'Amerikanen overwogen cyberaanval op Libië'

Een aantal adviseurs en officiers verzette zich echter tegen het plan uit angst voor een tegenaanval.

Vlak voor het begin van de NAVO-bombardementen op Libië in maart heeft de Amerikaanse regering overwogen de missie van start te laten gaan met een cyberaanval op het computernetwerk van het Libische leger. Dat schreef The New York Times maandag.

President Obama en zijn adviseurs zouden intensief hebben gedebatteerd over een cyberoffensief om het Libische systeem van luchtafweerraketten plat te leggen. Dit moest voorkomen dat het regime van Gaddafi zou schieten op de vliegtuigen van de NAVO-missie, die gerichte bombardementen uitvoerden in Libië om de rebellenopstand te steunen.

Details over de precieze technieken zijn niet vrijgegeven, maar door de cyberaanval zou het militaire communicatiesysteem van Libië worden verstoord. Het radarsysteem zou de NAVO-vliegtuigen niet opmerken en dus geen informatie kunnen doorsturen naar luchtafweerraketten.

Een aantal adviseurs van Obama en een paar officiers verzetten zich tegen het plan voor een cyberaanval, uit angst dat het een precedent zou scheppen voor andere landen om zelf cyberoffensieven te beginnen, onder andere tegen Amerika. De bezorgdheid betrof Rusland en China, aldus The New York Times. Ook was het de vraag of de cyberaanval op korte termijn kon worden uitgevoerd en of de president het mandaat had om dit te doen zonder eerst het Amerikaanse Congres te informeren.

Uiteindelijk zag de regering-Obama af van een cyberoffensief en werden conventionele gevechtsvliegtuigen, kruisraketten en onbemande vliegtuigjes ingezet om aanvallen uit te voeren op het Libische luchtafweergeschut-radarsysteem. Het debat achter gesloten deuren toont het groeiende belang van cyberoffensieven in moderne oorlogen. (NRC)