Berichten uit het korenveld

The New York Times had de primeur. Of was dat het Amerikaanse tv-station CBS met zijn reportage van een uur? Het BBC-televisiejournaal volgde, nu was het wereldnieuws. Ook deze krant besteedde er veel ruimte aan: de Nederlandse schilder Vincent van Gogh pleegde op 26 juli 1890 in Auvers-sur-Oise misschien geen zelfmoord. Zijn werk, Korenveld met kraaien, traditioneel bekeken als dramatisch en onheilspellend, schilderde hij misschien niet met zijn aanstaande dood in gedachten, maar met een korenveld met kraaien in zicht. Want hij zou weleens vermoord kunnen zijn, uit baldadigheid nog wel, door een schooljongen. Veel ophef, maar het verandert niets aan de betekenis van zijn talent of de portée van zijn schilderkunst.

Vincent van Gogh is altijd groot nieuws, daarvan zijn Steven Naifeh en Gregory White Smith, auteurs van Vincent van Gogh, de biografie, zich klaarblijkelijk bewust. Die moord is een hypothese, benadrukken ze, we wijdden er alleen een appendix aan. Waarop ze die appendix voluit aangrijpen om hun boek neer te zetten als een compleet nieuwe en unieke blik op Van Gogh. Alles hebben ze over hem gelezen, claimen ze.

Maar ze verzuimden te kijken naar de film Van Gogh, die Maurice Pialat in 1991 maakte, over Van Goghs laatste 67 dagen. Precies als zij zag Pialat geen zielige man maar een manische egomaan. Moeizaam in de omgang, vreemd met vrouwen, kil voor zijn broer Theo. De zelfmoord lijkt op een ongelukje.

Maar petite histoire was niet de kern van deze film, dat was Van Goghs schilderkunst. De film analyseerde Van Gogh als verzot op het leven, op grond van die zeventig doeken vol kleurexplosies die hij in slechts twee maanden (!) schilderde. Een goed punt. Zijn levenswandel droeg bij aan de mythe dat een goeie kunstenaar een gedepriveerd mens moet zijn. Maar Jan Wolkers is altijd een blijmoedige man geweest. Ook Picasso blaakte. Hun boeken, hun schilderijen zijn er niet minder om.

Het is zinvol om de geestesgesteldheid van een kunstenaar in verband te brengen met zijn werk. Het kan de biograaf helpen om zijn onderwerp te duiden. Maar de doorslag voor zo’n boek kan het niet geven, die moet worden gezocht in het werk van de beschrevene.

De neiging om een biografie te verkopen met een onthulling, schandaal of theorie neemt toe. Uit zucht naar ‘reality’ worden bijzaken bevorderd tot essentie. Zo bevatte de onlangs verschenen oorlogsbiografie van Coco Chanel weinig nieuws en verdonkeremaande haar talent. Chanels collaboratie is van belang, haar brille is belangrijker.

Of Van Gogh zich nu van kant maakte of werd vermoord, maakt geen verschil. Korenveld met kraaien blijft een meesterstuk. Op gekmakende wijze wendt het de schoonheid van een landschap aan om onheil op te roepen en af te beelden. Dat is de kern.