Hoge inflatie in VK heeft ook positieve aspecten

In de jaren zestig vonden veel economen en centrale bankiers een inflatie van 5 procent aanvaardbaar: hoog genoeg om de consumptie en de werkgelegenheid te stimuleren, zonder te veel verstoringen van het economisch gedrag.

Maar de tijden zijn veranderd. Nu zou geen enkele zichzelf respecterende centrale bankier in een ontwikkelde economie zich in het openbaar ooit in warme bewoordingen durven uitspreken over een inflatiepercentage op dit niveau, vooral niet nu de rente bijna nul is. Maar achter gesloten deuren waren een paar leden van het Britse Monetary Policy Committee (MPC, de monetaire beleidscommissie van de centrale bank) misschien niet eens zo ongelukkig met de consumentenprijsinflatie van 5,2 procent van september.

De MPC, die zojuist heeft goedgekeurd dat er voor 75 miljard pond aan geld wordt bijgedrukt, kan uitleggen dat de hoge inflatie tijdelijk is, dat de deflatiore druk begin 2012 zal toenemen en dat het stimulerende monetaire beleid noodzakelijk is om te voorkomen dat het inflatiecijfer daalt, om daarna lange tijd onder de 2 procent te blijven hangen. Wat de kracht van deze argumenten ook mag zijn, zij verbloemen de meest overtuigende redenen voor het tolereren – of zelfs verwelkomen – van een hogere inflatie.

Het betrekkelijk trage herstel sinds de financiële crisis – het bruto binnenlands product (bbp) staat nog steeds 5 procent lager dan de piek van vóór de crisis, in het vierde kwartaal van 2007 – betekent dat de reële bronnen voor de afbetaling van de schulden van het land aan beperkingen onderhevig zijn.

De inflatie verruimt deze bronnen: dezelfde goederen en diensten brengen méér geld op voor bedrijven en consumenten. Die verruiming is bijzonder waardevol, nu de bezuinigingen een remmende werking hebben op de bbp-groei.

Inflatie heeft ook nog andere voordelen. Zoals economen een halve eeuw geleden betoogden, is het een prettiger manier om de reële lonen terug te dringen dan nominale loonsverlagingen. In het te veel consumerende Engeland zal de centrale bank zo’n effect verwelkomen. Een hogere inflatie leidt er ook toe dat de reële rente lager uitvalt. Dat is vervelend voor spaarders, maar vergemakkelijkt het leven voor financiële intermediairs.

Dit is allemaal leuk en aardig, maar zelfs degenen die een hogere inflatie toejuichen mogen niet vergeten dat prijsinstabiliteit dikwijls tot economische instabiliteit leidt – en soms tot politieke crises.

Toen de inflatie in de jaren tachtig uit de hand liep, was het noodzakelijke medicijn – een structurele verkleining van de geldhoeveelheid – buitengewoon pijnlijk. Dat is de reden dat de centrale banken vervolgens hebben besloten dat een inflatie van 5 procent te hoog was.

Edward Hadas

Vertaling: Menno Grootveld