Ontembaar heimwee

De tv-documentaire Home sweet home van Nousjka Thomas, maandagavond uitgezonden door de NCRV, raakte een snaar bij me (waar zitten die dingen eigenlijk?) nog voor ik hem gezien had. Dat kwam door het onderwerp: een vrouw, in 2000 met haar gezin vanuit Nederland naar Engeland geëmigreerd, voelt zich na tien jaar nog steeds niet thuis in haar nieuwe vaderland. Ze is doodongelukkig en wil terug. Wat nu?

Dat moest ik zien. In mijn eigen leven ben ik enkele malen met zo’n tragische geschiedenis geconfronteerd. Sindsdien weet ik wat er voor de betrokkenen (ja, ook voor de anderen) op het spel staat: álles.

De film beantwoordde volledig aan mijn verwachtingen: alles wat zo’n mentale worsteling aangrijpend maakt, zat erin. De romantische stap naar een verondersteld paradijs (een cottage in Devon), de omringende natuur die betovert maar tegelijk isoleert, de oplopende spanningen binnenshuis, het niet langer te negeren besef dat de keus verkeerd was en ten slotte het allesoverwoekerende verlangen naar de terugkeer.

Als de film eindigt, is er niets opgelost. May wordt nog steeds elke dag wakker met de vraag: hoe kom ik hier uit? Reinier, haar man, wil liever blijven. „Het is vooral de schildering van de uitzichtloosheid van het ongeluk die de film zo intiem maakt”, schreef Raymond van den Boogaard in zijn lovende tv-recensie in deze krant. Hij vermoedde, evenals de echtgenoot, dat May ook in Nederland niet gelukkig zou zijn.

Dat zou inderdaad goed kunnen, maar het hóéft niet, als ik op mijn eigen ervaringen mag afgaan. Ik herinner me hoe mijn moeder in vergelijkbare omstandigheden een ernstige inzinking kreeg. Zij woonde graag in het centrum van de stad, daar waar altijd wat te zien en te doen was. Verhuisplannen naar een rustiger, idyllischer omgeving had ze altijd getorpedeerd. Ze moest er niet aan denken, al dat groen, het was alsof je in je graf stapte.

Desondanks liet ze zich na haar vijftigste overhalen om een huis in een rustige buitenwijk te betrekken. Mijn vader zag geen problemen. Toch kwamen die al snel opdoemen, want de buurt was wel érg rustig, misschien wel zo dood als een pier. Behoorlijke winkels, mijn moeders lust en leven, waren er niet. Aan de overkant van haar huis was alleen een lagere school. Als die dicht was, heerste er diepe stilte.

Mijn moeder werd in haar nieuwe huis een passieve vrouw die begon te vereenzamen. Ze belandde in een diepe depressie, een unicum in haar leven. Als je er met haar over begon, bleek ze nog maar één ding te willen: terug naar de stad. Mijn vader heeft toen de verstandigste beslissing van zijn leven genomen: hij deed wat ze vroeg.

Ik denk dat mijn moeder een dag ná de verhuizing alweer de oude was. Weg futloosheid, weg depressie. Ze was back in town en liet zich alleen nog maar verkassen toen ze ziek werd en het niet meer anders kon.

Ander voorbeeld. Een nichtje van mij trouwt een Amerikaanse man, ze gaat er wonen, maar blijft een ontembaar heimwee naar Nederland houden. Hij begrijpt haar probleem en emigreert met zijn vrouw naar Nederland, waar ze nu alweer lang en gelukkig leven.

Ik wil maar zeggen: het kán goed aflopen. De man van May heeft er weinig fiducie in en hij kent zijn vrouw beter dan wij, maar misschien moeten ze het toch eens proberen. Eigenlijk zou je altijd vóór een verhuizing moeten afspreken: als een van de twee zich op de nieuwe plek niet gelukkig voelt, gaan we weg.