Met opgerolde mouwen en een grote glimlach

Elio Di Rupo deed het onmogelijke: hij voorkwam dat België uiteenviel. Nu is hij bijna klaar met de formatie. Portret van de aanstaande premier, een charmante doordouwer.

De zwarte punten in België gaan verschuiven. Formateur Elio Di Rupo, leider van de Franstalige socialisten, zei het vorige week toen hij in Brussel het akkoord presenteerde over een andere inrichting van de Belgische staat. Het waren niet de Vlaams-nationalisten die er grappen over maakten. De Franstalige politicoloog Jean Faniel had het Di Rupo horen zeggen en zijn collega’s waren er ook over begonnen: altijd maar die ‘zwarte punten’ als Di Rupo in het Nederlands probeert uit te leggen dat het zwaartepunt van de macht in België door de nieuwe staatshervorming niet meer bij de federale overheid zal liggen, maar bij Vlaanderen, Wallonië en Brussel. De Vlamingen hadden dat geëist. Nu dat akkoord er is, na bijna 500 dagen van politieke crisis, ziet het er eindelijk naar uit dat België weer een echte regering krijgt.

De Vlaams-nationalistische politicus Siegfried Bracke zegt dat hij op de avond van het akkoord bijna medelijden had met Di Rupo. De formateur was naar de studio van de Vlaamse publieke omroep VRT gekomen voor een toelichting. „Ik heb gehoord dat hij de vragen al kende”, zegt Bracke, die bij de VRT werkte voordat hij overstapte naar de N-VA van Bart De Wever. „Maar hij kwam niet uit zijn woorden.”

Elio Di Rupo heeft pech. Hij spreekt veel beter Nederlands dan de laatste Waalse premier van België, Edmond Leburton (van 1973 tot 1974). Maar als Di Rupo over een paar weken wordt beëdigd als premier – hij is de enige die ervoor in aanmerking komt – zullen weinig mensen daar nog aan denken. Het is te lang geleden en in Vlaanderen is de afkeer van Franstaligen de laatste jaren alleen maar gegroeid. „Zijn Nederlands zal een zeer grote handicap voor hem zijn”, zegt Steve Stevaert, oud-voorzitter van de Vlaamse sociaal-democraten, die jarenlang nauw contact had met Di Rupo. „We moeten zien hoe radicaal de Vlamingen op hem gaan reageren.”

Maar Stevaert zegt ook dat Di Rupo „niet te onderschatten kwaliteiten” heeft. Een daarvan is dat hij zich niet laat afschrikken als mensen hem niet moeten. Zijn eigen Parti Socialiste, waarin hij nu al meer dan twintig jaar een van de machtigste figuren is, probeerde in de jaren tachtig om hem kwijt te raken. Een betrokkene uit die tijd zegt dat de métallos, de metaalvakbonden die de machtsbasis waren voor de PS , „niet zaten te wachten op een Italiaanse homo met een strikje om”. Di Rupo vertelde er vier jaar geleden zelf over in De Morgen. Hij had zich niet uit de partij laten zetten. „In de statuten stond dat alleen een federaal congres bevoegd was voor zo’n uitsluiting. Dus ik schreef een brief aan de PS. Als ze mij wilden uitsluiten, moesten ze een congres samenroepen waarop ik mij zou verdedigen. Die liet ik door een deurwaarder bezorgen.”

Dat congres kwam er niet. Bij de verkiezingen van 1985 stond hij onderaan de lijst, maar haalde duizenden voorkeurstemmen. Want Waalse kiezers zien hem als een van hen – homo of niet, strikje of geen strikje. „Zijn levensverhaal is zo mooi”, zegt Jonathan Riguelle (23), student politicologie en voorzitter van een PS-afdeling in de Waalse hoofdstad Namen. „Een Italiaanse migrant uit een arme mijnwerkersfamilie. Hij verbeeldt het verleden van Wallonië.”

Op straat in de Waalse gemeente Morlanwelz, waar Di Rupo werd geboren, zegt Solange Want – 68, en met nog maar een paar tanden in haar mond – dat iedereen van Di Rupo houdt omdat hij „zo’n goed mens” is. „En bescheiden.”

In café l’Hotel de Ville, in het dorp Chapelle lez Herlaimont waar Elio Di Rupo opgroeide, vertelt Eric Di Rupo over de familie. Eric, metselaar, is de zoon van Di Rupo’s broer Pietro die vorige maand overleed (de onderhandelingen werden een middag stilgelegd). De ouders van Elio Di Rupo komen uit de Abruzzen. Met zes kinderen waren ze eind jaren veertig naar Wallonië gekomen. Daar werd Elio geboren – in een barak waar na de Tweede Wereldoorlog krijgsgevangenen waren ondergebracht en later migranten. Toen hij een jaar oud was, overleed zijn vader. Eric Di Rupo: „Mijn grootvader werd op de fiets aangereden. Hij zou kippen gaan kopen voor de bruiloft van zijn oudste zoon.”

Elio Di Rupo zegt in interviews nog vaak hoe zwaar het leven voor zijn moeder was. Hoe arm ze waren. Hij was de enige van de zeven die ging studeren – een scheikundeleraar hielp hem. Di Rupo studeerde zelf ook scheikunde. Hij deed onderzoek in Engeland en promoveerde.

In commentaren stond de afgelopen maanden soms dat Di Rupo de onderhandelingen leidde als een chemicus: heel precies en voorzichtig stuurde hij het proces dat de ontbinding van het land moest tegengaan. Daar kwam ook kritiek op. Di Rupo werkt langzaam en België moet snel met een stevig sociaal-economisch beleid komen. „Maar op het juiste moment duwt hij door en wijst hij de partijen op hun verantwoordelijkheid”, zegt de Vlaamse sociaal-democraat Johan Vande Lanotte, die zelf drie maanden de onderhandelingen leidde. „Hij is geslaagd in de staatshervorming waar niemand dacht dat het hem zou lukken.”

Na de verkiezingen van 2007 zei Vande Lanotte dat Vlaanderen een Franstalige premier niet zou accepteren. „Dat was toen ook zo”, zegt hij nu. „Er is een enorme verandering gekomen en daarin speelde de N-VA van Bart De Wever een cruciale rol.” De N-VA was de grote winnaar van de verkiezingen van vorig jaar, maar De Wever liet meteen weten dat hij geen premier wilde worden. „Voor een Vlaams-nationalist is het een tegennatuurlijke functie”, zegt Vande Lanotte. „Alsof een Bask premier wordt van Spanje.”

De Wever vond het beter dat Di Rupo premier werd. „Daardoor heeft hij bij de Vlamingen de blokkade tegen een Franstalige weggenomen.” Een paar maanden na de verkiezingen kwam uit een opiniepeiling dat Di Rupo na De Wever de populairste politicus was in Vlaanderen. „Toch zal het voor Vlaanderen even wennen worden als hij premier is”, zegt Vande Lanotte. Di Rupo’s gebrekkige Nederlands noemt Vande Lanotte, net als Steve Stevaert, een ‘risico’. „Hij heeft tegen mij eens gezegd dat ook zijn Frans en Italiaans niet onberispelijk zijn. Hij zei: ‘Ik leefde tussen twee talen, Italiaans met mijn moeder, Frans op school.’ Zijn Engels is evenmin spectaculair, al heeft hij in Engeland gestudeerd. Hij heeft geen talenknobbel. Maar Vlamingen zullen het moeilijk aanvaarden.”

Vande Lanotte herinnert zich dat Di Rupo al in de jaren negentig Nederlands leerde. Di Rupo is nu van plan om nog harder te studeren, zegt zijn woordvoerder. Maar dat hij slecht hoort, maakt het lastiger om de taal te leren. Dan zal België „het enige beschaafde land ter wereld zijn”, zegt N-VA-parlementariër Bracke, „waar de premier de taal van de meerderheid nauwelijks machtig is.”

Steve Stevaert, tot 2009 gouverneur van Vlaams Limburg, had Di Rupo een keer gevraagd om te komen spreken in Genk, een Limburgse mijnwerkersstad. „Hij kwam binnen, vouwde zijn jasje keurig op, rolde zijn hemdsmouwen omhoog en stapte met een grote glimlach naar de microfoon. Ik was toen op het toppunt van mijn populariteit, maar hij kreeg een groter applaus dan ik.”

Met zijn charme, bedoelt Stevaert, zou Di Rupo in Vlaanderen ver kunnen komen. En met zijn „ongelofelijke wilskracht”. Alleen toen hij in 1996 onterecht werd beschuldigd van pedofilie, was de tegenslag bijna te groot. Di Rupo zei later: „Als ik toen niet over mijn koppige karakter had beschikt, had ik wellicht zelfmoord gepleegd.”

Béatric Delvaux, politiek commentator van Le Soir, zegt dat Di Rupo „met zijn tanden” is gekomen waar hij nu is. En dat Franstalige Belgen trots zullen zijn als hij premier is. Maar ze zijn hem nu vooral dankbaar. „Omdat hij de onderhandelingen tot een eind heeft gebracht. En het land bestaat voorlopig nog.” Di Rupo kreeg ook voor elkaar dat Brussel en Wallonië nog tien jaar geld krijgen uit Vlaanderen. „Dat betekent: tien jaar om zich voor te bereiden op zelfstandigheid.” Want niet alleen Di Rupo komt als winnaar uit de onderhandelingen, zegt Delvaux. Ook De Wever, al komt zijn partij niet in de regering. „Door hem beseften Franstalige politici dat het einde van het land dichtbij is. Ze hebben door de politieke impasse de dood van België in de ogen gekeken en werken eraan om hun lot in eigen hand te nemen.” Franstalige Belgen verwachten volgens Delvaux dat Di Rupo hun rechten, zoals afgesproken in de staatshervorming, verdedigt als de Vlamingen toch weer met eisen komen. En ze zegt: „Voor het eerst sinds lang zal er een premier zijn die vanaf het begin veel gevoel heeft voor België. Premiers als Martens, Dehaene, Verhofstadt en Leterme begonnen Vlaams, maar internationaal raakten ze eraan gewend om België te verdedigen. Ze eindigden Belgisch. Nu kan het gebeuren dat een Belgicist toch zal werken aan het einde van België.”

Petra de Koning