Stadion als symbool van rellen, armoede en corruptie

In het Maksimir-stadion begonnen op 13 mei 1990 de rellen die leidden tot de opdeling van Joegoslavië.

De Dinamo-fans schamen zich er niet voor. Integendeel.

Je ziet het er slecht aan af, maar Ajax speelt vandaag in Kroatië tegen Dinamo op historische grond. Het Maksimir-stadion, de thuisbasis van de Bad Blue Boys in Zagreb, is nauw verbonden met de recente Kroatische geschiedenis. Sommigen zeggen dat de onafhankelijkheid van Kroatië hier begon. Op de tribunes en sintelbaan werd op 13 mei 1990 de openingsslag geleverd voor de oorlog waarmee Kroatië zich vrij vocht uit de Joegoslavische federatie.

Het was vlak na de eerste onafhankelijke democratische verkiezingen in Kroatië, dat los wilde uit de door Serviërs gedomineerde Joegoslavische federatie. De sfeer was gespannen. De supporters van Rode Ster uit Belgrado (Servië) werden geleid door Zjelko Raznatovic, alias ‘Arkan’, die een jaar later met zijn paramilitaire troepen in Vukovar zou huishouden. Dinamo-supporters zwaaiden met Kroatische vlaggen, een provocatie. De onrust en de relletjes die ’s ochtends in de stad begonnen, verplaatsten zich naar het station en liep daar uit de hand. Het had weinig gescheeld of er waren doden gevallen. De wedstrijd zelf is nooit gespeeld.

Drie weken later, op 3 juni 1990, speelde het Joegoslavische nationale team zijn laatste wedstrijd. Tegen Nederland, ook in Maksimir. Journalist Andrija Kacic Karlin, die een aantal boeken over het Kroatische voetbal heeft geschreven, was erbij. Iedereen was tegen Joegoslavië, vertelt hij in een café vlak bij het stadion. En dus zongen de Kroaten op de tribunes liederen voor Nederland, en tegen het eigen team. „Een schande”, gniffelt hij.

Het begin van de gewelddadige opdeling van Joegoslavië, misschien niet direct iets om aan herinnerd te willen worden. Sinds de oorlog stellen de voetbalcompetities in Servië en Kroatië nog maar weinig voor in vergelijking met de Joegoslavische, waarbinnen sterke teams zich aan elkaar optrokken. In 1991 won Rode Ster Belgrado nog de Europa Cup, met spelers uit alle delen van de federatie.

Nu heet de competitiewedstrijd Hajduk Split tegen Dinamo Zagreb in de volksmond de ‘eeuwige derby’. Het zijn de enige twee clubs die er binnen het land van 4 miljoen inwoners echt toe doen en zelfs voor dat duel zijn de stadions amper vol te krijgen. Dinamo werd sinds het bestaan van de Kroatische Liga (1992) dertien keer kampioen.

Maar bij Dinamo schaamt niemand zich voor die rellen in 1990. In tegendeel. Onder Dinamo-supporters geldt begin jaren negentig als een ‘romantische’ periode, vertelt Kacic Karlin. „Vechten voor onafhankelijkheid.” Na 13 mei verruilden ze hun clubshirt voor een uniform van het nog prille Kroatische leger en pakten de wapens op voor hun land. „Velen van hen sneuvelden.” Aan Servische kant gold hetzelfde. Voetbalsupporters waren oververtegenwoordigd onder de paramilitairen.

Op de parkeerplaats achter de west-tribune staat een bronzen reliëf van gewapende soldaten. Aan een van de ronde helmen is een rozenkrans gehangen. Het beeld uit 1994 memoreert gesneuvelde Dinamo-supporters. Elk jaar wordt hier op 13 mei een herdenking georganiseerd.

Het Maksimir-stadion werd in 1912 gebouwd, maar er is niets wat aan dat verre verleden herinnert. Dit is een monument van een jong land, van een naoorlogse economie en wild kapitalisme. Een ruwe en onaffe betonkolos. Elke tribune heeft een ander bouwjaar. Lapwerk van de ene na de andere omstreden renovatieronde. Nu Dinamo voor het eerst sinds 1999 in de groepsfase van de Champions League speelt, liggen de plannen voor de volgende verbouwing weer klaar.

Dinamo was de club van president Franjo Tudjman, de generaal die Kroatië de oorlog in en uit leidde en die grootse plannen met de club had. Dinamo klonk te ‘communistisch’ vond hij en besloot de club NK Croatia Zagreb te noemen. De fans waren zo kwaad dat ze Maksimir in de fik probeerden te steken en flink beschadigden. Na Tudjmans dood werd NK Croatia weer Dinamo.

Kort na de oorlog, in 1997, werd een grootscheepse verbouwing begonnen. De betonbak zou een schil van kantoren krijgen, met glimmendblauwe ramen. Toen Tudjman nog leefde, was het geen probleem om het budget van de stad Zagreb, de eigenaar, aan te spreken en stonden investeerders in de rij om via de club een wit voetje bij hem te halen. Maar na zijn dood in 1999 was dat enthousiasme verdwenen. De bijna afgemaakte chique winkelruimtes en kantoren staan nu, veertien jaar later, nog steeds leeg. De elektriciteit is er nooit aangesloten. De roltrap omhoog staat stil. Het clubbestuur huist in een rij mobiele containers onder de westvleugel.

Het zijn andere tijden. Kroatië is bijna EU-lid. Tudjman is allang dood. De romantiek eraf. Maar nog steeds moet de club het van de relatie met de autoriteiten hebben. De stad Zagreb, eigenaar van het stadion, maakt jaarlijks geld over aan de club. Maar er is niemand die het stadion succesvol exploiteert en volgens de fans verdwijnt het meeste geld spoorloos. Een clubwinkel of een museum is er niet.

Zoveel geld, zoveel onafgemaakte verbouwingen, zoveel verspilling van belastinggeld, zeggen mensen nu gedesillusioneerd. Maksimir is een symbool van corruptie. Plannen voor een nieuw stadion op deze of een andere plek kunnen alleen op cynisme rekenen. De fans zijn ervan overtuigd dat het stadsbestuur zijn oog op de locatie heeft laten vallen. Tien minuten met de tram vanuit het centrum van de hoofdstad. Naast Park Maksimir, waar de spelers joggen. Ideaal voor luxe appartementen.

De woede van de fans over de armoede bij Dinamo richt zich op Zdravko Mamic, de rijke spelersmakelaar en vicevoorzitter die de dienst uitmaakt in het dagelijks bestuur. Uit protest tegen Mamic heeft de harde kern van de fans vorig jaar alle wedstrijden van de club geboycot. Dit jaar boycotten ze alleen de Champions-Leagueduels, waaronder die van vanavond. Dat de wedstrijd niettemin vrijwel uitverkocht is, komt volgens Sisic doordat ook veel Kroaten die niet tot de trouwe fans horen erop afkomen. „Maar de sfeer zal zonder ons niet hetzelfde zijn.”