De kijker meteen de film in sleuren

Grafisch ontwerper Kyle Cooper geldt als de beste ontwerper van filmtitels ter wereld. ‘Je moet nooit iets beloven wat de film niet waarmaakt.’

Liefde op het eerste gezicht bestaat. „Je gaat in de bioscoopzaal zitten, popcorn en cola bij de hand, de zaallichten doven. De vraag is: word je direct emotioneel de film in gesleurd of wacht je in het donker ongeduldig twee minuten tot de film echt begint?”

Grafisch ontwerper Kyle Cooper (49) wil de kijkers het liefst subiet de film in sleuren, en geldt op dat gebied als ’s werelds beste. Cooper maakt begin- en eindtitels van films, tot 2003 voor Imaginary Forces, nadien met zijn bedrijf Prologue. In 1994 maakte hij naam met zijn vaak geïmiteerde, hypernerveuze intro van de film Se7en. Daarin zien we in extreme close-up de handen van een geobsedeerde seriemoordenaar op fotonegatieven krassen, krantenkoppen uitknippen en met verontrustend regelmatig kriebelhandschrift dagboeken vol pennen. Cooper: „Achteraf kreeg ik gedoe omdat ik een handmodel gebruikte, en niet de handen van Kevin Spacey, die de moordenaar speelt.”

Verwachtingen wekken, de kijker ontvankelijk maken: dat is volgens Cooper de hoofdtaak van de titelontwerper. Cooper is in Amsterdam voor het festival Digital Playgrounds, op uitnodiging van het Amsterdamse Submarine Channel. Bijna iedereen heeft wel eens werk van hem gezien. Hij ontwierp begintitels voor honderden films, van Spider Man tot The Tree of Life. Dat bewegende filmlogo van Marvel Comics. En nog veel meer.

Tot in de jaren vijftig waren begintitels een lijst namen die traag over het scherm rolde. Met Otto Premingers The Man With the Golden Arm, waarin Frank Sinatra een junkie speelde, probeerde ontwerper Saul Bass in 1955 voor het eerst in typografie de sfeer van de film neer te zetten. Bass werkte later samen met Alfred Hitchcock, voor wie hij de opening van Vertigo maakte, met een draaikolk die in een oog verdwijnt: mogelijk de beste titelrol ooit.

In de jaren zestig gingen de grafisch ontwerpers helemaal los. Begintitels werden complete minifilms: denkt aan de James Bondfilms of de tekenfilmpjes voor de Pink Pantherfilms. Veel zaken die nu cliché zijn, begonnen ooit als begintitel. De groep zware jongens die in slowmotion naar de camera wandelt: Reservoir Dogs, 1992. De eerste videoclip: het intro van Beatlesfilm A Hard Day’s Night, 1965.

De invloed van Kyle Cooper reikt verder dan filmtitels. De manier waarop hij zijn camera op een microwereld richt, maakte school. „Bacteriën onder de microscoop, ogen, zenuwen, fractals, insecten, reptielen, röntgenfoto’s, daar hou ik van”, zegt Cooper. „Ik kijk graag van heel dichtbij naar de natuur of leg vast hoe natuurkrachten mensendingen verwoesten, door schimmel of vuur. Brandende foto’s zijn prachtig en symbolisch. Ik baseer mij liever op de fysieke realiteit dan dat ik computeranimatie uit het niets maak.”

Kunnen slechte begintitels een film ruïneren?

„Niet echt, wel kunnen mensen hun geduld verliezen. In de bioscoop is dat niet zo’n punt, maar op tv kunnen ze wegzappen.”

U werkte aan films waarvan de titelrol het enige goede is. ‘The Island of Doctor Moreau’ uit 1996 was een aanfluiting, maar de begintitels waren prachtig.

„Ik ben heel trots op mijn relatie met regisseur John Frankenheimer, een genie. Maar The Island of Dr. Moreau was de film waarin Marlon Brando en Val Kilmer op de set tot legendarische waanzin vervielen. Niet dat wij toen wisten dat we een slechte film maakten. Een filmcrew raakt in zekere zin verdoofd voor wat fout loopt. Je bent als een verstokte fan bij een bokswedstrijd die alleen de stoten ziet die je favoriet uitdeelt, niet wat hij allemaal moet incasseren.

„Maar als de titelrol beter is dan de film, moeten ze je ontslaan. Ten tijde van The Island of Dr. Moreau was ik jonger en vooral bezig om naam voor mezelf te maken. Nu weet ik dat je faalt als je het publiek in begintitels iets belooft wat de film niet waarmaakt. Ik ben dienstbaar aan de regisseur, ik moet zijn verhaal verkopen en hem niet willen overtreffen.”

U kreeg veel krediet voor de intro van de film ‘Se7en’. Wat maakte die destijds uniek?

„Het lukte met Se7en zo goed omdat regisseur David Fincher (The Social Network) mij zo nauw bij zijn film betrok en vrijheid gaf. Fincher is in zijn hart een grafisch designer met een zeer verfijnd visueel gevoel, we delen een duistere, grimmige esthetica. Ik was onder de indruk van hem en wilde indruk op hem maken. Zo ontstaan de mooiste dingen.

„Maar de reactie op de intro van Se7en was emotioneel, mensen juichten en klapten. Animators vertellen mij nog steeds dat Se7en hun inspiratie was in het vak te gaan. Het komt, denk ik, omdat we in 1995 aan het begin stonden van een revolutie in ‘motion graphics’: je kon met heel weinig geld digitaal opeens de prachtigste dingen maken. Zo’n moment als Saul Bass had in 1955 met The Man With the Golden Arm. Voor die tijd hingen filmtitels er wat bij, daarna dacht iedereen: wow, zo kan je een film echt kickstarten.”

Is de gouden tijd van de filmtitels niet voorbij? In actiefilms slaan ze de titelrol soms gewoon over.

„Dat geeft niet, het kan ook een uitdaging zijn om eindtitels te ontwerpen waarmee mensen de zaal uitdansen. De realiteit is dat grafisch ontwerpers steeds dieper in speelfilms infiltreren door digitalisering van special effects. In (de superheldenfilm) Iron Man ontwierp ik naast de titelrol meer dan 35 filmshots, vooral holografische beelden.

„En elders worden begintitels juist belangrijker. Bij Dawn of the Dead in 2004 belegeren zombies een groep mensen in een winkelcentrum. Bezoekers van testvoorstellingen snapten niet hoe het zover was gekomen. Dus maakte ik van de titelrol een minifilm uit nep-televisiebeelden waarin de wereld door zombies onder de voet wordt gelopen. Dat zie je tegenwoordig veel vaker: begintitels die in twee minuten het hele achtergrondverhaal geven. Dat bespaart de filmmaker tijd.”

Dus u krijgt zeker grotere budgetten dan vroeger?

„Helemaal niet, het geld is altijd op als ze mij inhuren. Soms schuiven ze wat meters overtollige film toe om wat mee te rommelen: versnellen, slowmotion. Bij de gangsterfilm Donnie Brasco met Johnny Depp en Al Pacino kreeg ik net genoeg budget om dia’s in te scannen, niet voor bewegende beelden. Daar deed ik mijn voordeel mee. [Door een collage van FBI-observatieshots van gangsters introduceert Cooper pijlsnel de spelers, relaties en situatie, red.] U wees op mijn voorliefde voor de microwereld. Die is oprecht, maar het helpt ook dat zulke beelden erg goedkoop zijn.”