Spelers honkbalgekke eilanden brengen Nederland aan de top

Het honkbalsucces is voor een groot deel te danken aan de spelers uit Curaçao en Aruba. Aan de Nederlandse honkbalbond nu de taak de banden te verstevigen en de sport meer aanzien te geven.

Members of the Netherlands baseball team celebrate their victory over Cuba in the Baseball World Cup final in Panama City on October 16, 2011. The Netherlands won 2-1. AFP PHOTO / Rodrigo ARANGUA AFP

Wereldkampioen en mogelijk sportploeg van het jaar. Maar boven alles is het succes van de Nederlandse honkbalploeg het ultieme voorbeeld van een team waarin verschillende culturen samensmelten. Koningin Beatrix en premier Mark Rutte feliciteerden de selectie die onbewust een brug bouwde tussen Nederland en de voormalige Antillen. „Het is zaak om de relatie met Aruba en Curaçao verder uit te bouwen”, stelt Robert Eenhoorn, technisch-directeur van de Nederlandse honkbalbond.

De Amerikaanse coach Brian Farley zorgde op het WK honkbal in Panama met een mix van Nederlandse spelers uit de hoofdklasse en jonge profs uit Aruba en Curaçao voor een sensatie door de wereldtitel te veroveren. Honkbalgrootmacht Cuba werd twee keer verslagen. Curt Smith (geboren op Curaçao) werd uit uitgeroepen tot meest waardevolle speler. Tom Stuifbergen (geboren in Breda) groeide uit tot de werper met de beste cijfers.

De basis voor het succes werd elf jaar geleden tijdens de Olympische Spelen van Sydney gelegd. Hensley Meulens, oud-prof van de New York Yankees, de Montreal Expos en de Arizona Diamondbacks, maakte destijds zijn debuut voor Nederland. Het team baarde opzien door Cuba de eerste olympische nederlaag ooit toe te brengen. In het kielzog van Meulens maakten daarna tal van profhonkballers van de Antillen en Aruba hun opwachting voor Nederland dat internationaal steeds meer een rol van betekenis ging spelen.

Inmiddels zijn de honkballers uit Aruba en Curaçao niet meer weg te denken uit de nationale ploeg. Twee jaar geleden trad Nederland tijdens de World Baseball Classic – een invitatietoernooi waaraan in tegenstelling tot het WK wél profs uit de Amerikaanse Major League mee mogen doen – zelfs aan met een team dat vrijwel alleen uit spelers van Antilliaanse komaf bestond. Op het WK in Panama ontbraken topspelers als Jair Jurrjens, Andruw Jones, Kenley Jansen en Roger Bernadina omdat ze geen toestemming kregen van hun Amerikaanse profclub.

Met veertien spelers uit de hoofdklasse en tien profs uit de Verenigde Staten bleek Farley over één van de sterkste Nederlandse teams ooit te beschikken op het 39ste WK. Dit toernooi was een schitterend podium voor honkballers die vrijwel nooit de kans krijgen om internationale wedstrijden te spelen. Honkbal is de olympische status kwijtgeraakt.

De honkballers van Antilliaanse komaf brachten ook nu weer wat extra’s. Spelers uit Aruba en Curaçao zijn doorgaans niet alleen fysiek zeer sterk, maar hebben ook de absolute wil om te slagen als prof. Ze zijn gehard in de lagere regionen van het Amerikaanse profhonkbal en zien de sport als hét middel om een bestaan op te bouwen. Nederlandse krachten als Rob Cordemans en Sidney de Jong hebben zoveel ervaring opgedaan dat ze zich als honkballers uit de hoofdklasse moeiteloos staande houden op een WK.

De goede prestaties hebben ertoe geleid dat de beste honkballers steevast Nederland verkiezen boven Aruba of Curaçao. De honkballers zijn met Nederland verzekerd van deelname aan de World Baseball Classic en het WK. De ploeg die tot voor kort onder de vlag van de Nederlandse Antillen speelde werd uitgeschakeld voor het WK en zal waarschijnlijk in 2013 ook niet deelnemen aan de derde Classic. En wie eenmaal voor Nederland heeft gekozen kan niet zomaar overstappen naar Aruba of Curaçao.

Het is nu zaak voor Nederland om de relatie met de honkbalgekke eilanden verder uit te bouwen. De Nederlandse honkbalbond kan helpen met verbetering van de accommodaties op Aruba en Curaçao. Daarnaast zou gedacht kunnen worden aan een competitie in de wintermaanden waaraan ook spelers uit de Nederlandse hoofdklasse mee zouden moeten kunnen doen. Nu kiezen profs er vaak voor om in die tijd in competities in landen als Mexico, de Dominicaanse Republiek of Venezuela te spelen.

Met het omarmen van honkballers uit de voormalige Antillen heeft Nederland er ook voor gekozen de sport te professionaliseren. Dat kwam de honkbalbond in het verleden nog wel eens op kritiek te staan van mensen die vonden dat spelers uit de Nederlandse hoofdklasse onvoldoende kansen kregen. Door de successen van de afgelopen tien jaar – met als hoogtepunt de wereldtitel in Panama – is die kritiek grotendeels verdwenenen.

De Nederlandse honkbalbond staat voor de opdracht om het succes van Panama te verzilveren. Op Aruba en Curaçao zijn spelers als Hensley Meulens, Andruw Jones, Sidney Ponson en Jair Jurrjens idolen en een voorbeeld voor de jeugd. Maar in Nederland verkeren toppers als Rick van den Hurk, Gregory Halman en Tom Stuifbergen – spelers die hier zijn geboren en getogen – in relatieve anonimiteit. Dit trio heeft bewezen dat een overstap van Nederland naar de Amerikaanse profcompetities wel degelijk mogelijk is. Als rolmodel zouden zij er voor kunnen zorgen dat de sport ook hier meer gaat leven.

De Amerikaanse Major League, de machtigste honkbalorganisatie in de wereld, ziet het WK het liefst verdwijnen en wil alles in het teken stellen van de eigen World Baseball Classic waaraan profs uit de hoogste divisie meedoen. Voor Nederland is het WK een uitstekend podium voor de spelers uit de hoofdklasse en jonge profs.

De titel komt sportief en commercieel op een goed moment. De honkbalbond is met de Amerikaanse Major League in de slag om wedstrijden tussen proforganisaties uit de VS in Nederland te laten spelen. Waar kun je duels, die uitmonden in de World Series, beter spelen dan in het land van de wereldkampioen?