Vermoedelijke dader moord Endstra vast

De politie zegt te weten wie vastgoedhandelaar Willem Endstra in 2004 heeft vermoord. Maar lukt het ook om via die Russische verdachte de opdrachtgever voor de moord te vinden?

Het is een gevoelige zaak, de moord op Willem Endstra. De vastgoedbaron werd op 17 mei 2004 voor zijn kantoor in Amsterdam-Zuid doodgeschoten.

De kille liquidatie van Stille Willem – in de onderwereld stond hij bekend als de man bij wie je discreet crimineel geld kon beleggen – zorgde voor een schok. Hoe kon het dat een vastgoedmiljonair die financiële banden had met grote Nederlandse banken als ABN Amro en ING, werd neergeschoten als de eerste de beste penozebaas? Hoewel hij al sinds 2002 bekendstond als „de bankier van de onderwereld” werd witwasser Endstra na zijn dood in 2004 de verpersoonlijking van de vermenging van onderwereld en bovenwereld.

Maar er was meer wat tot beroering leidde. Endstra voelde zich de laatste twee jaar van zijn leven bedreigd. Hij werd naar eigen zeggen afgeperst door die andere Willem: Heineken-ontvoerder Willem Holleeder, zijn voormalige vriend en gids in het criminele milieu. Endstra zocht bescherming bij de politie in ruil voor informatie.

Het leidde tot een serie gesprekken tussen Endstra en rechercheurs van de Amsterdamse politie, die vanwege zijn veiligheid rijdend plaatsvonden in Endstra’s gepantserde BMW. Deze „achterbankgesprekken” leverden veel informatie op over de onderwereld, maar het lukte uiteindelijk niet om Endstra alles wat hij wist in het openbaar te laten opbiechten als kroongetuige. Hij vreesde dat de politie zijn leven niet kon beschermen.

Extra pijnlijk is de reden dat Endstra zich niet veilig voelde. Hij wist uit de eerste hand dat criminele kopstukken konden beschikken over zeer vertrouwelijke politie-informatie die alleen maar afkomstig kon zijn van justitie of politie. Zo liet Endstra een zeer omstreden inkijkoperatie in zijn kantoor filmen. Op de beelden was te zien hoe rechercheurs afluisterapparatuur in zijn kantoor plaatsten. De tip over deze operatie was afkomstig uit het criminele milieu. Met dank aan Willem Holleeder.

Er is het Openbaar Ministerie (OM) dan ook veel aan gelegen om de moord op Endstra op te lossen. Het is een prestigezaak. In 2006 leek een oplossing van de zaak nabij toen drie in Nederland wonende Turkse verdachten werden aangehouden. De drie zaten ruim een jaar in voorarrest, maar werden in de loop van 2008 vrijgelaten bij gebrek aan bewijs. Gisteren zijn twee van hen opnieuw gearresteerd, zo bevestigen hun advocaten.

De derde verdachte is de vermoedelijke schutter. Volgens ingewijden heeft de politie op de plaats waar Endstra is doodgeschoten bewijs gevonden met daarop DNA-sporen van de 47-jarige Rus. Vorige jaar leidde een zoektocht in een internationale politiedatabank met DNA-materiaal tot de identificatie van de verdachte, aldus de politie.

De man is dit weekend aangehouden in het buitenland. Het OM heeft inmiddels om zijn uitlevering verzocht.

Voor het OM is nog belangrijker dan een veroordeling van de moordenaar van Willem Endstra, het antwoord op de vraag wie de opdracht voor die moord heeft gegeven. Endstra had namens meerdere criminele opdrachtgevers vele miljoenen geïnvesteerd in vastgoed. Vijanden genoeg dus, al zijn de meesten overleden: ook geliquideerd. De gedachte is dat de strijd om het criminele geld dat bij Endstra was geparkeerd uiteindelijk heeft geleid tot de moord op de vastgoedbaron.

Willem Holleeder is een van de weinige criminelen die nog kunnen vertellen over hun ontmoetingen met Stille Willem. Holleeder werd eind 2007 tot negen jaar cel veroordeeld voor afpersing van Endstra. Hoewel Holleeder vaak in verband is gebracht met de moord op Endstra en enkele andere liquidaties, is het harde bewijs daarvoor nooit geleverd. Holleeder heeft altijd ontkend dat hij betrokken was bij afpersing van „meneer Endstra”.

Die ontkenning geloofde de rechter niet. „Weet u wat het is”, zei Holleeder indertijd tegen de rechter. „Als ik naar de bakker ga, maakt u ervan dat ik het brood niet wil afrekenen.”

Twee weken geleden doken nieuwe verklaringen op over de betrokkenheid van Holleeder bij liquidaties in het criminele milieu. Die verklaringen komen van Peter la S., een kroongetuige die deed wat Endstra niet durfde: uit de school klappen. Zijn verklaringen stammen uit 2006 en het is volgens ingewijden maar zeer de vraag of deze voldoende bewijs bieden voor een nieuwe zaak tegen Holleeder.

Na de veroordeling van Holleeder voor afpersing is onder de codenaam Pampus al het bewijsmateriaal over liquidaties nogmaals bekeken. Het heeft geen harde aanwijzingen opgeleverd waarmee een zaak kon worden gebouwd tegen Holleeder, die in januari van 2012 vrijkomt.

Misschien wil de nu gearresteerde Rus wel praten over zijn opdrachtgevers. Maar de ervaring in andere moordonderzoeken biedt weinig hoop. In het grote liquidatieproces dat al sinds 2006 aan de gang is, zwijgen de verdachte schutters in alle talen over de opdrachtgevers.