Persoonlijke verrijking is een deugd

De ene na de andere politicus of bestuurder raakt ‘in opspraak’. Nu weer Jos van Rey, de VVD-patroon van Limburg, senator en wethouder van Roermond, wegens mogelijke belangenverstrengeling met de vastgoedwereld. ‘In opspraak’ is een brisant begrip waar journalisten omzichtig mee om zouden moeten gaan. Het is een zelfontbrandend mechanisme: de melding dat iemand ‘in opspraak’ is, realiseert en bewijst zichzelf. Ontkenning (‘ik ben helemaal niet in opspraak’) helpt niet, het feit van de beschuldiging is zelfevident.

Naar het bestuurlijk handelen van Van Rey wordt een onderzoek ingesteld, zij het niet in de strafrechtelijke sfeer. Dat is wel het geval bij de eveneens in opspraak geraakte VVD’er Ton Hooijmaijers, voorheen gedeputeerde van Noord-Holland en wethouder van Amsterdam, die zich verstrikte in zijn bestuurlijke breiwerken en nu wordt verdacht van ambtelijke omkoping. Maar meestal blijft het bij het omineuze ‘in opspraak’. Voor zover het (oud-)politici betreft, zijn zij vaker wel dan niet afkomstig uit de VVD. Dat is het eerste wat opvalt. Het tweede is, dat de VVD hier onkwetsbaar voor is.

Het afzonderlijke individu kan zich verbeelden dat zijn eigenlijke motieven en de uitgangspunten van zijn handelen liggen in het algemeen belang, maar er is verschil tussen wat een mens over zichzelf denkt en wat hij werkelijk doet. Bij de VVD zijn de belangen van de maatschappij identiek aan de som van het eigenbelang van ieder individu. Dus dient de VVD’er altijd per definitie het eigen belang.

De echte VVD-baron grossiert in commissariaten en bijbanen, waar de armoedzaaiers in de semipublieke sector alleen maar van dromen. De DSB-bank, die niets anders dan een rovershol bleek te zijn, leek wel een clubhuis van prominente VVD-veteranen, te weten de oud-bewindslieden Gerrit Zalm, Ed Nijpels, Frank de Grave en Robin Linschoten, die zich geen van allen ooit verwaardigd hebben zich voor de praktijken van de DSB te verontschuldigen. Zulke VVD-baronnen glimlachen om onbeduidende zaakjes van bestuurlijke patatliberalen, om akkefietjes als de dubbele woonlasten van de burgemeester van Den Helder Stefan Hulman (VVD), de affaire rond van vriendjespolitiek en machtsmisbruik betichte burgemeester van Schiedam Wilma Verver (VVD), de declaraties van oud-wethouder in Amsterdam en Den Haag Frits Huffnagel (VVD). Voor ophef en verontwaardiging over zulke schandaaltjes moet men bij de PvdA-burgemeester in Gouda zijn. O ja, ik vergeet bijna het zegenrijke werk (en de declaraties) van VVD’er Dales bij de hogeschool InHolland.

Het zit in de genen van de VVD: persoonlijke verrijking is een deugd. Als iemand in zijn eigen belang tot bijzondere prestaties in staat is, bewijst hij daarmee immers ook bij uitstek geschikt te zijn om het algemeen belang te dienen. De recente biografie van VVD-coryfee Neelie Kroes door journalisten Stan de Jong en Koen Voskuil leest als een vademecum van dubieuze vergunningen, twijfelachtige aanbestedingen, omstreden contracten; vertakkingen van haar netwerk strekten zich zelfs ondergronds uit. Toch is mevrouw Kroes een van de meest gezaghebbende politici die de VVD in het veld kan sturen – en dan bedoel ik wel degelijk ook haar morele gezag, want zowel haar bijzondere capaciteiten als de kracht van haar overtuiging zijn onbetwist.

Hoe raakt een bestuurder ‘in opspraak’? Niet alleen door een vermoeden van bestuurlijke corruptie of onoorbaar handelen, maar door de zonde van avaritia, inhaligheid. Dus ook door legitiem, althans legaal, te profiteren van een functie in de (semi-)publieke sector. Zwaarder dan de beschuldiging een verziekte bestuurscultuur te hebben geschapen, trof bijvoorbeeld de directeur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers Nurten Albayrak het verwijt dat haar jaarsalaris hoger ligt dan het door haar opgegeven bedrag van een kleine 190.000 euro. Zij is lid van de VVD, benoemd door een VVD-minister en VVD’er Loek Hermans hield toezicht. Toch zag De Telegraaf kans in een paginagroot artikel over deze zaak acht keer de PvdA op te voeren, waarin een nicht van haar actief is, en nul keer de VVD te noemen.

Anders dan de VVD is de PvdA namelijk wel kwetsbaar voor het verwijt dat bestuurders hun geldzuchtige eigenbelang dienen. Zij heeft inmiddels in een code vastgelegd dat leden die in de (semi-)publieke sector meer dan 188.000 euro verdienen, uit de partij worden gezet. Dwing je zo onkreukbaarheid af? Ik geloof er niets van, het getuigt eerder van verwarring tussen de bestuurlijke moraal, de persoonlijke moraal en het partij-imago. De PvdA maakt ten onrechte een interne zaak van wat een algemeen belang en een eis van rechtvaardige politiek hoort te zijn: het bedwingen van de nieuwe bureaucratische kaste, de bestuursoligarchie die de publieke zaak beschouwt als alibi voor het verdelen van privileges en zilverlingen. Hebzucht vind je overal, zij het ’t meest bij de VVD. Het is de ideologie van de hebzucht die de beheerders van openbare instellingen en organisaties van algemeen belang naar de markt heeft gedirigeerd. Zij gedragen zich als verkopers, terwijl er geen kopers zijn maar rechthebbenden. Haal de bestuurders uit hun rol van kooplui.