Ierse kletsmajoor met gevoel voor het absurde

scene uit de film The Guard (2010) FOTO: eOne Entertainment

The Guard. Regie: John Michael McDonagh. Met: Brendan Gleeson, Don Cheadle, Liam Cunningham, Mark Strong. In: 12 bioscopen.

Een natie van ongeneselijke kletsmajoors, de Ieren. Al is hun gepraat vooral spel, dubbele bodem en rookgordijn. De Ierse politiesergeant Gerry Boyle (Brendan Gleeson) beantwoordt aan al die Ierse clichés. Geen slechte vent, wel amoreel. Een melancholicus met gevoel voor het absurde. „Zo, dat zal je moeder niet leuk vinden”, mompelt Boyle als hij drugs in het jasje van een lijk vindt naast een verongelukte sportwagen. En slikt terloops een velletje lsd: moet je toch geprobeerd hebben.

Boyle brengt anderen voortdurend uit hun evenwicht. Als de zwarte Amerikaanse FBI-agent Wendell Everett (Don Cheadle) een briefing geeft over een Ierse bende die een half miljard dollar cocaïne komt smokkelen, steekt hij zijn vinger op en vraagt met een onschuldig gezicht: „Ik begrijp het niet. Drugsdealers zijn toch zwart?” Dan verwacht je een klassieke politiefilm: twee tegenpolen die toch vrienden worden, met FBI’er Everett als stijve dikdoener uit Amerika die in Ierland een vis op het droge is. En de luie, levenswijze Boyle als gids tegen wil en dank.

Maar The Guard blijkt niet zo voorspelbaar: regisseur John Michael McDonagh zet genreclichés vederlicht naar zijn hand, is niet bang vraagtekens open te laten en overgiet alles met een snufje droog absurdisme dat past bij het onbarmhartige Ierse landschap. De tegenpolen worden nooit echt vrienden, daarvoor is Boyle gewoon te solistisch en raadselachtig. Al is de vraag of hij „heel dom of heel slim is” uiteraard snel beantwoord. Al was het maar om zijn oneliners. („Uw man pleegde geen zelfmoord. Daarvoor was hij niet intelligent genoeg.”) Of zijn goede smaak in Russische klassiekers, die hij met zijn moeder doorspreekt. „Dostojevski? Die is het ergst. Gogol is goed trouwens.”

Het geheim van The Guard? Tot in de kleinste bijrollen tref je markante en originele personages. Niemand is ‘functioneel’, louter in beeld om het verhaal vooruit te helpen. Neem de drie drugssmokkelaars. Leider Sheehy (Liam Cunningham) is zakelijk, goed gekleed en belezen: hij citeert graag Nietzche en Schopenhauer. Zijn partner Clive (Mark Strong) is een bittere gangster in midlifecrisis. De idioten met wie hij zaken moet doen! „Het is zo betekenisloos allemaal.” En Liam (David Wilmot) is de levenslustige, haast sympathieke sadist voor de vuile klusjes.

The Guard is zo’n zwarte komedie die alles goed doet: grappig én geloofwaardig door slim te spelen met filmclichés en echte, verrassende personages op te voeren. De film leunt op de knoestige aardappelkop van Brendan Gleeson, wiens geweldige timing de dialogen van debuterend schrijver-regisseur McDonagh laat fonkelen. Broer Martin McDonagh castte Gleeson in 2008 ook al als vermoeide cynicus in zijn debuut, de zwarte misdaadkomedie In Bruges. Dit debuut is nog beter: de McDonaghs zijn broertjes om in de gaten te houden. Ze opereren op het niveau van de gebroeders Coen.

Coen van Zwol

    • Coen van Zwol