Oorlogsdreiging in Oost-Afrika

Kenia leeft meer en meer van het toerisme. Safari’s en strandvakanties leveren het land meer deviezen op dan de export van koffie, thee en bloemen. Het is dus niet zo vreemd dat de regering de ontvoeringen door de Somalische moslimfundamentalistische militie Al-Shabaab op Keniaans grondgebied ziet als een ernstige bedreiging van openbare orde én welvaart in Kenia.

De militaire operaties die het Keniaanse leger sinds begin deze week uitvoert in Somalië, zijn primair een represaille tegen de ontvoeringspraktijken van Al-Shabaab, waarvan niet alleen toeristen maar ook op buitenlandse hulpverleners in vluchtelingenkampen het slachtoffer worden. Op de achtergrond van deze actie ‘Bescherm je land’ spelen uiteraard ook andere belangen. Volgens Kenia is Al-Shabaab de drijvende kracht achter de piraterij, waarvan ook de Keniaanse koopvaardij last heeft, en beraamt de militie terroristische aanvallen tot in Mombasa.

Doel van de militaire operatie is om een bufferzone van circa honderd kilometer tussen Somalië en Kenia te scheppen. Het doel van de Keniaanse regering lijkt alleszins redelijk. Geen soevereine staat kan zulke gewapende aanvallen vanuit een buurland over zijn kant laten gaan.

Omdat Kenia zelf ook profiteert van de chaos in Somalië – de Somalische diaspora is er sterk vertegenwoordigd en is zeer actief in de handel – geeft deze stap aan hoezeer de regering zich in het nauw gedreven voelt.

Maar de actie is niet zonder risico. Al Shabaab heeft wraakterreur tot in Nairobi aangekondigd. Dat is geen bluf maar een reële dreiging.

Kenia is bovendien al langer betrokken bij de oorlog in ‘failed state’ Somalië. Het officiële regeringsleger van Somalië wordt gerekruteerd en getraind door Kenia. De interventie bewijst dat de Somaliërs het niet meer zelf afkunnen. Verdere internationalisering van de Somalische burgeroorlog dreigt nu. Ook Ethiopië, dat anders dan Kenia een traditie heeft van interventies, in het buurland, zit op het vinkentouw.

Er is niet veel fantasie voor nodig om een voorstelling te maken van de eerste slachtoffers daarvan. Dat zijn de miljoenen die in de Hoorn van Afrika op de vlucht zijn voor droogte en honger en in vluchtelingenkampen creperen, als ze die opvangoorden tenminste levend bereiken.

Er is juist wel fantasie nodig voor de vraag wie een oorlog in de regio in goede banen zou kunnen leiden. Amerika beperkt zich tot nu toe tot de inzet van onbemande bommenwerpers. Europa speelt geen rol. De Afrikaanse Unie is ook niet in staat tot eensgezindheid, bleek in Libië.

Voor enig optimisme over een snelle militaire actie, die leidt tot enige ordening in de Hoorn van Afrika, is daarom geen reden.