Stadion is symbool van rellen, armoede en wild kapitalisme

In stadion Maksimir in Zagreb begonnen op 13 mei 1990 de rellen die leidden tot de opdeling van Joegoslavië.

Fans van Dinamo, vanavond tegenstander van Ajax, lijken trots op het duistere verleden.

Ajax' head coach Frank De Boer during his team's training session, in Zagreb, on October 17, 2011 a day ahead of his team's group D Champioship league football match against Dinamo Zagreb. AFP PHOTO/ HRVOJE POLAN AFP

Je ziet het er slecht aan af, maar Ajax speelt vandaag in Kroatië tegen Dinamo op historische grond. Stadion Maksimir, de thuisbasis van de Bad Blue Boys in Zagreb, is nauw verbonden met de recente Kroatische geschiedenis. Sommigen zeggen dat de onafhankelijkheid van Kroatië hier begon. Op de tribunes en sintelbaan werd op 13 mei 1990 de openingsslag geleverd voor de oorlog waarmee Kroatië zich vrij vocht uit de Joegoslavische federatie.

Het was vlak na de eerste onafhankelijke democratische verkiezingen in Kroatië, dat los wilde uit de door Serviërs gedomineerde Joegoslavische federatie. De sfeer was gespannen. De supporters van Rode Ster uit Belgrado (Servië) werden geleid door Zjelko Raznatovic, alias Arkan, die een jaar later met zijn paramilitaire troepen in Vukovar zou huishouden. Dinamo-supporters zwaaiden met Kroatische vlaggen, een provocatie. De onrust en de relletjes die ’s ochtends in de stad begonnen, verplaatsten zich naar het station en liep daar uit de hand. Het had weinig gescheeld of er waren doden gevallen. De wedstrijd zelf is nooit gespeeld.

Drie weken later, op 3 juni 1990, speelde het Joegoslavische nationale team zijn laatste wedstrijd. Tegen Nederland, ook in Maksimir. Journalist Andrija Kacic Karlin, die een aantal boeken over het Kroatische voetbal heeft geschreven, was er toen bij. Iedereen was tegen Joegoslavië, vertelt hij in een café vlak bij het stadion. En dus zongen de Kroaten op de tribunes liederen voor Nederland, en tegen het eigen team. „Een schande”, gniffelt hij.

Het begin van de gewelddadige opdeling van Joegoslavië is misschien niet direct iets om aan herinnerd te willen worden. Sinds de oorlog stellen de voetbalcompetities in Servië en Kroatië nog maar weinig voor in vergelijking met de Joegoslavische, waarbinnen sterke teams zich aan elkaar optrokken. In 1991 won Rode Ster Belgrado de Europa Cup 1 (nu Champions League) met spelers uit alle delen van de federatie.

Nu heet de competitiewedstrijd Hajduk Split tegen Dinamo Zagreb in de volksmond ‘de eeuwige derby’. Het zijn de enige twee clubs die er binnen het land van vier miljoen inwoners echt toe doen. En zelfs voor dat duel zijn de stadions amper vol te krijgen. Dinamo werd sinds het bestaan van de Kroatische competitie in 1992 dertien keer kampioen.

Maar bij Dinamo schaamt niemand zich voor die rellen in 1990. In tegendeel. Onder Dinamo-supporters geldt begin jaren negentig als een ‘romantische’ periode, vertelt Kacic Karlin. „Vechten voor onafhankelijkheid.” Na 13 mei verruilden ze hun clubshirt voor een uniform van het nog prille Kroatische leger en pakten de wapens op voor hun land. „Velen van hen sneuvelden.” Aan Servische kant gold hetzelfde. Voetbalsupporters waren oververtegenwoordigd onder de paramilitairen.

Op de parkeerplaats achter de westelijke tribune staat een bronzen reliëf van gewapende soldaten. Aan een van de ronde helmen is een rozenkrans gehangen. Het beeld uit 1994 memoreert gesneuvelde Dinamo-supporters. Elk jaar wordt hier op 13 mei een herdenking georganiseerd.

De nu 41-jarige stadionmanager Miljenko Sakoman luisterde 21 jaar geleden gefrustreerd naar de radio in Pula, de kuststad waar hij gelegerd was voor zijn dienstplicht in het Joegoslavische leger, vertelt hij tijdens een rondleiding door het stadion. Hij laat de oogst zien van de laatste opknapronde: nieuwe blauwe stoeltjes (35.000), een nieuwe UEFA-kamer, nieuw gras, het veld een meter lager, een nieuwe viptribune, een nieuwe zaal voor persconferenties. Hij hoorde hoe het bij zijn club, waar zijn vader ook al stadionmanager was, uit de hand liep en deserteerde om zich bij de andere Bad Blue Boys te kunnen voegen. Maar tegen de tijd dat hij in de hoofdstad aankwam, waren de gevechten al over. Voor de desertie werd hij nog vastgezet. Daarna voegde hij zich bij het jonge Kroatische leger. In zijn warme kantoor in de zuidrand hangt een poster van generaal Ante Gotovina, eerder dit jaar in Den Haag tot 24 jaar veroordeeld wegens oorlogsmisdaden. ‘Held, geen misdadiger’, staat erop.

Stadion Maksimir werd in 1912 gebouwd, maar er is niets wat aan dat verre verleden herinnert. Dit is een monument van een jong land, van een naoorlogse economie en wild kapitalisme. Een ruwe en onaffe betonnen kolos. Elke tribune heeft een ander bouwjaar. Lapwerk van de ene na de andere omstreden renovatieronde. Nu Dinamo voor het eerst sinds 1999 in de groepsfase van de Champions League speelt, liggen de plannen voor de volgende verbouwing weer klaar.

Dinamo was de club van president Franjo Tudjman, de generaal die Kroatië de oorlog in en uit leidde en die grootse plannen met de club had. Dinamo klonk te ‘communistisch’ vond hij. Hij besloot de club NK Croatia Zagreb te noemen. De fans waren zo kwaad dat ze Maksimir in de fik probeerden te steken en flink beschadigden. Na Tudjmans dood werd NK Croatia weer Dinamo.

Kort na de oorlog, in 1997, begon een grootscheepse verbouwing. De betonbak zou een schil van kantoren krijgen, met glimmend blauwe ramen. Toen Tudjman nog leefde, was het geen probleem het budget van de gemeente en tevens eigenaar aan te spreken en stonden investeerders in de rij om via de club een wit voetje bij hem te halen. Maar na zijn dood in 1999 was dat enthousiasme verdwenen. De bijna afgemaakte chique winkelruimtes en kantoren staan nu, veertien jaar later, nog steeds leeg. De elektriciteit is er nooit aangesloten. De roltrap omhoog staat stil. Het clubbestuur huist in een rij mobiele containers onder de westelijke vleugel.

Het zijn andere tijden. Kroatië is bijna EU-lid. Tudjman is allang dood. De romantiek is weg. Maar nog steeds moet de club het van de relatie met de autoriteiten hebben. De stad Zagreb, eigenaar van het stadion, maakt jaarlijks geld over aan de club. Maar er is niemand die het stadion succesvol exploiteert en volgens de fans verdwijnt het meeste geld spoorloos. Een clubwinkel of een museum is er niet.

Zoveel geld, zoveel onafgemaakte verbouwingen, zoveel verspilling van belastinggeld, zeggen mensen nu gedesillusioneerd. Stadion Maksimir is een symbool van corruptie. Plannen voor een nieuw stadion op deze of een andere plek kunnen alleen op cynisme rekenen. De fans zijn ervan overtuigd dat het stadsbestuur zijn oog op de locatie heeft laten vallen. Tien minuten met de tram vanuit het centrum van de hoofdstad. Naast Park Maksimir, waar de spelers joggen. Ideaal voor luxe appartementen.

De woede van de fans over de armoede bij Dinamo Zagreb richt zich op Zdravko Mamic, de rijke spelersmakelaar en vicevoorzitter die de dienst uitmaakt in het dagelijks bestuur. Uit protest tegen alleenheerser Mamic heeft de harde kern vorig jaar alle wedstrijden van de club geboycot. Dit jaar boycotten ze alleen de Champions- Leagueduels, waaronder die van vanavond. Dat het tegen Ajax niettemin vrijwel uitverkocht is, komt volgens Sisic doordat ook ‘andere’ Kroaten erop afkomen. „Maar de sfeer zal zonder ons niet hetzelfde zijn.”