Amputatie Tropenmuseum

De uitspraken van staatssecretaris Knapen (NRC Handelsblad, 13 oktober) getuigen niet van kennis van zaken over de functie van het Tropenmuseum binnen het Koninklijk Instituut voor de Tropen (KIT). Diverse argumenten tegen de korting, zeg maar gerust opheffing van het museum, zijn al genoemd. Maar het cruciale punt is dat museum en KIT nauw zijn vervlochten, op ten minste twee manieren. Je kunt niet zomaar het museum amputeren. Ten eerste omdat collecties en bibliotheek als bronnen van kennis over culturen van de hele wereld fungeren, kennis die onmisbaar is wil beleidsontwikkeling of zelfs biomedisch onderzoek, verricht door de andere afdelingen van het KIT, kans van slagen hebben. Bovendien zijn ze vervlochten omdat de museummedewerkers hun expertise aanwenden op diverse plaatsen in de wereld waar het behoud van (vaak met de geschiedenis van Nederland verbonden) erfgoed nog geen vanzelfsprekende zaak is. Zo bijdragen aan ontwikkelingssamenwerking is een verantwoordelijkheid die bij de oprichting van de UNESCO door de VN is overeengekomen. Nu zegt Knapen: „Het is niet onze verantwoordelijkheid het Tropenmuseum open te houden.” Heeft de Nederlandse overheid dan geen taak in zo’n belangrijke zaak?

Maar er is meer: het Tropenmuseum was een koloniaal instituut, maar onderzoekt nu die oude rol. Daarmee is het een fundamenteel ander soort etnografisch museum dan het Museum voor Volkenkunde in Leiden. Samenvoeging zou voor een vooral jong publiek een belangrijk stuk van de Nederlandse geschiedenis wegvagen. Wil de regering dat wél voor haar verantwoording nemen?

Debora Meijers

Coördinator masteropleiding Museumconservator, UvA