aan het International Institute of Social Studies van de Erasmus Universiteit Rotterdam en lid van het Sustainable Finance Lab.