Ik ben het slachtoffer, zegt de expat

Expats in New York voelen zich benadeeld door het kabinet. Het wordt moeilijker om twee nationaliteiten te hebben. „Iedereen vindt deze regels belachelijk.”

Nederlanders in New York zeggen zelf weinig te klagen, drinken bij voorkeur Heineken Light, spreken met een licht Engels accent en hebben over het algemeen weinig behoefte om naar Nederland terug te keren. Maar ondanks alles voelen ze zich Hollander.

En dat houden ze graag zo.

In een zaaltje met glinsterende kristallen kroonluchters, lange spiegels aan de muur en uitzicht op de wolkenkrabbers van Manhattan kwamen gisteravond honderd van deze Nederlanders samen om over een Haags wetsvoorstel te spreken. Het ging in de zogeheten The Netherland Club over een kabinetsvoornemen waardoor het moeilijker kan worden voor Nederlanders om meerdere nationaliteiten te hebben.

Twee paspoorten zijn in de Tweede Kamer onderwerp van discussie – vooral als het om Turken of Marokkanen gaat – maar voor deze emigranten is een gedeelde loyaliteit juist doel op zich.

De avond was uitzonderlijk: zo vaak voelen Nederlanders in den vreemde zich niet gedwongen bijeen te komen om inlichtingen in te winnen over wetten in wording en zelfs een vuist te maken. Organisator Eelco Keij, getrouwd met een Amerikaanse en vader van twee zoons met dubbele paspoorten, zwaait bijvoorbeeld trots met zijn eigen twee paspoorten. „Ja, het is gelukt!”, roept hij trots over zijn pas verworven Amerikaans staatsburgerschap.

De centrale vraag is waaróm de wet veranderd wordt en wat de gevolgen zijn voor Nederlandse expats, een groep die zich vergeten voelt in de binnenlandse discussie over wat het betekent om Nederlander te zijn en welke nationaliteit daarmee niet samen zou kunnen gaan.

De zaal zit vol met advocaten, consultants of journalisten die al jaren in de Verenigde Staten werken. Neem John van Schaik (53). Hij is getrouwd met een Amerikaanse en bezig met de lange procedure om Amerikaan te worden, wat hij vooral doet om praktische redenen. „Ik voel me nog steeds volledig Nederlander”, zegt Van Schaik ter geruststelling. Een Amerikaans paspoort, vindt hij, „neemt niets af van het Nederlanderschap”.

Voor menig New Yorkse Nederlander is de dubbele nationaliteit geen gevoelsmatige, maar een financiële keus. Als een echtgenoot overlijdt, heeft een Amerikaans staatsburger recht op belastingvoordelen. De Nederlandse partner niet.

Advocaat Jan Joosten (44) woont vijftien jaar in de VS, is Amerikaans staatsburger. Na invoering van de wet zou het voor hem moeilijker zijn ooit weer Nederlander te worden, denkt hij. „Ik ben het slachtoffer hier.” Maar in plaats van klagen roept Joosten op tot actie. Applaus. „Wat gaan we hieraan doen? Iedereen vindt deze regels belachelijk.”

Wanneer Joosten – met een Nederlandse naam, blauwe ogen en perfecte beheersing van de Nederlandse taal – op Schiphol aankomt, vertelt hij, wordt hij als Amerikaan ondervraagd. „Dat voelt raar en vervelend.” Hij zegt met name teleurgesteld te zijn in ‘zijn’ CDA. „Mijn eigen partij doet mee aan deze onzin.”

De avond werd gekenmerkt door kennis, kunde en macht. Er was een advocaat immigratierecht en nationaliteitenrecht, de Nederlandse bewindvoerder bij de Wereldbank zat in een panel en Tweede Kamerleden van PvdA, GroenLinks en D66 – toch voor werkbezoek in de stad – kwamen ook langs.

Het meest veelzeggend was nog wel de organisatie. De bijeenkomst werd opgezet door de New Yorkse afdelingen van D66 en PvdA en, verrassend genoeg, zowel de afdeling New York als de afdeling Washington van regeringspartij VVD.

De voorzitter van de New Yorkse VVD-afdeling, Joan Bischoff van Heemskerck, is makelaar op het luxe Long Island, waar rijke New Yorkers buitenhuizen voor de zomer hebben. Hij woont sinds 1985 in de VS en vindt dat niet het kabinet, of CDA-minister Piet Hein Donner die het wetsvoorstel heeft geschreven, de schuld moeten krijgen. Het is de PVV die de risee van de expats moet zijn, volgens hem. „Want we staan hier naar het pijpen van Wilders te dansen.”

Hoewel de sfeer zo nu en dan aandeed als een borrel op de sociëteit – schouderkloppen, „Ha Diederik!” en „hoe is het jochie?” – waren velen bezorgd. En sommigen zelfs beledigd.

Zoals advocaat Olav Haazen (43): „Oude Nederlanders gaan zich niet minder Nederlands voelen. Het wetsvoorstel is gericht op nieuwe Nederlanders.” Het aannemen van een tweede nationaliteit betekent volgens Haazen niet dat de band met Nederland minder zou moeten worden. „Het is toch belachelijk dat je daartoe gedwongen wordt?”