In een derby willen de supporters gladiatoren zien

Voor supporters is geen wedstrijd belangrijker dan het duel tegen de aartsrivaal. De streekderby NEC-Vitesse verliep gisteren tumultueus. „Er worden bloed, zweet en tranen geëist.”

„Ik zou willen dat we nog een NEC in de eredivisie hadden”, zegt Ted van Leeuwen. De technisch directeur van Vitesse houdt van de beleving rond de Gelderse voetbalderby, die gisteren eindigde in 1-0 voor de ploeg uit Arnhem. De burenruzie lijkt in de regio steeds meer te leven. Zeker in plaatsen als Bemmel en Elst, waar voetbal de inwoners verdeelt. „We hebben geprobeerd met allerlei activiteiten in de stad de derby groter te maken dan hij is”, zegt Jacco Swart, algemeen directeur van NEC.

Voor supporters is geen wedstrijd belangrijker dan tegen de aartsrivaal. Die van NEC schrijven de naam van hun tegenstander als Vite$$e. Arnhemmers spreken van Nek, in plaats van het in Nijmegen gebezigde En-Ee-Cee. De voetballers zijn niet onbekend met de rivaliteit. Zo stak Vitesse-speler Frank van der Struijk gisteren voor de aftrap stiekem zijn middelvingers op naar de NEC-fans. Zijn collega Nicky Hofs zag zaterdag zijn woning beklad in de NEC-kleuren. Die club beloofde de schade te vergoeden.

Vitesse en NEC, van elkaar gescheiden door de rivieren Waal en Rijn, zijn twee verschillende werelden. „Vitesse is meer sophisticated, een witteboordenclub. Het is te merken dat we geen zware industrie in de stad hebben”, zegt Van Leeuwen. „NEC, dat is bloed, zweet en tranen. Wij zijn eerder Feyenoord dan Ajax. Onze supporters hebben geen moeite met lelijk winnen”, weet Swart.

Vitesse won veertien jaar geleden voor het laatst in Nijmegen, maar de overwinning van gisteren markeert het nieuwe elan van de tot voor kort noodlijdende club uit Arnhem. De Georgische eigenaar Merab Jordania wil de begroting in enkele seizoenen verhogen van 25 naar 40 miljoen euro. Vitesse is bezig met de bouw van een moderne trainingsaccommodatie op Papendal, ter waarde van 14 miljoen euro, en heeft al twee nieuwe velden in gebruik genomen.

Nu al bevat de selectie van trainer John van den Brom voetballers die tot vorig seizoen niet naar Arnhem zouden komen, zoals Wilfried Bony, Guram Kashia en Giorgi Chanturia, doelpuntenmaker tegen NEC. Van Leeuwen: „Vitesse had al een poenerig imago, dat is nu nog erger geworden. Maar ik heb wakker gelegen van de transfersom van Bony [zo’n 4 miljoen euro]. Vitesse is een heel warme club. Dat weten helaas vooral mensen aan de binnenkant.”

Ook bij NEC meldde zich vorig seizoen een onbekende geldschieter, maar tot een gesprek kwam het niet. De club heeft een begroting van 11 miljoen euro en hoopt dat zo te houden in de huidige economische situatie. Swart: „We zijn een toegankelijke familieclub, met een ‘volksparkstadion’ middenin de stad waarbij zowel professoren als jongens uit [volkswijk] Wolfskuil op de tribune zitten. Tradities zijn hier belangrijk.”

Maar de algemeen directeur realiseert zich dat NEC van romantiek niet kan leven. „Dat moeten we vermarkten met maatschappelijke projecten bijvoorbeeld. En met de kennisinstituten om ons heen proberen we stapjes te maken op het gebied van videoanalyse, voeding en fysiologie. Ook heeft ons stadion eigenlijk een verfje nodig. We hebben genoeg capaciteit, maar missen wat dynamiek.”

Vitesse, dat tegenwoordig samenwerkt met eerstedivisieclub AGOVV, onderhoudt ook met NEC goede banden. De twee clubs spraken in het seizoen 2003-2004 over een gezamenlijke jeugdopleiding, FC Gelderland, op initiatief van toenmalig NEC-voorzitter Hans van Delft. Van Leeuwen van Vitesse: „Dat is afgeketst omdat de derde partij, De Graafschap, niet wilde. Met trainingen in Nijmegen zouden we NEC-kinderen kweken. Vitesse scout vaak kleine, technische, handige speler. NEC het tegenovergestelde type.”

De clubs werven in dezelfde regio nu op eigen houtje talentvolle spelers. De tientallen scouts van Vitesse staan elk weekend in een straal van 60 kilometer rond Papendal langs de lijn, NEC kijkt tot 30 kilometer buiten Nijmegen. Beide directeuren noemen scouting van cruciaal belang, maar stellen dat de tijd voorbij is dat supporters spelers uit de stad willen zien. Van Leeuwen: „De supporters maakt het niet zo gek veel uit. Voetballers spelen hier omdat ze goed genoeg zijn, niet omdat ze uit de buurt komen.”

„Een derby geeft een sportcarrière extra cachet”, weet NEC-trainer Alex Pastoor, die zaterdag honderden supporters kon verwelkomen bij de afsluitende training. „Ik denk dat het duel in Nijmegen meer leeft dan bij Vitesse. Op een supportersavond werden bloed, zweet en tranen geëist. Ze willen gladiatoren zien. Ik heb een voorkeur voor verzorgd spel, maar dat is van ondergeschikt belang. Als trainer hoef ik in deze wedstrijden niet zo nodig ontwikkeling te zien, als we maar winnen. Voor de spelers is het zaak het verstand te gebruiken, opdrachten na te komen en escalatie te vermijden.”

Pastoor concludeert na afloop dat zijn strijdplan op één punt na is uitgevoerd. NEC kreeg kans op kans in een offensief dat de volledige tweede helft duurde, maar scoorde niet. Chanturia en Kevin Conboy moesten het veld verlaten na een opstootje, ook Stanley Aborah (Vitesse) kreeg rood. Buiten stadion de Goffert zoeken NEC-supporters de confrontatie met de politie.

„We hebben Vitesse op de knieën gekregen, tot de doellijn”, zegt Pastoor na de nederlaag. „Helaas kan ik de bal niet in het doel schreeuwen. We kregen applaus voor het spel, maar hadden de supporters het liefst de punten willen geven.”