Affaire-Solyndra nekt groene energie

Met het recente faillissement van de zonnepanelenfirma Solyndra heeft de groene-energiepolitiek van de Amerikaanse regering een kostbare en gevoelige nederlaag geleden.

Het moest het succesverhaal worden van moderne, Amerikaanse energiepolitiek. Solyndra, producent van zonnepanelen, had in 2005 een gat in de markt ontdekt: het Californische bedrijf kon zonnepanelen maken die niet de dure grondstof silicium nodig hadden, en die daarom veel goedkoper geproduceerd konden worden.

„Hier ligt de toekomst”, had president Barack Obama nog gezegd tijdens een werkbezoek in mei 2010. Vorige maand kwam een definitief einde aan de droom: Solyndra ging failliet. De ruim 1.100 medewerkers zijn hun baan kwijt.

Na het ineenstorten van het bedrijf blijven de vragen. Over het enorme bedrag dat de regering in Solyndra bleef pompen. Over een FBI-onderzoek naar mogelijke belangenverstrengeling tussen Washington en de belangrijkste investeerders in het bedrijf. Maar bovenal heeft het faillissement een schaduw geworpen over de toekomst van Obama’s groene-energiepolitiek, die wel een succesje kan gebruiken.

Het bezoek van Barack Obama aan Solyndra, in het voorjaar van 2010, was niet toevallig. Al tijdens zijn campagne om president te worden had hij de boodschap uitgedragen dat Amerika toe was aan nieuwe, duurzame energie. De Verenigde Staten, zo herhaalde Obama keer op keer, zijn als grootverbruiker van olie veel te afhankelijk van deze fossiele brandstof. Daarbij dreigde Amerika achter te lopen in de snel groeiende wereldmarkt van zonne- en windenergie.

De door Obama beloofde 150 miljard dollar aan investeringen zijn nooit uitgegeven. Zijn eerste economische herstelplan, bedoeld om banen te creëren, stelde in 2009 nog 59 miljard dollar beschikbaar voor groene initiatieven. Niemand kent het exacte bedrag, maar zeker is dat tot nu toe tussen de drie en vier miljard is uitgegeven; de rest moet in kleine stapjes volgen.

„Dat neemt niet weg dat Obama sterk geïnteresseerd blijft om van groene energie een prioriteit in zijn presidentschap te maken”, zegt David Konisky, universitair hoofddocent Bestuurskunde aan Georgetown University in Washington, gespecialiseerd in groene energie. „Obama gaat daarin een beetje tegen de stroom in. Veel Amerikanen hebben instinctief de neiging in tijden van economische crisis niet aan windmolens en zonnepanelen te denken.”

Geld voor echte investeringen was er niet, zegt Konisky. In plaats daarvan verstrekte de regering leningen om initiatieven op het gebied van duurzame energie te stimuleren. Solyndra mocht ook groeien van Obama. In 2009 kreeg het bedrijf een eerste lening van de regering, gebruik makend van een gunstige nieuwe regeling voor groene bedrijven. Vlak daarna volgde nog een lening.

The Washington Post citeerde uit e-mails van de directie van Solyndra aan het Witte Huis. De boodschap: we hebben geld nodig, en snel een beetje. De regering-Obama kwam elke keer over de brug: in totaal werd voor 527 miljoen dollar geleend aan Solyndra. Ook nog toen al duidelijk was dat de rooskleurige toekomst die de president zelf had voorspeld, er helemaal niet meer inzat. Na januari, de maand dat Solyndra voor het eerst toegaf in financiële problemen te zitten, werd er nog 75 miljoen dollar geschonken. Vicepresident Joe Biden verkocht de lening met het argument dat het project banen opleverde. Een ongelukkig argument, omdat van bijna een half miljard dollar ongeveer 1.100 mensen aan het werk gehouden werden.

Volgens het Witte Huis kwam het faillissement min of meer als een verrassing. De vraag naar zonnepanelen was plotseling ingestort, en de prijzen waren al even hard gedaald. Maar de door Republikeinen gedomineerde Energiecommissie in het Huis van Afgevaardigden nam hier geen genoegen mee en besloot hoorzittingen aan de kwestie te wijden.

Met name waren ze geïnteresseerd in de betrokkenheid van George Kaiser, een bekende financier van de Obama-campagne uit 2008. Zijn bedrijf bleek ook de belangrijkste donor achter Solyndra, een samenloop die bij Republikeinse Congresleden het vermoeden van nepotisme voedde. De FBI heeft de boeken van Solyndra in beslag genomen en doet onderzoek. Voormalig directievoorzitter Brian Harrisson weigerde tijdens de hoorzitting woedend om antwoord te geven op vragen van Congresleden hiernaar.

Volgens David Konisky kan de zaak-Solyndra op veel manieren schadelijk zijn voor Obama. „Ik denk dat de onderzoeken van het Congres vooral een Republikeinse poging zijn om de affaire politiek te maken. Gevaarlijker voor Obama is dat nu bij veel kiezers de indruk is gewekt dat investeren in duurzame energie nergens toe leidt. Ook progressieve kiezers zullen teleurgesteld zijn. Er is onder hen veel steun voor het stimuleren van een groene sector, maar er leeft onder veel kiezers teleurstelling over de resultaten van de afgelopen drie jaar.”

Met name de mogelijke aanleg van Keystone XL, een enorme pijpleiding tussen Canada en Texas, zorgt voor veel onrust onder de Democratische achterban. De aanleg van zo’n megaproject zal duizenden banen opleveren. Maar de kritiek uit progressieve hoek is hard: is dit de president die beloofd had dat Amerika minder afhankelijk van olie zou worden?

Duidelijk is dat de groene-energiemarkt zelfs met royale overheidssteun niet kunstmatig tot leven gewekt kan worden. In de VS zit nauwelijks groei in zonne-energie, terwijl China de markt snel overneemt. Vijftien jaar geleden bezat Amerika de helft van de hard groeiende markt, inmiddels is dat gedaald tot zo’n 6 procent. China en Taiwan bezitten samen ruim de helft, en dat percentage groeit ieder jaar.

„Het is van belang in deze markt het tempo van China bij te houden”, zegt David Konisky. „Maar er is weinig draagvlak voor. In tijden van crisis wordt groene energie gezien als luxe, waar we wel zonder kunnen.” De Solyndra-affaire heeft dat draagvlak volgens hem alleen maar verkleind.