'Economen of bankiers de schuld geven heeft geen zin'

We hebben alle instrumenten om uit de crisis te komen al in handen, zegt historicus Sylvia Nasar. Want we hebben het allemaal al eens meegemaakt, en Keynes en Fisher hebben alles al bedacht.

Nederland, Amsterdam 04-10-2011. Portret van schrijfster Sylvia Nasar. Foto: Andreas Terlaak Andreas Terlaak

Geen beter middel tegen paniek dan enig historisch relativeringsvermogen, kun je concluderen na een gesprek met economisch historicus Sylvia Nasar. Financiële meltdowns? Enorme staatsschulden? Oplopende werkloosheid? Wankelende banken? Gammele munt? We hebben het allemaal al eens meegemaakt, en meestal was het erger dan nu.

„De economische geschiedenis zit vol met vreselijke terugslagen”, zegt Nasar, weggedoken in een diepe stoel in haar Amsterdamse hotel. „Maar uiteindelijk is onze levensstandaard de laatste tweehonderd jaar meer dan vertienvoudigd. Na de Tweede Wereldoorlog was de levensstandaard enorm gedaald, maar binnen tien jaar zaten we daar al weer boven. Wie had kunnen denken dat er een euro zou komen? Dat Europese landen vrijwillig hun munt zouden opgeven ten behoeve van de welvaart? Goedbeschouwd is dat een wonder.

„De wereld heeft de laatste decennia tal van crises doorstaan, zoals de Aziatische crisis in de jaren negentig, de Zweedse meltdown, de Mexicaanse crisis en de Argentijnse crisis. In het Westen hebben we drie decennia hoogtij gehad. Nu is het weer crisis. Maar ook deze crisis komen we vast te boven, al is de weg terug misschien eerder een marathon dan een sprint.”

Sylvia Nasar wil er dan ook niet aan dat er momenteel reden is voor verontwaardiging of boosheid. De protestbeweging die begon op Wall Street en afgelopen weekeinde ook actief was in Amsterdam en Den Haag, bijvoorbeeld, kan allerminst op haar sympathie rekenen: „Dat doet crisis met mensen. We zijn bang en boos en we vinden dat we niet in deze situatie zouden moeten verkeren. Vroeger gooiden we schuldenaren in de gevangenis. Stalin liet bankiers op een rij zetten en executeren. Had dat zin? Nee. Economen of bankiers de schuld geven heeft geen zin. Als je verdwaald bent, geef je je GPS geen schop, en als je computer een keer crasht, ga je niet terug naar ponskaartjes. We kunnen niet opnieuw beginnen en de samenleving opnieuw inrichten. We moeten het doen met de bestaande economische instrumenten.”

De uitvinding van die instrumenten beschrijft Sylvia Nasar in A Grand Pursuit, vertaald als De Wil tot Welvaart, het verhaal van geniale economen. Nasar was een economisch verslaggeefster van The New York Times. In 1998 schreef zij een wereldwijde bestseller, A Beautiful Mind, over de wiskundige John Nash. De verfilming werd in 2001 met een Oscar bekroond.

Voor A Grand Pursuit [besproken door Roel Janssen in Boeken op 7 oktober: nrcboeken.nl], waaraan ze tien jaar werkte, heeft ze de levens van beroemde economen aan elkaar geweven, met als rode draad het verlangen de mensheid een beter leven te geven – van Thomas Malthus tot Marx, van Beatrice Webb tot Amartya Sen, van Alfred Marshall tot Joseph Schumpeter.

Nasars recept is opnieuw de combinatie van wetenschapsgeschiedenis met sappige biografische details. Malthus die waarschuwde tegen overbevolking, maar zelf zeven kinderen had. Marx die in zijn leven één fabriek van binnen zag. Keynes’ kunstverzameling en het feit dat hij een keer een Cézanne langs een oprit liet staan, omdat hij niet alle schilderijen kon dragen die hij had gekocht. De lezer zit bij Wittgenstein en Hayek in een treincoupé en rijdt met Schumpeter door Wenen, in gezelschap van een paar prostituees.

Maar centraal staat het denken over economie. Nasar: „Tweeduizend jaar lang waren het de natuur en God die je leven bepaalden. Pas in de Victoriaanse tijd rees het idee dat de mens zélf iets aan zijn omstandigheden kon veranderen. De afgelopen tweehonderd jaar is er vervolgens aan onze levensstandaard meer verbeterd dan in de tweeduizend jaar daarvoor. Ik besloot dat verlangen naar welvaart tot leidraad van mijn boek te maken.”

U begint uw boek met Charles Dickens, geen econoom maar een schrijver van sociaal bewogen feuilletons. Waarom begint u bij hem en niet, zoals de meeste economische historici, bij Adam Smith?

Sylivia Nasar: „Smith dacht dat naties hun eigen lot konden bepalen. Maar hij was door en door aristocratisch. Hij dacht niet dat het negen-tiende deel van de mensheid dat in ellende leefde, uit de armoede gelicht kon worden. Iemand als Dickens kon zich voor het eerst voorstellen dat de toekomst anders zou zijn dan het verleden.”

De ster van A Grand Pursuit is zonder meer John Maynard Keynes (1883-1946), wiens streven naar conjunctuurbeheersing volgens Nasar de sleutel was tot het westerse welvaartswonder. Na de Eerste Wereldoorlog ijverde de toen 36-jarige Keynes, „mager en slungelig als een eerstejaarsstudent” vergeefs voor lage herstelbetalingen voor Duitsland en het kwijtschelden door de Amerikanen van de Britse oorlogsschuld.

Beeldend beschrijft Nasar Keynes’ inspanningen bij twee cruciale toppen, beide in hotels. In januari 1919 schreef Keynes vanuit het Parijse hotel Majestic aan kunstenares Vanessa Bell (zus van schrijfster Virginia Woolf) dat „ze de verbijsterende combinaties van psychologie, persoonlijkheid en intrige waardoor de komende catastrofe in Europa zo’n geweldig spektakel gaat worden, zeker amusant zou vinden”. In het hotel logeert ook Winston Churchill, dan de Britse minister van Bewapening. T.E. Lawrence (‘of Arabia’) wandelt de lobby in en uit, net als Marcel Proust en Jean Cocteau. In de keuken werkt de Vietnamese bordenwasser Ho Chi Minh, de latere Vietnamese leider.

Keynes krijgt een tweede kans in 1944, tijdens de Tweede Wereldoorlog, in het Mount Washington Hotel bij Bretton Woods. Dit keer is Keynes’ autoriteit onbetwist en dit keer is iedereen ervan overtuigd dat hij gelijk heeft. Duitsland moet geholpen worden en er is een internationale financiële structuur nodig, want zonder economisch herstel is een stabiele vrede niet mogelijk. Keynes dramt zijn plannen erdoor. Hij is moe en niet gezond, hij wil naar huis. De besluitvorming, schrijft Nasar, is „niet democratisch, maar efficiënt”.

Was vroeger de invloed van economen niet veel groter, het politieke krachtenspel veel overzichtelijker? Politici lijken minder speelruimte te hebben door de toenemende druk van media.

„Ha! Economen hoeven nu niet zo invloedrijk te zijn, want Keynes en Irving Fisher hebben alles al bedacht! Maar zonder gekheid, inderdaad hebben politici hun handen niet meer zo vrij als toen. Terwijl de economische kennis nu groot genoeg is. Zelfs Milton Friedman [voorstander van laissez faire, red.] heeft gezegd, dat als het advies van Keynes en Fisher na de Eerste Wereldoorlog zou zijn gevolgd, de depressie van de jaren dertig niet nodig was geweest. Europa heeft geen nieuw genie nodig. We moeten niet vergeten wat we al weten. Overheden dienen een sturende en normerende rol te spelen om ontwrichtingen te voorkomen.”

Hedendaagse economen wordt verweten dat ze de crisis niet hebben kunnen voorspellen.

„Dat hebben economen lang niet in alle gevallen gekund. Ook weermannen zitten er soms naast, maar toch letten we op wat ze zeggen. Keynes las elke ochtend de kranten in bed, maar ook hij was niet bedacht op de beurskrach van 1929. Zelf was ik in 2005 bij een Nobelprijsdiner. Ik zat aan met Paul Samuelson, Paul Krugman, Ben Bernanke; Nobelprijswinnaars, presidentiële economen, adviseurs van de FED, the smartest guys in the room. Het ging maar over één ding: stort de dollar in elkaar? Ze waren het erover eens dat de dollar kwetsbaar was, maar dat er zeker geen collaps zou komen van het financiële systeem. Ik geef toe: George Schiller voorspelde de ineenstorting van de huizenmarkt, en Alan Greenspan zei dat de markt overgewaardeerd was. Maar niemand voorspelde dat het deze repercussies zou hebben.”

Ziet u parallellen tussen de huidige crisis en een andere periode in de geschiedenis?

„In de jaren rond 1840 waren mensen ook zo negatief over economie. Heel zelfdestructief. De mensen leefden in een overgangstijd, van het agrarische tijdperk naar de industriële revolutie: het leven werd onzekerder, de levensomstandigheden verslechterden aanvankelijk, de vervuiling was enorm. Het kostte tijd voordat de maatschappij en de politiek waren toegerust voor de nieuwe omstandigheden. En ik denk soms ook aan 1929. Opnieuw moeten regeringen kiezen tussen het sluitend houden van de begroting of het stimuleren van de economie. Toen kregen de landen die de depressie bestreden door de goudstandaard los te laten, het minder voor hun kiezen dan de VS, die zoals Schumpeter en Hayek aanbevolen, langer aan de goudstandaard vasthielden. De VS kregen een paar jaar later te maken met de grote depressie.”

De opvattingen van Keynes en Hayek worden nu vaak gezien als onverenigbaar – conjuctuurbeheersing versus laissez faire, een regulerende versus een zo klein mogelijke overheid. U laat zien dat die opvattingen niet zo veel van elkaar verschilden.

„Die tegenstelling berust op het verwarren van economie met politiek – vaak overigens bewust, met politieke doeleinden. Keynes geldt nu als links, maar Keynes was helemaal niet zo politiek, hij was een geleerde. Hij hield zich verre van alles wat naar klassenstrijd zweemde, daar was hij veel te elitair voor. Omgekeerd werd Hayek pas een pleitbezorger van de absolute politieke vrijheid toen hij zich niet meer bezighield met economie. Hayek was vóór Roosevelts New Deal. Hij noemde de alternatieven voor Bretton Woods ‘onvoorstelbaar gruwelijk’. De huidige revival in de VS van Hayek heeft echt niks met Hayek zelf te maken.”

U beschrijft in uw boek hoe de ideeën over schaarste van Malthus obsoleet worden door de gedachte van Marshall dat productie kan stijgen. Momenteel vieren malthusiaanse ideeën echter weer hoogtij: de grondstoffen raken op, we moeten tegen 2050 9 miljard monden kunnen voeden.

„Economie heeft altijd limieten gekend. Momenteel is de belangrijkste limiet naast het schuldenprobleem inderdaad het probleem van afval en uitstoot. In 2009 ging de Nobelprijs voor economie naar Elinor Ostrom. Haar onderzoek werd terecht bekroond. Ze kijkt bijvoorbeeld naar het feit dat grootschalige oceaanbevissing zo’n fatale uitwerking heeft, terwijl lokale kustvisserij veel duurzamer te werk gaat. Ze bekijkt hoe menselijke gedragingen op elkaar inwerken. Op dat terrein valt economisch gezien nog veel te winnen.

„Overigens denk ik ook dat we, wat betreft de problemen van afval en uitstoot, de bestaande instrumenten niet gebruiken. De oplossingen zijn bekend, het draait om het onvermogen die om te zetten in stevige politiek. Gebruik het prijssysteem. Belast vervuiling. In de VS hebben we nog niet eens een benzinebelasting! De economische kennis is de politiek hier echt ver vooruit.”

Uw boek is een eerbetoon aan de kracht van economische ideeën. Maar was de invloed van uitvindingen niet veel groter? De econoom Robert Reich noemt de glasvezelkabel en de container belangrijker voor globalisering dan de val van de Berlijnse Muur.

„Reich zou de Chinese geschiedenis moeten bestuderen. In de vijftiende eeuw hadden de Chinezen een baaierd aan uitvindingen, maar alleen voor het amusement van de keizer, het had geen effect op de levensstandaard van de bevolking. Steve Jobs vader was van Syrische afkomst. Als vindingen in andere ideeënstelsels net zo goed hadden gedijd, zou zijn vader daar wellicht zijn gebleven.”

Willen mensen in de huidige crisis wel lezen over geniale economen?

„Als het zo goed gaat als in de afgelopen dertig, veertig jaar in het Westen, is niemand geïnteresseerd in economisch denken. Dan willen mensen boeken lezen over personal finance en management. Nu onze levensstandaard dreigt te dalen, nu zijn we weer geïnteresseerd in economische ideeën.”

Sylvia Nasar: De Wil tot Welvaart. Uitgeverij De Bezige Bij, 416 blz. € 29,90