Zie Occupy als Wiki die allen mogen editen

Cynici zeggen dat de Occupy-beweging zelf niet weet waar ze tegen is.

Maar dit protest is open source. Eerst maar de tent opzetten, daarna eisen stellen.

Sinds afgelopen weekeinde heeft de internationale #occupy-beweging een Amsterdamse en een Haagse variant. Er zijn tenten opgeslagen, internetcafés opgezet en bibliotheken opgetuigd. Er zijn algemene vergaderingen belegd, discussiegroepen georganiseerd en slogans geformuleerd. Ook zijn er voedselbanken en veldhospitaals geopend. En Jelle Brandt Corstius bestiert een pleinbioscoop.

Wat de bewoners van deze tijdelijke steden in de financiële en politieke centra van het land voorlopig niet doen, is een comité van sterke leiders benoemen, een pakket met eisen indienen, de confrontatie zoeken of de wet overtreden.

Ongetwijfeld zullen de babyboomgeneratie van de ludieke jaren zestig en de politieke jaren zeventig en de verloren generatie van de cynische jaren 80 en de relativistische jaren 90 er niets van begrijpen. De jongeren op het Beursplein en het Binnenhof zullen echter ook hen welkom heten: Welkom in de eenentwintigste eeuw, welkom bij het protest van de netwerkgeneratie!

Dat #occupyamsterdam en #occupydenhaag moeten worden beschouwd als een beweging van de netwerkgeneratie, voor alle duidelijkheid, niet vanwege het vele gebruik van sociale media. Uiteraard worden er discussies gevoerd in de blogosfeer, stromen er steunbetuigingen binnen via Facebook en worden er oproepen verspreid via Twitter. Maar de inzet van sociale media maakt #occupy niet per definitie anders dan andere bewegingen – niet wezenlijk anders, tenminste.

#Occupy onderscheidt zich echter wel van bewegingen uit vervlogen tijden door consequente toepassing van het opensourcemodel. Dit model biedt vrije toegang tot bronmateriaal – computercode, data, informatie – zodat eenieder dit materiaal naar eigen inzicht kan gebruiken, kopiëren, veranderen of verbeteren, mits alle afgeleide vormen ook vrij toegankelijk zijn. Een voorbeeld is ‘Wikipedia’, maar het wordt ook gebruikt voor het ontwikkelen van besturingssystemen (Linux), programmeertalen (Python) en software (Mozilla Firefox).

Een succesvol opensourceproject, zo is gebleken, doet een algemene belofte (‘wij worden een protestbeweging’), heeft een eenvoudig begin (‘bezet een plein’), sluit niemand uit (‘wij zijn de 99%’) en laat het aan de vrijwilligers om te bepalen welke bijdragen er worden geleverd.

Er zijn twee redenen waarom er nog geen duidelijke eisen, sterke leiders en heldere ultimata zijn. De praktische reden is dat de uitkomst van het proces afhangt van de uiteindelijke samenstelling van de beweging en de inhoudelijke bijdragen van de diverse groepen. De strategische reden is dat de betogers geen mensen willen afschrikken, overschreeuwen of buitensluiten. #Occupy staat of valt immers bij de betrokkenheid van veel, zo niet alle lagen van de bevolking. Het is a movement that anyone can edit.

Als deze mores inderdaad in acht worden genomen, belooft het opensourceprotest van de netwerkgeneratie een platform te worden voor oude en nieuwe geluiden. Van de schreeuw om cultuur en het gejoel om de halbeheffing tot het gefluit van de vakbonden en de drums van de alterglobalisten. Van de verontwaardiging over het pensioenakkoord en het gesis rond de graaicultuur tot het gemor om de hypotheekrenteaftrek en de zucht om de wajongregelingen. En van het geklaag over de persoonsgebonden budgetten tot de roep om duurzame energie.

Het finale lijstje met concrete eisen komt later wel. Eerst maar eens een tent opzetten.

Robin van den Akker promoveert op Cultuurfilosofie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam (zie ook webzine metamodernism.com).

    • Robin van den Akker