Gamen, is dat nu ook al sport?

In Enschede opende dit weekeinde de eerste elektronische sportclub. Doel: erkenning krijgen van het computerspel als officiële sport.

South Korean children play a computer game in Seoul January 11, 2004. In the online computer game "Lineage", 12-year-old South Korean Lim is a hero, earning fame and fortune in a fantasy world where a flashing blade and well-timed spell can keep him out of trouble. TO ACCOMPANY FEATURE TECH-KOREA-GAME REUTERS/Lee Jae-won LJW/CP REUTERS

Kleedkamers zijn er niet. Niet nodig ook. Een bar wel, om wat te drinken na de wedstrijd. In wijkcentrum Stroinkshuis in Enschede opende zaterdag de eerste elektronische sportclub van Nederland. Daar kunnen mensen in competitieverband games spelen zoals FIFA (voetbal), Counterstrike (actie) en Dance Dance Revolution (dansen).

Het doel: gameverenigingen in het hele land en zo van gamen een officieel erkende sport maken, zegt voorzitter Jasper Schoo van de elektronische sportbond (E-sportbond). Op de achtergrond spelen kinderen van een jaar of acht Dance Dance Revolution. Ze springen op en neer op een elektronische mat. „Games zijn belangrijk in het leven van jonge mensen. We willen serieus genomen worden.”

De helft van alle Nederlanders speelt wel eens een computerspel. Bovendien stijgt de tijd die ze eraan besteden, aldus het Sociaal en Cultureel Planbureau. Jongeren gamen anderhalf uur per dag. Nederland kent ook een paar honderd professionele gamers: ze trainen, spelen toernooien en verdienen geld met gamen over de hele wereld.

Maar is gamen ook een sport? Wetenschappers en sportkoepel NOC*NSF geven hetzelfde antwoord: waarom niet? Sport heeft geen vaste definitie, zegt hoogleraar sportontwikkeling Maarten van Bottenburg (Universiteit Utrecht). „Vergelijk het met kunst. Sport is wat als sport wordt gezien.” De omschrijving die volgens Bottenburg de term ‘sport’ het best dekt, is het onnodig opwerpen van barrières die je moet overwinnen. Tegenstanders, scheidsrechters. Hardlopen, terwijl je ook met de auto kan.

Dat maakt gamers als Koen Weijland (18) en Ravi Bhikhie (28), die vandaag in Enschede een demonstratie geven, sporters. Al moeten ze zelf een beetje lachen als hen die term wordt voorgelegd. Ze hebben wel talent, vinden ze allebei. Weijland, Nederlands kampioen FIFA, heeft een goed tactisch inzicht, zegt hij. „Vergelijk het met schaken. Verdedigers staan op een bepaalde manier, net als aanvallers. Ik herken de situatie en weet als ik aan de bal ben hoe ik de meeste kans maak om de verdediger te passeren.”

Bhikie, die behoorde tot de tien beste spelers van Dance Dance Revolution in Nederland: „Als je veel speelt, herken je patronen. Een goede speler kan een spel doorgronden.” En verder? Een goede gamer gebruikt al zijn zintuigen. Provoceert zijn tegenstander een beetje. Drinkt veel, water of sportdrank. Slaapt tevoren goed en traint liefst een paar uur per dag om fit te blijven.

Zijn Nederlands kampioenschap leverde hem onder vrienden respect op, vertelt Weijland. Oudere mensen reageren eerder bezorgd, die moet hij altijd uitleggen dat hij nog steeds studeert aan de Radboud Universiteit. Meisjes doen lacherig. „Dan moet ik vertellen dat ik ook bij een echte voetbalclub speel, en heus niet alleen maar op mijn kamertje zit.”

Gamen heeft een imagoprobleem. „Pizza’s, patat, cola, papzakkerig en met een beetje geluk nog verslaafd ook”, vat Jeroen Jansz, hoogleraar communicatie en media- en gameonderzoeker aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, de clichés samen.

Niet direct termen die je met sport associeert. In Enschede doen ze er alles aan om de reputatie te verbeteren. De nadruk ligt op games waarin bewogen wordt: sport- of dansspellen op de Wii of Xbox Kinect. In het publiek lopen veel ouders met jonge kinderen. Zij moeten straks de betalende leden gaan worden, aan wie de bond zijn bestaansrecht ontleent.

„Voor gamers voelt het misschien onlogisch”, zegt Schoo. „Een bond, was dat niet iets uit de tijd van mijn opa? Maar we moeten dit doen via de traditionele kanalen. Daar zit uiteindelijk het geld en vallen de beslissingen. Zo kunnen we straks niet-commerciële EK’s, WK’s en gamewedstrijden met officiële scheidsrechters organiseren.” En dan, uiteindelijk, gamen op de Spelen? „Gamen als Olympische denksport is de ultieme droom”, zegt Schoo. Maar gamen hangt nu nog erg samen met commercie. Dat maakt het ingewikkeld om bij het IOC aansluiting te vinden, legt Jeroen Jansz uit. „Maar wie weet. Ook het IOC moet vernieuwen. Ze moeten zich realiseren dat de komende generaties niet meer zitten te dammen.”