Tekst veranderd na handtekening

Nadat de handtekeningen waren verzameld voor het burgerinitiatief Voltooid Leven, werd de tekst veranderd voor aanbieding aan de Tweede Kamer. Dat kan niet, vindt Ton Vink.

Morgen belegt de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde (NVVE) in de Utrechtse Jaarbeurs een groot symposium ‘Voltooid Leven’. Over dit onderwerp werd vorig jaar een burgerinitiatief georganiseerd. De tekst hiervan werd, ondertekend door meer dan honderdduizend Nederlanders, in mei 2010 aan de Tweede Kamer overhandigd.

Het voorstel van de initiatiefgroep Uit Vrije Wil (UVW) beoogde nieuwe regelgeving voor stervenshulp aan zeventigplussers. Aansluitend lanceerde de NVVE het plan om op korte termijn te komen tot de oprichting van een levenseindekliniek.

Maar het Burgerinitiatief Voltooid Leven is twijfelachtig geworden. In de tekst van het initiatief behoort het ‘invoelbaar’ zijn van de stervenswens tot de voorwaarden. Maar Uit Vrije Wil verwijderde de verwijzing naar invoelbaarheid uit de tekst, nadat de handtekeningen waren verzameld. De ondertekenaars van het initiatief plaatsten hun handtekening dus onder een tekst die door Yvonne van Baarle, initiatiefneemster van het eerste uur, later als „een verkeerd spoor” werd gekarakteriseerd.

Het initiatief, inclusief invoelbaarheid als voorwaarde, werd met 116.871 steunbetuigingen aan de Tweede Kamer aangeboden en door Johan Remkes, toenmalig voorzitter van de Commissie voor de Verzoekschriften en de Burgerinitiatieven, in ontvangst genomen. Pas een jaar later, bij de publicatie van het conceptwetsvoorstel door Uit Vrije Wil in 2011, verdween de voorwaarde van invoelbaarheid. De tekst die het parlement is voorgelegd, wijkt dus op een inhoudelijk belangrijk punt af van de tekst die de burgers hebben ondertekend.

Het verweer van jurist Jit Peters, een van de opstellers van het conceptwetsvoorstel, dat woorden in een wetsvoorstel anders uitgewerkt worden dan in de tekst van het burgerinitiatief, is hier absoluut ontoereikend. In meer dan dertig jaar euthanasiedebat in Nederland is geen begrip méér omstreden dan juist het ‘invoelbaar zijn’, bijvoorbeeld van het ondraaglijk lijden of de wens te sterven. Ook de Kamercommissie mag zich dit aantrekken. De commissie kan uit deze gang van zaken leren dat zij moet controleren of het voor het Kamerdebat opgestelde voorstel wat inhoud betreft overeenkomt met het door de Nederlandse burgers ondertekende voorstel. Dat is hier evident niet het geval.

De Levenseindekliniek kent volgens het ‘Haalbaarheidsonderzoek’ (NVVE 2010) als doelgroep mensen die „in aanmerking komen voor euthanasie en hulp bij zelfdoding”, maar heeft geen arts bereid kunnen vinden om mensen te helpen die „begeleid willen stoppen met eten en drinken” dan wel in de kliniek „zelfverzamelde dodelijke medicijnen” willen innemen.

Die laatste groep brengt de kliniek in direct conflict met de wet. In 2008 deed de Hoge Raad een uitspraak waarin sprake is van strafbaar behulpzaam zijn als iemand (bijvoorbeeld medewerkers van een levenseindekliniek) „het door zijn handelen voor de ander mogelijk of gemakkelijker heeft gemaakt om zichzelf te doden, terwijl voor de strafbaarheid daarnaast niet meer wordt vereist dan dat de zelfdoding heeft plaatsgevonden”. Zowel de NVVE als de Nederlandse gemeente die deze kliniek aan een vergunning wil helpen (Den Haag schijnt in beeld te zijn), zou dit evidente conflict met art. 294 uit ons Wetboek van Strafrecht onder ogen moeten zien.

De kliniek heeft ook nog eens financieel belang bij het plaatsvinden van de levensbeëindiging. Daarnaast blijkt uit recent wetenschappelijk onderzoek (het zogeheten koppelonderzoek) dat zo’n 10 procent van de verzoeken om euthanasie niet doorgaan, omdat ze op het laatst worden ingetrokken. Is daar binnen de levenseindekliniek, die financieel gericht is op het doen plaatsvinden van de euthanasie – de cliënt heeft zijn geld betaald – nog wel ruimte voor? Je kunt daar moeilijk met een schouderophalen aan voorbijgaan.

Dr. Ton Vink werkt als consulent samen met Stichting De Einder. Voor meer informatie zie het boek Uitweg, een waardig levenseinde in eigen hand. Door Boudewijn Chabot en Stella Braam.