Is dit nu ook al sport?

In Enschede hoef je niet langer in je eentje thuis te gamen, maar kan je naar de elektronische sportclub.

Zitten er straks in het hele land gameverenigingen?

De opening van de eerste officiele E-sportclub van Nederland in het Stroinkhuis te Enschede. E-sportclub Twente is officieel erkent door de NOC*NSF. Rechts speler Ravi. Foto: Peter de Krom

Kleedkamers zijn er niet. Niet nodig ook. Een bar is er wel, om wat te drinken na de wedstrijd.

In wijkcentrum Stroinkshuis in Enschede werd afgelopen zaterdag de eerste elektronische sportclub van Nederland geopend. Een sportvereniging, waar gamers vanaf deze week spellen als FIFA (voetbal), Counterstrike (actie) of Dance Dance Revolution (dansen) in competitieverband kunnen spelen. Gamen op de gamevereniging.

Het doel: gameverenigingen door heel Nederland verspreiden en zo van gamen een officieel erkende sport maken, vertelt voorzitter Jasper Schoo van de elektronische sportbond (E-sportbond), terwijl op de achtergrond kinderen van een jaar of acht op en neer springen op de ‘pads’ van Dance Dance Revolution. „Games zijn heel belangrijk in het leven van jonge mensen. We willen serieus genomen worden.”

De helft van de Nederlanders speelt weleens een computerspel. En de hoeveelheid tijd die we eraan besteden groeit, bleek afgelopen vrijdag nog uit onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau. Jongeren besteden inmiddels gemiddeld anderhalf uur per dag aan gamen. Er zijn naar schatting een paar honderd professionele gamers in Nederland: ze trainen, doen mee aan toernooien en verdienen geld met gamen over de hele wereld.

Maar is gamen ook een sport? Sportwetenschappers, gamewetenschappers en sportkoepel NOC*NSF geven allemaal hetzelfde antwoord: waarom niet? Sport heeft geen vaste definitie, zegt hoogleraar sportontwikkeling Maarten van Bottenburg van de Universiteit Utrecht. „Vergelijk het met kunst. Sport is wat als sport wordt gezien.” De omschrijving die volgens Bottenburg de term ‘sport’ het best dekt is het onnodig opwerpen van barrières die je moet overwinnen. Tegenstanders, scheidsrechters. Hardlopen, terwijl je ook met de auto kan. Wie gewichten optilt in de sportschool doet daarmee net zo goed aan sport als een professionele tennisser of voetballer.

En dus zijn ook gamers als Koen Weijland (18) en Ravi Bhikhie (28), die vandaag in Enschede een demonstratie geven, sporters. Al moeten ze zelf een beetje lachen als hun die term wordt voorgelegd.

Ze hebben wel talent, vinden ze allebei. Weijland, Nederlands kampioen FIFA, heeft een goed tactisch inzicht, zegt hij. „Vergelijk het met schaken. Verdedigers staan op een bepaalde manier, aanvallers weer anders. Ik herken die situatie en weet als ik aan de bal ben met welke beweging ik de meeste kans maak om de verdediger te passeren.” Bhikie, die tot de tien beste spelers van Dance Dance Revolution in Nederland heeft behoord: „Als je veel speelt ga je patronen in het spel herkennen. Dingen die steeds terugkomen. Een goede speler kan een spel doorgronden.”

En verder? Een goede gamer gebruikt al zijn zintuigen. Provoceert zijn tegenstander een beetje. Drinkt veel, water of sportdrank. Slaapt goed van tevoren en traint liefst een paar uur per dag om in conditie te blijven.

Zijn Nederlands kampioenschap leverde hem onder vrienden respect op, vertelt Weijland. „Wat knap, hoe doe je dat?” Oudere mensen reageren eerder bezorgd, die moet hij altijd uitleggen dat hij nog steeds studeert aan de Radboud Universiteit. Meisjes doen lacherig. „Dan moet ik vertellen dat ik ook bij een echte voetbalclub speel, en heus niet alleen maar binnen op mijn kamertje zit.”

Gamen kampt met een imagoprobleem. Professor communicatie en media en game-onderzoeker Jeroen Jansz van de Erasmus Universiteit Rotterdam vat het zo samen: „Pizza’s, patat, cola, papzakkerig en met een beetje geluk nog verslaafd ook.”

Niet direct termen die je met sport associeert. Op de club in Enschede doen ze er alles aan om deze reputatie te verbeteren. De nadruk ligt daarom op games waarin bewogen wordt: sport- of dansspellen op de Wii of Xbox Kinect. In het publiek lopen veel ouders met jonge kinderen. Zij moeten straks de betalende leden gaan worden, waar de bond zijn bestaansrecht aan ontleent.

Een groep betalende leden, die representatief is voor het aantal gamers in Nederland, vormt het belangrijkste obstakel voor de E-sportbond naar een officiële sportlicentie bij NOC*NSF. Als het de bond lukt om vijfduizend betalende leden aan zich te binden wil de bond een aanvraag indienen. Want NOC*NSF-lidmaatschap betekent: subsidies, sponsors en erkenning voor gamen als sport.

De e-sportbond mikt op een licentie in 2013. „Voor gamers voelt dit misschien onlogisch”, zegt Schoo. „Een bond, was dat niet iets uit de tijd van mijn opa? Maar we moeten dit doen via de traditionele kanalen. Daar zit uiteindelijk het geld en vallen de beslissingen. Zo kunnen we straks niet-commerciële EK’s, WK’s en gamewedstrijden met officiële scheidsrechters voor elkaar krijgen.”

En dan uiteindelijk, gamen als olympische sport? „Gamen als Olympische denksport is de ultieme droom”, zegt Schoo. Maar gamen hangt nu nog erg met commercie samen en dat maakt het ingewikkeld om bij het IOC aansluiting te vinden, legt Jeroen Jansz uit. „Maar wie weet. Ook het IOC zal moeten vernieuwen. Ze moeten zich realiseren dat de komende generaties niet meer zitten te dammen.”