Streng Brussel is goed, maar niet over ons

Het kabinet pleit voor streng toezicht op het economisch beleid van eurolanden. Maar wat zou er gebeurd zijn als een steng Brussel Nederland het afgelopen decennium de maat had genomen?

Volmondig „Ja!”. Dat zegt Bernard Wientjes tegen meer Europa. De voorman van werkgeversorganisatie VNO NCW „steunt van harte de koers die premier Mark Rutte in Europa vaart.” Ook als het gaat om meer toezicht vanuit Brussel op het economisch beleid van Nederland. Wientjes: „Als je controle wil hebben op andere Europese landen, moet je bevoegdheden afstaan.” Maar dat mag niet betekenen dat Brussel zich gaat bemoeien met de hoogte van de hypotheekschuld, vindt Wientjes. Of met hoeveel Nederland exporteert. „Dan overschrijdt Europa een grens. Dat zijn Nederlandse zaken. Maar we hebben zo’n ijzersterke economie dat ik niet bang ben voor een aanwijzing.”

Precies dezelfde redenering hanteert het kabinet, bij monde van Maxime Verhagen (Economische Zaken) en Jan Kees de Jager (Financiën). Streng toezicht is goed, maar Nederland wordt natuurlijk zelf niet op de vingers getikt.

De CDA-ministers pleitten maandag in een brief aan de Kamer voor toezicht op de economieën van de Europese Unie. Scheidsrechter: de Europese Commissie. Want alleen als de economie gezond is, zijn de overheidsfinanciën blijvend gezond.

Kijk maar naar Spanje en Ierland. Die twee landen hadden in 2007 voorbeeldige overheidsfinanciën. Een laag begrotingstekort en minder overheidsschuld dan Nederland. Door de financiële crisis van 2008 barstte de speculatieve zeepbel op hun huizenmarkten. De Spaanse en Ierse regeringen vingen de klap op en kwamen alsnog in problemen. Verhagen en De Jager geven in hun brief toe dat ook Nederland van 2000 tot 2010 in totaal 24 keer de maatstaven die Europa wil hanteren om de economische gezondheid te meten heeft overschreden.

Europa onderhandelt nog over de precieze economische maatstaven. Over een aantal zijn ze het eens. Hoeveel importeert een land? Zijn de lonen te hoog? Is er te veel private schuld? Verlenen banken te veel kredieten? Stijgen de huizenprijzen te snel? Als een land niet genoeg ingrijpt, dreigt een boete ter waarde van 0,1 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Verhagen en De Jager denken dat een overschrijding van één indicator geen reden zal zijn voor straf. Het eindoordeel zal afhangen van „een uitgebreide economische interpretatie.”

Stel dat de economische politie in 2000 was opgericht. Wat zouden de oekazes van de Europese Commissie zijn geweest?

Te veel hypotheekschuld

Elk internationaal instituut dat de Nederlandse economie regelmatig doorlicht, schrijft telkens hetzelfde op: jemig, wat hebben Nederlandse huishoudens hoge hypotheekschulden! Het totaalbedrag aan hypotheken (644 miljard euro) is zelfs groter dan het bbp. De maatstaf ‘schuld private sector’ is dan ook al elf jaar veel hoger dan Europa gezond acht. Maximaal mag die schuld 160 procent van het bbp bedragen. In Nederland groeide de private schuld van 190 procent in 2000 naar 223 procent 2010. In deze indicator zitten hypotheken en schulden van bedrijven.

Verhagen en De Jager wijzen erop dat deze schuld-maatstaf maar het halve verhaal vertelt. Nederlanders sparen ook veel. Zo zit in de pensioenpot 980 miljard euro. „De netto vermogenspositie van huishoudens blijft daardoor positief.” Ze hopen dat Brussel dit mee weegt. Ook toezichthouders DNB en AFM maken zich zorgen over de hoge (top)hypotheekschuld.

Matig de lonen

Nederland heeft vaak een tekort aan personeel. Dat maakt arbeid schaars en met enige regelmaat duur. Zeker als de economie op volle toeren draait, zoals rond de eeuwwisseling. Van 2000 tot 2010 overschreed Nederland vier keer de maatstaf ‘arbeidskosten per eenheid product’. Dat betekent dat de lonen sneller stegen dan de arbeidsproductiviteit. De arbeidskosten zouden niet meer dan 9 procent mogen stijgen, gemeten over drie jaar. In Nederland stegen de arbeidskosten in die vier jaar met grofweg 10 en 13 procent.

Exporteer toch niet zoveel

Over één maatstaf zijn de landen van de Europese Unie het nog steeds niet eens: de export. Als een land veel exporteert, zorgt het dan voor macro-economische onevenwichtigheden in Europa of niet? Exportlanden Duitsland en Nederland vinden dat ze niet op de vingers getikt moeten worden voor hun exportsucces. Landen die veel importeren zijn een veel groter probleem. Zij hebben een slechte concurrentiepositie op de wereldmarkt. Zuid-Europese landen denken hier anders over. Zij importeren zoveel omdat landen als Duitsland hun lonen kunstmatig laag houden. Daardoor zijn Duitse producten relatief goedkoop en is de export hoog. Daar valt niet tegen op te concurreren. Duitsland en Nederland moeten hun succes matigen.

    • Marike Stellinga