Tegen de transparantie

Omdat ik een open blik wil houden en omdat ik breed geïnformeerd wil zijn, las ik met belangstelling dat de Rus Nikolai Valuyev, voormalig bokser en bij de komende Doema-verkiezingen kandidaat voor Verenigd Rusland, ergens in een Siberische grot haren heeft gevonden die met 95 procent zekerheid afkomstig zijn van de Verschrikkelijke Sneeuwman; omdat de claim voorlopig wordt betwist door de cryptozoölogie, de wetenschap van de onwaarschijnlijke dieren, volgde ik het spoor terug naar een cryptozoölogische aflevering van de televisieserie Bones zodat het niet lang meer duurde of ik was verdiept in het leven van Bonesacteur David Boreanaz, om tot mijn grote opluchting te lezen dat diens huwelijk was gered na een kortstondige affaire met de minnares van Tiger Woods.

Het moet ergens op die studieuze ochtend zijn geweest, stuiterend van bron naar bron, surfend tussen Hollywood en Harvard, dat ik op het eerbiedwaardige politieke weblog Crooked Timber iets raars las en tot stilstand kwam. Het beroemde blog wordt volgeschreven door academici uit de hele wereld, voornamelijk sociologen en filosofen; het volgt ijverig de actualiteit, ik volg het op mijn beurt ijverig, en dat vertel ik allemaal omdat ik duidelijk wil maken waarom ik nu opeens zo verbaasd was.

John Holbo, van de universiteit van Singapore, schreef op Crooked Timber een luchtig stukje over de manier waarop je het werk van studenten kunt beoordelen: How To Write Comments On Student Papers. Als docent kun je met commentaren in de kantlijn twee doelen dienen: óf aan de studenten verklaren waarom ze dit cijfer hebben gekregen en geen ander, óf de studenten iets nieuws leren waardoor ze vooruitgang boeken op hun vakgebied.

Studenten verwachten het eerste, schreef Holbo, docenten moeten kiezen voor het tweede. Maar op internet, zei hij, zal iedereen dit vast een idiote gedachte vinden. ‘We zullen zien.’

Iedereen vond inderdaad van alles en de opwinding was groot. Want ja, dat kon Holbo nou allemaal wel beweren, maar werken aan universiteiten is gewoon druk, er is geen tijd, geen geld, er is pressie van boven, objectiviteit bestaat niet, universitaire docenten hebben te weinig macht en bovendien hebben ze te veel macht, en dus moeten ze verantwoording afleggen, en trouwens wie denkt de docent überhaupt wel dat hij is?

De simpele vraag of je studenten een opleiding of een diploma moet bieden draaide zo binnen de kortste keren uit op de vraag hoe je je werk moet verantwoorden. Niet de opdracht van de docent stond centraal, maar de verdediging van die opdracht tegenover cliënten en bazen. Een ‘planner’ in het hoger onderwijs schreef vasthoudend dat studenten nu eenmaal betalen om een diploma te krijgen – en dus is het immoreel om ze een opleiding te geven. Dit ging sommige docenten dan toch te ver.

Wat mij altijd zo goed bevalt aan de krankzinnige wereld waarin politici proberen de verkiezingen te winnen met een voetafdruk van de Verschrikkelijke Sneeuwman is de opgewekte onredelijkheid ervan. Je stort je in het avontuur en verzint de feiten er vrolijk bij. Blijkt straks dat het allemaal niet waar is? Dat zien we dan wel weer. Maar in de wereld van de redelijkheid, waartoe ik tot mijn spijt zelf behoor, wordt iedere opwinding al snel gesmoord in tegenwerpingen en angsten.

Of het nu gaat om het onderwijs, de ambtenarij of de jeugdzorg: het zijn systemen van verantwoording geworden. De manier waarop mensen hun werk doen is er al lang niet meer op gericht dat werk zo goed mogelijk te doen, maar het zo goed mogelijk te verontschuldigen. En mensen verontschuldigen zich voor dat verontschuldigen met de verzuchting dat het systeem nu eenmaal zo werkt. Zoals een dissident op Crooked Timber schrijft: straks eisen we ook transparantie in het tennis en vragen we Venus Williams voordat ze een bal over het net slaat, eerst aan te geven hoe ze dat precies denkt te gaan doen. ‘De fans hebben betaald voor hun kaartje, tenslotte.’

Natuurlijk herkent de gemeenschap die discussieert op Crooked Timber dit verschijnsel zelf ook wel. De docenten weten wat de verantwoordingsplicht doet met het onderwijs; ze weten dat ze zich op hun kop laten zitten door de maatschappij, die bij iedere stap die ze zetten een verklaring vereist. En dus verontschuldigen ze zich voor hun onderdanigheid; en het is de manier waarop die zo verbazingwekkend is.

Ik kan wel denken, schrijven deze eerbiedwaardige academici, dat ik een goede docent ben en dat ik de studenten graag dingen leer, maar ik weet best dat ik onbewust heel onbetrouwbaar ben, dat ik helemaal ben opgebouwd uit ideologische belangen. Ik heb echt strenge protocollen nodig om mij met mijn verschrikkelijke subjectiviteit in toom te houden.

O, was ik maar onredelijk, denk ik soms. De onredelijken onder ons nemen de ruimte wel. Die doen maar wat en roepen maar wat, en gelijk hebben ze. Maar juist de redelijken, de serieuzen, vertrouwen vaak niet meer op de intellectuele levendigheid van afwijkende benaderingen en onverantwoorde visies en ze perken zichzelf steeds genadelozer in totdat ze op hun vierkante millimeter sterven in verhevenheid.