Omdat je telefoniste van Satan wordt

Mijn telefoon ging en het was een geblokkeerd nummer. Op de een of andere manier roept een geblokkeerd nummer altijd een soort verwachtingsvolle spanning op – ik stel me zo voor dat de beste telefoontjes via een onderdrukt nummer bellen (‘iemand die graag anoniem wil blijven, biedt je een grachtenpand aan’, ‘hoi Renske, dit is de New York Times, kom je een tijdje columns voor ons schrijven?’, ‘wij zijn nog op zoek naar een part-time babygorillaverzorger’).

Toen ik opnam klonk er een man, die met de meest vreugdeloze stem ooit zei: „Dag mevrouw de Greef. Ik ben van de Postcode Loterij en ik mag u iets heel leuks aanbieden.” Nogmaals: deze man klonk alsof hij net vijf uur lang apathisch naar een herfstblaadje had zitten staren. De belofte dat hij me iets heel leuks ging aanbieden, vond ik niet bepaald vertrouwenwekkend.

Eigenlijk had ik op dat moment meteen moeten zeggen: „Ik dacht het niet”, en moeten ophangen. Toch bleef ik naar hem luisteren. Ik ben namelijk zelf een tijdje telemarketeer geweest. Vijf dagen, om precies te zijn. Ik had gehoord dat het goed betaalde, en het leek me een makkelijke manier om geld te verdienen. Het bleek inderdaad best goed te betalen – omdat je de telefoniste van Satan wordt.

Na een dag voorbereidende cursus en het kiezen van een schuilnaam, want niemand gebruikt zijn eigen naam in het telemarketeren, kon ik aan de slag. Dat betekende dat ik een lijst kreeg met de nummers van ‘opiniemakers’, redacteuren, mensen in de media, schrijvers, die ik vervolgens vragen moest voorschotelen over producten als fruitthee, gymschoenen of scheermesjes. Daarbij ging dat via dit systeem: „En vindt u Michelin-autobanden dan als merk vertrouwd voelen? Een 9 staat voor heel vertrouwd, een 8 voor best vertrouwd, een 7 voor beetje vertrouwd, een 6 voor vertrouwd, een 5 voor neutraal, een 4 voor beetje onvertrouwd, een 3 voor onvertrouwd, een 2 voor heel onvertrouwd en een 1 voor ik haat Michelin-autobanden. Sorry, wat? Of ik het nog een keer wil herhalen?” Al snel merkte ik dat ik niet helemaal geknipt was voor het telemarketeerschap. Zodra ik iemand opbelde en me voorstelde als Nancy, zei ik: „Dag, ik bel om u wat vragen te stellen over Hapsnap Lekkere Hapsnack-kaas, maar het duurt zeker wel tien minuten en u hoeft natuurlijk niet mee te werken, echt niet, ik snap het heel goed als u ergens mee bezig was, met iets belangrijks bijvoorbeeld, zoals met werk, of iets anders, dus u kunt ook gewoon weer ophangen dus, ja, is goed, veel succes nog met uw belangrijke serieuze echte werk!” Mensen waren bijna altijd onvriendelijk – en ik snapte dat volkomen.

Toch weet ik hoe het is om vijf dagen lang onvriendelijkheid over je heen te krijgen – en aan de stem van de man te horen, hij ook. Ik bedankte dus beleefd voor de leuke Postcode Loterij aanbieding.

En liet me inschrijven bij het Bel Me Niet register.

Renske de Greef