Format DWDD is eindig, toont Franse voorganger

Het was niet de sterkste De wereld draait door gisteren: honkballers, een ‘kunstcollege’ van Joost Zwagerman en Herman van Veen. Hoogtepunt was tafelheer Ali B, met open mond luisterend wanneer iemand anders iets vertelt.

Het maakt niet uit voor zo’n dagelijkse uitzending – morgen is het met dezelfde vaart veel spannender, je kunt nooit weten. Presentator Matthijs van Nieuwkerk straalt onvermoeibaar enthousiasme uit, wat er ook gebeurt. Zo heb je nooit spijt dat je gekeken hebt, ook al ben je soms alles vijftien minuten later weer vergeten.

De formule van DWDD is een Franse uitvinding – naast Fort Boyard een van de weinige Franse formats op de Nederlandse televisie. Het idee dateert uit 1987, toen de Franse abonneezender Canal+ een concept ontwikkelde voor de uren in de vooravond dat het station volgens de wet ongecodeerd moet uitzenden.

Nulle part ailleurs (Nergens anders) was een émission de plateau waarin presentatoren en gasten omringd werden door publiek. In hoog tempo en, zeker voor Franse begrippen, nogal direct werd het gesprek aangegaan met gasten uit de cultuur en de actualiteit. Een en ander werd afgewisseld met grappige clips van de televisie in de afgelopen 24 uur, vaste humoristische bijdragen – in een sfeer van ogenschijnlijke improvisatie, een beetje chaos en veel plezier. De liefhebber van DWDD zal dit bekend voorkomen.

De proto-Matthijs van Nieuwkerk heet Philippe Gildas, die vorig jaar zijn autobiografie schreef onder de titel Hoe te slagen op de televisie als je klein bent, en Bretons, en grote oren hebt? Gildas, bijgestaan door een vaste groep van wisselende co-presentatoren, verstond de kunst op het scherm een informele sfeer te creëren, zonder dat het gebodene banaal werd. Wel waren altijd verrassingen mogelijk. Mensen die dat kunnen, zijn zeldzaam – niet alleen in Frankrijk.

Na tien jaar vertrok Gildas en verkommerde Nulle part ailleurs onder andere presentatoren tot het in 2001 werd opgeheven. Toch heeft Canal+ er nog steeds een kloon van: Le grand journal, ongecodeerd op de satelliet. Ook dat programma had gisteren zijn dag niet: een gewild geestig gesprek over de vraag of de oude mevrouw Bettencourt niet te dement is om haar familiebedrijf L’Oréal te leiden, en een gesprek met Sarkozy’s minister voor Industrie. Die zat er alleen maar in omdat er recentelijk veel aandacht is geweest voor de primaires van de Franse socialistische partij, en de CSA, de Franse tegenhanger van het Commissariaat voor de Media, de verdeling van zendtijd over de politieke partijen nauwlettend bijhoudt.

Schrale troost is het dagelijks optreden van een sexy weermeisje, dat mede als taak heeft de gasten te beledigen.

DWDD over twintig jaar – je moet er niet aan denken.

Raymond van den Boogaard vervangt deze week Hans Beerekamp