De Hampels: briefkaarten tegen Hitler

Ruim 68 jaar na hun gewelddadige dood in een gevangenis van de nazi’s zijn de Hampels weer helemaal terug in Berlijn.

Pardon, de wie?

De Hampels – het echtpaar Elise en Otto Hampel, tijdens de Tweede Wereldoorlog verzetsstrijders in het hol van de leeuw: de Duitse hoofdstad. Ze zijn onsterfelijk geworden door de roman en bestseller Jeder stirbt für sich allein van Hans Fallada. De spectaculaire herontdekking van dit boek, een meeslepend en tragisch heldenepos, heeft tot een opleving geleid van alles wat met de inhoud te maken heeft.

In Fallada’s werk heten de Hampels Anna en Otto Quangel. Ze zijn naar het leven getekend en hoewel de auteur met zijn verhaal hier en daar van de werkelijkheid is afgeweken, is de grote lijn bewaard gebleven.

Elise en Otto Hampel, Berlijners van eenvoudige afkomst, konden het niet verdragen dat hun broer en zwager als soldaat aan het westelijke front was gesneuveld. Als daad van verzet schreven ze anonieme briefkaarten, die ze heimelijk in trappenhuizen en op binnenplaatsen in Berlijn neerlegden, in de hoop dat hun teksten van hand tot hand zouden gaan en de mensen tot denken zouden aanzetten. Het tegendeel was het geval, bleek later.

Op hun kaarten stonden antinazistische uitlatingen zoals: Freie Presse! Der gemeine Soldat Hitler und seine Bande stürzen uns in den Abgrund!. In twee jaar tijd schreven de Hampels meer dan tweehonderd ‘pamfletten’.

Uiteindelijk werden ze gearresteerd, nadat een bewoonster van de straat waar ze hun laatste kaart hadden gelegd, hen had gezien en hen had verraden.

Dat gebeurde op 10 oktober 1942. In een schijnproces werden ze daarna wegens hoogverraad ter dood veroordeeld. Op 8 april 1943 zijn Elise en Otto Hampel in de beruchte strafgevangenis van de nazi’s in Berlijn-Plötzensee om het leven gebracht. Ze werden onthoofd.

De schrijver Hans Fallada (1893-1947), bekend van de roman Kleiner Mann, was nun? uit 1932, kreeg een jaar na de oorlog lucht van deze geschiedenis en schreef er een meesterwerk over. Het werd goed verkocht en raakte vervolgens in vergetelheid. Het opmerkelijke is dat Jeder stirbt für sich allein een paar jaar geleden in het buitenland werd herontdekt en met overweldigend succes is uitgegeven. In deze krant werd het lovend besproken door Bas Heijne.

Dit voorjaar kwam in Duitsland voor het eerst een ongekuiste versie ervan op de markt. Fallada’s uitgever heeft destijds, vlak na de oorlog en met de daders om de hoek, een aantal passages geschrapt en wijzigingen in het manuscript aangebracht. Kennelijk om de autoriteiten en de lezer te behoeden voor wat toen politiek incorrect was.

Ook de Duitsers hebben het boek herontdekt. En tot fenomeen verklaard. In Berlijn heeft het cultstatus door zijn karakter van stadsroman. Je kunt nog tamelijk precies de straten en plekken opzoeken waar de Hampels hebben gewoond, hun kaarten hebben neergelegd en vermoord zijn.

Dat gebeurt dan ook. Diverse literaire gelegenheidsgezelschappen zijn al op stap geweest, nadat de Berlijnse schrijver Johannes Groschupf een tocht in het voetspoor van de Hampels had gemaakt en erover in een lokale krant verslag deed.

Ik heb op de fiets een Hampelreis gemaakt. Van de Eisenacher Strasse 123 (hun laatste kaart) naar de Amsterdamer Strasse 10 in de noordelijke volkswijk Wedding, waar de Hampels woonden. Hun huis staat er niet meer, maar een enigszins verscholen Berliner Gedenktafel herinnert aan hun lot.

Vandaar is het niet ver naar het beklemmende monument van de nazigevangenis Berlin Plötzensee. Een theatervoorstelling completeerde deze bedevaartstocht. Fallada’s roman is kortgeleden in het Berlijnse Maxim Gorki Theater als toneelstuk in première gegaan, bewerkt door Jens Gross en geregisseerd door Jorinde Dröse.

Joost van der Vaart