Onderzoek naar bespioneren van Frans dagblad Le Monde

Patrick Maisonneuve, advocaat van de chef van de Franse inlichtingendienst Bernard Squarcini. Squarcini wordt ervan beschuldigd journalisten van Le Monde te hebben bespioneerd om erachter te komen welke bron informatie naar het dagblad lekte. Foto AFP / Jacques Demarthon

Het hoofd van de Franse binnenlandse inlichtingendienst (DCRI) is in staat van beschuldiging gesteld in de afluisteraffaire bij het dagblad Le Monde. Een onderzoek moet aantonen of hij journalisten daarvan bespioneerde.

Tegen het hoofd, Bernard Squarcini, is een voorlopige aanklacht ingediend wegens schending van het briefgeheim en het op onwettige wijze verzamelen van gegevens. Dat zei zijn advocaat vandaag. Dankzij de voorlopige aanklacht kunnen onderzoeksrechters doorgaan met een onderzoek om te bepalen of Squarcini vervolgd moet worden.

De affaire begon vorig jaar rond deze tijd, na enkele opvallende diefstallen van laptops van journalisten. Bij een journalist van Le Monde die over de Bettencourt-zaak berichtte werd in oktober 2010 thuis ingebroken. Daarna werden twee computers ontvreemd op de redactie van Médiapart, een nieuwssite die de affaire-Bettencourt vorige zomer aan het licht bracht, en één op de redactie van weekblad Le Point.

Le Monde beschuldigt Sarkozy ervan de DCRI opdracht te hebben gegeven te achterhalen welke bronnen journalisten raadpleegden. Hij zou zo het lek in het schandaal rond Liliane Bettencourt, erfgename van L’Oréal en de rijkste vrouw van Europa, willen traceren.

Het bureau van Sarkozy bestrijdt de aantijgingen. De advocaat van Squarcini liet vandaag weten dat zijn cliënt er niet over peinst om zijn functie bij de DCRI neer te leggen.