'Sterkere rol Europese Commissie'

Nederland verwelkomt een sterke rol van de Europese Commissie in de crisis. Maar Den Haag lijkt vooral geen invloed te willen verliezen.

Is het kabinet-Rutte definitief ‘eurofiel’ geworden? Die gedachte komt op na het lezen van de brief die CDA-ministers Maxime Verhagen (Economische Zaken) en Jan Kees de Jager (Financiën) vanochtend naar de Kamer stuurden.

In de brief pleit het kabinet voor verregaand Europees toezicht op het economisch beleid van lidstaten van de Europese Unie: strenge regels ten aanzien van het begrotingstekort en de overheidsschuld zijn niet afdoende, aldus de twee CDA-ministers. De Europese Commissie moet landen in de Unie ook kunnen dwingen problemen in hun economie aan te pakken. Voor eurolanden die daar niet naar luisteren, dreigen sancties ter grootte van 0,1 procent van het bruto binnenlands product.

Dat het kabinet Europees toezicht op het economisch beleid wilde, was bekend. Premier Rutte zei het al op 7 september, toen hij zijn visie publiceerde op de toekomst van de Economische en Monetaire Unie. Maar De Jager en Verhagen werken die plannen nu uit, met een aantal opvallende details.

Zoals de grote rol die het kabinet ziet voor de Europese Commissie bij het afdwingen van Europese economische integratie. „Een strenge onafhankelijke rol voor de Europese Commissie is hierbij in de ogen van het kabinet van groot belang.” Het kabinet lijkt daarmee tegenwicht te zoeken voor de macht van Duitsland en Frankrijk.

Berlijn en Parijs pleiten al langer voor wat zij een ‘Europese economische regering’ noemen. Maar sancties en aanwijzingen zouden zij het liefst genomen willen zien in de raad voor regeringsleiders. Daarin kan de Nederlandse regering echter makkelijk worden overstemd, zoals in 2003 gebeurde toen Duitsland en Frankrijk besloten dat de regels van het Stabiliteits- en Groeipact niet voor henzelf golden.

Met de voorstellen in de brief probeert het kabinet toch nog invloed te krijgen en de onvermijdelijke beweging richting meer Europese bemoeienis met het economisch beleid gunstig te beïnvloeden. De vraag is of gedoogpartner PVV dat ook zo ziet. Die is immers tegen elke afdracht van soevereiniteit aan Europa en zelfs de nu voorgestelde stap gaat de PVV waarschijnlijk te ver. Rutte benadrukt telkens dat er geen soevereiniteit wordt afgestaan. Nederland heeft zijn zaakjes op orde en hoeft dus geen Europese bemoeienis te vrezen. Ook Verhagen en De Jager gaan er in de brief van uit dat Nederland geen aanwijzingen van de strenge Europese Commissie krijgt, het dagelijks bestuur van de EU, omdat „de fundamenten van de economie gezond zijn”. Overigens erkennen de ministers wel dat de regeringsleiders altijd een finale stem zullen hebben bij eventuele sancties.

De EU-lidstaten onderhandelen nog over de economische criteria waarover ze elkaar de maat willen nemen. Eens zijn ze het over een aantal indicatoren. Hoeveel importeert een land? Zijn de lonen te hoog? Is er te veel private schuld? Verlenen banken te veel kredieten? Stijgen de huizenprijzen te snel?

Verhagen en De Jager benadrukken in de brief vooral de indicatoren waar Nederland nu goed op scoort, zoals een laag aantal werklozen. Maar achterin de brief geven de bewindslieden toe dat zowel de loonkosten als de huizenprijzen in Nederland in de afgelopen tien jaar herhaaldelijk te hard stegen. Of Nederland in die zo gehoopte veilige zone blijft, valt dus te bezien.

Commentaar: pagina 2

    • Marike Stellinga