Euroscepsis staat oplossing van eurocrisis in de weg

‘The Dutch are always right, but seldom relevant’, is een even gemene als scherpe Britse observatie over Nederland in de EU. Sinds een jaar of tien koesteren we ons imago van dwarsligger, die gelijk hebben belangrijker vindt dan gelijk krijgen. Wij genieten van het geluid van onze vuist die met een knal op tafel belandt. Maar levert het ook iets op?

Schaal, daar gaat het om bij de EU: de schaal van politiek handelen wordt verhoogd om de schaal van de uitdagingen de baas te kunnen zijn. De EU regelt bovennationaal wat de macht van de natiestaat te boven gaat. Dit werkt, zolang alle premiebetalers aan deze collectieve verzekeringspolis voldoende vertrouwen hebben dat de inleg die zij plegen ook goed benut wordt en natuurlijk ook hun belangen dient. Wie premie betaalt, maar denkt daar zelf niks aan te hebben – hetzij omdat men denkt geen risico’s te lopen, hetzij omdat men vreest in de steek te worden gelaten als het erop aankomt – zal vroeg of laat de polis opzeggen.

De EU heeft weinig tevreden polishouders. Te duur, te bureaucratisch, maar vooral ‘wat heb ik er an?’ Een wezenlijke vraag waar te lang de neus voor is opgehaald. Ieder collectief arrangement kent voor- en nadelen. Als in de perceptie van de deelnemers de nadelen stelselmatig de voordelen overstijgen, is dat arrangement ten dode opgeschreven. En dat moment is niet ver weg.

Maar die perceptie klopt niet. Het vervelende voor de EU is dat de voordelen veel moeilijker concreet en zichtbaar te maken zijn dan de nadelen. Dat fameuze extra maandsalaris dat Nederlanders volgens het CPB aan de interne markt overhouden, is voor de individuele burger onzichtbaar, maar de grote netto bijdrage aan de EU-begroting is dat niet. De makkelijke uitweg die de politiek heeft gekozen, is om percepties tot waarheid te verklaren, want dat wordt gezien als ‘luisteren naar de burger’. Dus tamboereren we voortdurend op wat er allemaal niet deugt. Allemaal tot uw dienst, zolang het speelkwartier duurt en de EU onverstoorbaar haar economische en politieke voordelen voor de lidstaten blijft leveren.

Alleen wil het zo niet meer lukken. De scepsis is zo hoog opgeklopt, dat de EU nu noch de schaal, noch de handelingssnelheid bezit om een crisis te bedwingen die zich bovenstatelijk afspeelt en alleen met bovenstatelijke middelen kan worden beteugeld. En dus moet het over een andere boeg. De lidstaten zullen de EU de instrumenten moeten geven om namens hen te handelen. Daartoe lijkt de Nederlandse regering bereid, afgaande op de brieven van zowel premier Rutte als de ministers Verhagen en De Jager.

Maar met instrumenten alleen zijn wij er niet. En zeker niet met de valse voorstelling van zaken dat strengere, Europees afdwingbare regels er toch vooral voor de andere lidstaten zijn en ons niet zullen raken.

Er komt pas echte steun voor deze aanpak als wij bereid zijn te werven voor hetgeen iedereen wel weet, maar niet meer wil zeggen. Namelijk dat wij als Europeanen samen in een schuitje zitten dat water maakt. Een schuitje dat zich drijvend moet zien te houden in een wereld waar andere machten allang het schaalvoordeel georganiseerd hebben waar wij nog zo moeilijk over doen. Het repareren van dat schuitje, om er vervolgens een stevig schip van te maken, is een vorm van collectieve verzekering die bijdraagt aan die andere collectieve verzekering waar Europeanen zo veel waarde aan hechten: de verzorgingsstaat.

Als dit niet gebeurt, zal geen kabinetsbrief met stoere plannen verlichting bieden, want uiteindelijk stranden op een argwanende bevolking. Onder invloed van de PVV en een in haar euroscepsis gevangen VVD, blijft de retoriek anti-Europees, terwijl de voorgespiegelde maatregelen de Europese integratie een forse stap vooruit zouden brengen. Zo zet je mensen op het verkeerde been, in dit geval verkoop je citroenen voor knollen. Niet slim, voor een koopman.

Frans Timmermans is Tweede Kamerlid voor de PvdA. Hij schrijft deze wisselcolumn beurtelings met Ad Koppejan (CDA) en Elbert Dijkgraaf (SGP).