Thuishaven van cabaret en kleinkunst

De Kleine Komedie in Amsterdam is verbouwd en gisteravond na vier maanden feestelijk heropend. „Het was hier altijd te warm, te koud en te vol.”

Onder het gezamenlijke motto „Ich bin ein Kleine Komediant!” hebben de cabaretiers Peter Heerschop en Hans Sibbel (Lebbis) gisteravond de Kleine Komedie heropend, het oudste theater van Amsterdam en het meest prominente kleinkunsttheater van het land. De verbouwing geldt vooral het voorhuis, waar kassa en garderobe zijn samengevoegd en ook enkele doorbraken meer ruimte en licht scheppen dan het pand tot dusver te bieden had. „Het was hier altijd te warm, te koud en te vol”, aldus directeur Vivienne Ypma. Aan de achttiende-eeuwse gevel, een Rijksmonument, is niets veranderd. En aan de totale oppervlakte, krap bemeten op een van de dichtst bebouwde locaties aan de Amstel, eveneens.

De feestvoorstelling diende tevens ter viering van het 225-jarig bestaan. De Kleine Komedie ging in 1786 open als Théâtre Français sur l’Erwtemarkt en ontving in die dagen illustere bezoekers als keizer Napoleon en koning Willem I. Heerschop en Sibbel herinnerden eraan dat het in de loop der eeuwen ook is gebruikt als kerk, collegezaal en zelfs fietsenstalling, maar toch telkens weer terugkwam in de functie van theater. De huidige naam dateert uit 1947, sindsdien zijn er altijd voorstellingen gespeeld. En vanaf de jaren zeventig ging de Kleine Komedie zich specialiseren in cabaret en kleinkunst. Zo’n specialisatie is in de meeste andere steden onmogelijk, omdat in de lokale schouwburgen nu eenmaal het hele theaterspectrum moet worden vertoond.

De laatste bedreiging voor het voortbestaan dateert uit 1988, toen PvdA-wethouder Walter Etty de gemeentelijke subsidie wilde schrappen. „In die tijd kwam de cultuurkogel van links”, stelde Sibbel honend vast. Onder de grofgebekte leiding van Youp van ’t Hek is toen – met succes – geageerd tegen sluiting.

De renovatie kwam binnen de geplande vier maanden tot stand en kostte 1,6 miljoen euro. Dat bedrag kon het theater goeddeels zelf betalen – uit bijdragen van de 4.500 leden tellende vriendenorganisatie en uit de eigen spaarpot. „De laatste jaren hebben we steeds een bezetting gehad van 85 procent”, zegt directeur Ypma. „En als je dan je begroting op 70 procent hebt gemaakt, houd je dus geld over.” Toen tijdens de verbouwing bovendien vermolmde bouwspanten en betonrot onder de vloer van de zaal werden aangetroffen, toonde de gemeente Amsterdam zich bereid een reguliere onderhoudsbeurt naar voren te halen.

In het door Kees Prins geregisseerde feestprogramma vormden Mike Boddé, Giovanca, Hadewych Minis, Huub van der Lubbe en Marike Jager een gelegenheidszanggroep met nummers van hun grote voorbeelden. Zo zong Giovanca de grootste hit van Miriam Makeba, Van der Lubbe hief het smartelijke Als een wilde orchidee van Willy Alberti aan. Minis wist Schubert aan U2 te koppelen, Jager zong Fiona Apple en samen fungeerden de drie zangeressen tevens als de Supremes en de Spice Girls. Het evenement wordt nog drie avonden herhaald. Daarna begint het nieuwe seizoen, waarin weer heel wat optredende artiesten een foto van de gevel zullen maken als daarop de eigen naam prijkt. Want de cabaretier wiens naam op de Kleine Komedie staat, heeft iets bereikt.

Jubileumvoorstelling ‘De Kleine Komedie presenteert De Kleine Komedie’, t/m woensdag 19 oktober. Inl: dekleinekomedie.nl

    • Henk van Gelder