Symbool van vreedzaam vrouwenverzet tegen Castro

In 2003 begon Laura Pollán haar stille marsen tegen het vasthouden van dissidenten. Van de steun die ze kreeg uit de VS maakte ze geen geheim.

(FILES) The leader of Cuba's Ladies in White, Laura Pollan, talks on the phone with opposition activist on hunger strike Guillermo Farinas, after receiving the news of the imminent liberation of some jailed opponents, on July 07, 2010 in Havana. Pollan died on October 14, 2011 in a Havana hospital aged 63, fellow activists said, hailing her work and lamenting the loss to the opposition's cause. AFP PHOTO/ADALBERTO ROQUE AFP

Voor het eerst in acht jaar gingen de Cubaanse Damas de Blanco gisteren niet geheel in het wit gekleed bij hun zondagse stille mars. Om hun arm droegen de vrouwen een zwart lint, uit rouw. Vrijdag overleed Laura Pollán, hun belangrijkste leider, 63 jaar, aan hartfalen.

Het protest van Pollán tegen het Cubaanse regime begon in het voorjaar van 2003, toen haar man Héctor Maseda met 74 andere Cubaanse dissidenten werd gearresteerd voor ‘staatsondermijnende’ activiteiten. Zoekend naar nieuws over haar man, ontmoette Pollán voor de gevangenispoorten de echtgenotes, moeders en dochters van andere dissidenten.

Polláns huis in het centrum van Havana werd een verzamelplek voor de vrouwen. In een land waar demonstraties verboden zijn, begonnen de vrouwen een wekelijkse, vreedzame protestmars na de zondagsmis om aandacht te vragen voor hun mannen. In het wit gekleed, met witte gladiolen in de hand.

Tot de arrestatiegolf, de Zwarte Lente gedoopt, was Pollán naar eigen zeggen apolitiek. Ze ontmoedigde haar man, een ge-excommuniceerde nucleair ingenieur die journalist was geworden, kritiek uit te oefenen op het communistische regime van Fidel Castro. Maar na zijn arrestatie nam Pollán de rol van haar man over. Haar baan als lerares literatuur werd haar afgenomen.

In juli vorig jaar beleefden de Dames in het Wit een moment van grote blijdschap: president Raúl Castro kondigde aan dat de resterende 52 politieke gevangen zouden worden vrijgelaten. Eerder had het regime al kleine groepjes laten gaan na internationale kritiek.

De overwinning van de Dames in het Wit had een wrange bijsmaak: de dissidenten werden door Cuba onder druk gezet om met hun vrouwen en gezinnen in ballingschap te gaan naar Spanje. Veel families zetten die stap, waardoor de al kleine protestbeweging van Pollán verder gemarginaliseerd raakte. Pollán en haar man, die in februari dit jaar hoorde bij de laatste groep Zwarte Lente-gevangen die werd vrijgelaten, bleven.

De regering van Cuba heeft nooit hard opgetreden tegen de Dames in het Wit, die zich beschermd wisten door hun internationaal bekendheid. Wel werden Pollán en de andere vrouwen uitscholden en bespuwd door de deelnemers aan de ‘spontane’ tegendemonstraties.

Pollán maakte er geen geheim van dat de Dames in het Wit geld kregen van opponenten van het Castro-regime in de Verenigde Staten. Hoe moesten ze anders overleven, uitgesloten van staatsbaantjes en met hun mannen in de gevangenis? Het Witte Huis gaf dit weekend een verklaring uit waarin Pollán en haar beweging worden geprezen. De Amerikaanse belangensectie in Havana – de VS hebben geen ambassade in Cuba – stuurde een rouwkrans.

Om de Dames in het Wit te steunen liepen gisteren voor het eerst mannen mee in de mars, onder wie de weduwnaar van Pollán. In plaats van een gebruikelijke leus „vrijheid” aan het eind van de demonstratie, riepen ze: „Laura Pollán leeft”.

    • Ykje Vriesinga