Commercie kopieert danskunst: plagiaat?

Je zou het ook als compliment kunnen zien. Elementen uit de moderne dans sijpelen door in commercie en popcultuur. Ha! Eindelijk erkenning! Maar in plaats daarvan voelt de danswereld zich bedreigd. En procedeert tegen plagiaat.

Eerst was er al de Vlaamse choreografe Anne Teresa De Keersmaeker die delen uit haar ballet Rosas danst Rosas (1983) herkende in de videoclip bij het nummer Countdown van r&b-ster Beyoncé. Die clip is een aaneenschakeling van knipogen naar en citaten van films, dansen en dansfilms. De belangrijkste inspiratiebron was de musical Funny Face. Ook daaruit wordt ruim geput, en in dat opzicht is hommage al niet meer van imitatie te onderscheiden.

Zeker, één scène in de clip komt wel heel letterlijk overeen met het werk van De Keersmaeker. In dit fragment staat Beyoncé vooraan, met rechts achter zich drie danseressen: exact die opstelling zie je in een YouTubefilmpje van Rosas ook. De danseressen dragen een variatie op een kostschooluniform: idem. Hun bewegingen zijn sterk vergelijkbaar in hun verlegen dromerigheid. Maar dan nog: hoe vaak citeert een clip niet een beroemde filmscène? Is dat dan ook plagiaat? In de kunst heb je bedenkers en verspreiders: dat Michael Jackson zijn beroemde ‘moonwalk’ rechtstreeks ontleende aan choreograaf Bob Fosse, maakt Jacksons verdienste ook niet minder.

Waar ligt de grens tussen eenvoudig ‘geïnspireerd zijn’, en simpelweg stelen? Wie het auteursrecht heeft van een beweging, is juridisch moeilijk hard te maken. Anders is het bij een ‘reeks bewegingen’, al moet dan worden aangetoond dat die uniek zijn en door de choreograaf zijn verzonnen. De Keersmaeker heeft in elk geval een juridisch team op de zangeres afgestuurd. De clip moet van de buis, en De Keersmaeker eist een schadevergoeding. Wordt vervolgd.

In haar kielzog volgt nu een Vlaams dansgezelschap, Charleroi/Danses, dat cosmeticamerk Chanel van diefstal beschuldigt. Want hun reclamespot voor nagellak, ‘Shade Parade’, zou het exacte stramien volgen van Kiss & Cry van Michèle Anne De Mey en Jaco Van Dormael. En wat is precies de overeenkomst? In beide gevallen zijn het de handen die dansen, met huppelende vingers als benen. De beschuldiging van plagiaat lijkt hier wel heel vergezocht: willen deze choreografen echt gaan aantonen dat het imiteren van benen met vingers hun uitvinding is? Nee, hier lijkt iets veel eenvoudigers aan de hand: Charleroi/Danses ruikt geld.

Zou het rancune zijn? De frustratie dat een popster en een make-upmerk een veel groter publiek bereiken met ‘hun’ vondst dan hen ooit is gelukt, en die bovendien flink te gelde maken? Terwijl je ook voorzichtig-optimistisch zou kunnen concluderen dat als de mainstreamcultuur de moderne dans omarmt, die laatste kennelijk een groot publiek aanspreekt en dus niet zo highbrow en elitair is als altijd wordt beweerd.

Of is nu juist dát voor de danswereld een onwelkome gedachte?

Herien wensink