Ach, die provinciale identiteit bestaat helemaal niet

De provincies Noord-Holland, Utrecht en Flevoland moeten van het kabinet fuseren. De drie provinciebesturen zien een megaprovincie, die beter zou zijn voor het stimuleren van de economie, niet zitten. Maar of ze namens de bevolking spreken is niet duidelijk. Friezen of Limburgers voelen zich echt Fries of Limburger, maar Noord-Holland, Utrecht en Flevoland hebben „een zwakke identiteit”.

Noord-Flutland. Funland. Flut-Holland. Op internetfora zingen al namen rond voor de Randstadprovincie die het kabinet voor ogen heeft – een fusie van Noord-Holland, Utrecht en Flevoland met als doel de economie in de „noordvleugel” van de Randstad te versterken.

Maar zo ver is het nog niet. De provinciebesturen verzetten zich tegen de fusieplannen, en een meerderheid van de Tweede Kamer ook. PVV-Kamerlid Hero Brinkman pleit voor een referendum, net als zijn SP-collega Ronald van Raak. „Bij deze fusie worden drie provinciale democratieën opgeheven”, zegt Van Raak. „Daar moet de bevolking in die provincies zich over uitspreken.”

Hoogleraar staatsrecht Douwe Jan Elzinga rekent niet op grootschalig, provinciaal verzet tegen een fusie. „In Noord- en Zuid-Nederland hebben provincies een sterk profiel. Brabant, Zeeland, Friesland. Randstedelijke provincies niet. Zij hebben grote, invloedrijke steden die concurreren met het provinciehuis.”

En cultuurhistoricus Gerard Rooijakkers, gespecialiseerd in de Nederlandse volkscultuur, zegt: „Deze provincies ontbreekt het stuk voor stuk aan een sterke identiteit. Noord-Holland is een bundel van regio’s als de Zaanstreek en de Kop van Noord-Holland. Flevoland ontleent zijn identiteit hoogstens aan het feit dat het geen identiteit hééft. En de provincie Utrecht draait om de stad Utrecht.”

De provincies proberen de eigen identiteit wel te versterken. Elke provincie heeft een vlag, bijna elke provincie heeft een volkslied. Van ‘Utrecht, nobel, nijver Utrecht/ Middelpunt naar alle kant’ tot ‘Mijn geliefde Flevoland!/ Land gemaakt door mensenhanden/ Vol vertrouwen en met kracht.’ De provincievolksliederen zijn volgens Rooijakkers een voorbeeld van „identiteitenfabriek Nederland”. „Identiteit wordt in Nederland aan de lopende band gecreëerd. Vaak om economische redenen, onder het mom van ‘city marketing’ of – in dit geval – provinciale pr.” Een „enigszins krampachtig gebeuren”, vindt hij, want welke Utrechter weet nu dat zijn provincie een volkslied heeft?

Niet toevallig zijn de enige provincies zónder officieel volkslied Noord-Brabant en Limburg. „Twee provincies met een heel sterke provinciale identiteit”, zegt Rooijakkers. „Die hebben helemaal geen lied nodig.” Een fusie van Brabant, Limburg en Zeeland zou dan ook niet worden geaccepteerd, denkt hij. „Niet voor niets mikt het kabinet op het samengaan van drie provincies met een zwakke identiteit.”

Verzet tegen het fusieplan zou wel kunnen komen van bepaalde streken binnen de provincies, verwacht Elzinga. „In de Noordoostpolder is de verbondenheid met het westen klein. En ook de Kop van Noord-Holland wil helemaal niet bij de Randstad horen.” Volgens Johan Remkes, commissaris van de koningin in Noord-Holland, vrezen inwoners van het noorden van Noord-Holland dat er na een provinciefusie minder bestuurlijke aandacht naar hen zal uitgaan. „En in Haarlem bestaat de angst de status van hoofdstad te verliezen”, zegt Remkes.

Tekenen van verzet zijn er al. De burgemeester van Alkmaar sprak zich eerder deze maand uit tegen een fusie, uit zorg dat ‘Noord-Holland-Noord’ in de vergetelheid raakt. En op Texel (dat valt onder Noord-Holland) wint de retoriek van ‘eilanders’ versus ‘Randstedelingen’ aan kracht. Alfred Schaatsenberg, fractievoorzitter van de PvdA op Texel, vreest dat het eiland het „ondergeschoven kindje” van de „megaprovincie” wordt. Of nog erger, zo zei hij tegen RTV Noord-Holland: dat de Friezen Texel zullen inlijven.

De identiteit van Flevoland, Utrecht en Noord-Holland mag zwak zijn, het valt niet uit te sluiten dat het provinciegevoel groeit zodra de fusie dichterbij komt. Hetzelfde gebeurt immers op Europees niveau: nationalisme gedijt door de grensvervaging binnen de Europese Unie. Volgens Gerard Rooijakkers is het mogelijk dat provincies onder druk van de fusie „cultureel tegengif” aanmaken: het nieuw leven inblazen van het volkslied, het hijsen van de provincievlag. Krachtig verzet verwacht hij echter niet. „De meeste inwoners in deze provincies liggen eenvoudigweg niet wakker van een fusie. De provinciehuizen misschien wel, maar de bevolking niet.” Douwe Jan Elzinga: „Neem een inwoner van Amsterdam. Die is in de eerste plaats Amsterdammer. En op de tiende plaats is hij nog steeds Amsterdammer. Pas op plaats elf is hij een Noord-Hollander.”

Elzinga verwacht dan ook dat het gevoel van identiteitsverlies rondom de fusie zal meevallen – er valt eenvoudigweg weinig te verliezen. Theo Toonen, hoogleraar bestuurskunde in Delft en Leiden, benadrukt dat het fusieplan een kwestie is van economie, niet van identiteit. „Betere infrastructuur, ruimtelijke ordening, stadsontwikkeling. Daar doelt het kabinet op met deze fusie.”

Kortom, zegt Toonen: het kabinet moet zich niet laten leiden door een discussie over identiteit. „Natuurlijk komt er verzet. Mensen willen nu eenmaal graag de status-quo handhaven. Maar op die manier verandert er nooit iets in Nederland. En laten we eerlijk zijn: de identiteit van de Kop van Noord-Holland of de Noordoostpolder verandert heus niet door zo’n fusie.”