Huiswerkinstituten nemen onderwijs over

Rond de middelbare school is een wildgroei van instituten en trainingsklassen ontstaan om leerlingen met huiswerk en examenvoorbereiding te helpen. Roep hier een halt aan, zegt Ton van Haperen.

Het is de groeimarkt rond het voortgezet onderwijs: de particuliere huiswerkinstituten en examenvoorbereiding. Steeds meer leerlingen maken na schooltijd hun huiswerk in een instituut. Of ze bereiden zich in hun vakanties voor op het eindexamen.

Wat moeten we met deze ontwikkeling? Haar een halt toeroepen natuurlijk. Bedrijven nemen activiteiten van scholen over, missen de expertise en vragen aan leerplichtigen een prijs voor schoolsucces.

Het loopt uit de hand met de entrepreneurs die tegen betaling het leren op school overnemen. Volgens de NOS zaten in 2008 al 100.000 middelbare scholieren op een huiswerkinstituut. Dat is meer dan tien procent van de totale leerlingenpopulatie in het voortgezet onderwijs. Een persbericht van de Landelijke Vereniging van Studiebegeleidingsinstituten spreekt in 2010 van een jaarlijkse groei van 35 tot 40 procent. En al bij het begin van dit schooljaar staan leerlingen ingeschreven voor trainingen in de kerstvakantie voor het centraal schriftelijk examen. De afname van dat examen begint eind mei.

Dergelijke afzet- en groeicijfers duiden op een excessieve vraag. Maar dat gegeven verandert niks aan de status daarvan. Deze bedrijven zijn handelaren in angst, die hun bestaansrecht vooral ontlenen aan de gemakzucht van ouders en de lamlendigheid van scholen.

Want hoe gaat dat, je aanmelden bij een huiswerkinstituut of een examentraining? Eerst komen de verhalen aan de keukentafel over leraren die de klas niet aan de gang krijgen, lessen die uitvallen en proefwerkscores rond de getallen een, twee en drie. Ouders bellen de mentor, die moet het maar oplossen. Die reageert met een warrig verhaal over de werkdruk en misschien kan hun kind wat beter zijn best doen. Degene die het zich kan veroorloven denkt: hier heb ik geen zin in, ik koop de stress af. Maar deze ouders vergeten dat het bij de huiswerkbegeleiding en de examentraining niet beter is dan op school. Hobbyisten, veelal studenten – uit onderzoek blijkt dat dit hun favoriete bijbaantje is – runnen daar namelijk de show. Deze amateurs hebben geen verstand van de moeilijke dingen in het schoolvak. Hun instructie beperkt zich tot ‘werk door’, ‘houd je mond’, ‘lees de vraag nog een keer’, ‘hier zijn de antwoorden’ en ‘wil je misschien nog een kop thee?’

Elke leerling kan dit zelf. Toch kennen ouders liever waarde toe aan een particuliere dienst dan dat ze met hun kind werkafspraken maken. En het ergste is: de woekerprijs die ze ophoesten is strijdig met het uitgangspunt dat onderwijs aan leerplichtigen gratis is. Precies daarom is in 2005 het schoolgeld voor 16-, 17- en 18-jarigen afgeschaft. In 2009 volgden de gratis schoolboeken. Het is nooit de bedoeling geweest dat dit voordeeltje voor de gezinnen in de zakken van de eigenaren van de huiswerkklassen en de examentrainingen zou verdwijnen.

En dan er is nog iets, iets subtiels. Het is nog maar tien jaar geleden dat beleidsmakers dachten dat doorgeschoten pubers op havo en vwo vanuit een intrinsiek gemotiveerde leervraag een breed en overladen curriculum geheel zelfstandig zouden gaan bestormen. In dat studiehuis was zelfs aanwezigheid in de les niet verplicht. Degene die goed was in wiskunde, mocht dat vak laten lopen om aan zijn achterstanden in bijvoorbeeld Engels te werken. De individualisering van de leerweg, de zaligverklaring van het begrip ‘zelfstandigheid’, de ronkende zin ‘kennis kun je niet overdragen, leerlingen moeten die verwerven’, al deze retoriek zou van de consumerende leerling een producent van kennis maken.

Over het mislukken hiervan is inmiddels genoeg geschreven. Maar wat blijkt? We zijn ongemerkt in het andere uiterste beland. Want de leerling van nu hoeft geen enkele verantwoordelijkheid meer te nemen voor zijn schoolsucces. Hij is aanwezig in de les en degene die het daarmee niet redt, maakt huiswerk op een instituut en als het examen nadert, koopt hij een training. Kortom, werken voor school, alleen als er een bewaker naast staat.

Deze opvatting is even vernietigend als dat rare studiehuis. Want kennis beklijft alleen als die verbonden is met het eerder geleerde, waarneembaar is in de werkelijkheid en onderhouden wordt door oefening. Ontwikkeling daarin is een integraal proces, dat vraagt om actieve leerlingen, geprikkeld door goede leraren, die opvoeden tot leren in hun vak. Steun van ouders zou handig zijn, maar uiteindelijk moeten kinderen zelf willen. Ook hier geldt de oude wijsheid: je kunt het paard naar het water leiden, maar je kunt het niet doen drinken. De huiswerkinstituten en examentrainers zorgen er echter voor dat leerlingen een diploma krijgen zonder ooit ook maar één slok uit zichzelf te nemen, waarna onze jonge helden krachteloos het hoger onderwijs binnensloffen.

De middelbare school devalueert op deze manier tot een waardeloos instituut. En precies daarom moet dit stoppen. Leerlingen hebben tegenwoordig lange schooldagen met tussenuren. In die tijd valt toch te regelen dat het huiswerk gemaakt is? En als het examen nadert, zijn het toch zeker de leraren die hun leerlingen daar op voorbereiden?

Het is aan scholen om hier hun verantwoordelijkheid te nemen en zich maniakaal te richten op het leren van kinderen. Maar het zou bepaald helpen als de overheid de commerciële wildgroei rond de middelbare school een halt toeroept.

Ton van Haperen is leraar, lerarenopleider en publicist.