Hoe is het mogelijk?

Zonderland, Van Gelder en Wammes faalden bij de WK turnen en plaatsten zich niet voor de Spelen van Londen.

Pech, gebrek aan kwaliteit of zit het tussen de oren?

Netherlands' Epke Zonderland competes during the men's horizontal bar apparatus final at the Artistic Gymnastics World Championships in Tokyo October 16, 2011. REUTERS/Kim Kyung-Hoon (JAPAN - Tags: SPORT GYMNASTICS) REUTERS

De Nederlandse turners en turnsters zijn niet van olympisch niveau, de reeks successen van het afgelopen decennium ten spijt. De laatste tien jaar stroomden de medailles binnen – met als uitschieters vier Europese en één wereldtitel – maar ging het rond of op de Olympische Spelen steeds gruwelijk mis. Ook nu weer.

Voor ‘Londen’ ziet het er volgend jaar opnieuw slecht uit, want na de wereldkampioenschappen in Tokio, hét olympische kwalificatiemoment, staat de Nederlandse teller op nul nominaties. Afgelopen weekend faalden zelfs de sterren. Yuri van Gelder mag definitief niet naar de Olympische Spelen en Epke Zonderland lijkt vrijwel kansloos nu hij is aangewezen op het kwalificatietoernooi voor de WK-afvallers, begin januari in Londen. Want daar kan de rekspecialist zich alleen nog plaatsen via de meerkamp, al vier jaar niet meer zijn ‘ding’.

Is het botte pech, gebrek aan kwaliteit of mentale wankelmoedigheid dat de Nederlanders dwarszit zodra de Olympische Spelen in het vizier komen? Het geluk was deze WK zeker niet op de hand van de Nederlanders. Aan kwaliteit kan het niet liggen, want zowel Van Gelder als Zonderland behoort ontegenzeglijk tot de wereldtop. Het moet dus in het hoofd zitten, anders zijn de wanprestaties van de Nederlanders niet te verklaren.

Kwalificeren voor en presteren op de Olympische Spelen vereisen een extra mentale hardheid die Nederlanders niet lijken te kunnen opbrengen. Natuurlijk heeft de concurrentie zich in een (pre-)olympisch jaar verbeterd. Maar dat is een bekend gegeven. En natuurlijk staan er plotseling sterke Amerikaanse, Russische of Chinese debutanten op. Maar dat is evenmin nieuw. De geschiedenis herhaalt zich, elke olympische cyclus weer. Maar de concurrenten, die Van Gelder en Zonderland al eens hebben verslagen, staan er steeds op momenten dat het van hen verlangd wordt. En dat kan van Nederlanders niet gezegd worden. Integendeel.

Zonderland miste gisteren in de finale op rek de ‘Yamawaki’, uitgerekend het eenvoudigste element in zijn krankzinnig zware oefening. Met de combinatie van de vluchtelementen ‘Cassina’ en ‘Kolman’ en de ‘Gaylord 2’ had Zonderland het ultieme risico genomen. Hij is de enige turner ter wereld die een dergelijke samenstelling aandurft. En de uitvoering ging goed, wonderwel goed zelfs. Tot hij kort voor zijn afsprong gestrekt over de rekstok moest zweven. Hij kwam niet hoog genoeg, tikte met zijn voeten de stok aan en moest een rotatie laten schieten. Maar het ergste van alles: hij moest ruim een punt inleveren. Zonderland werd vijfde en miste de medailleplaats die rechtstreekse plaatsing voor de Olympische Spelen had betekend.

Van Gelder was een dag eerder bij een soortgelijk scenario onderuit gegaan. Ook hij turnde zijn oefening op olympisch niveau, in de stijl zoals we die van de turner vóór zijn cocaïnetijdperk gewend waren. Bij hem school het venijn in de afsprong. Van Gelder besloot alle risico’s te nemen met een dubbele salto gehoekt. Achteraf vervloekte de turner zijn waaghalzerij, want hij landde op zijn achterste en wist onmiddellijk dat olympische deelname onmogelijk was geworden. Net als Zonderland werd hij vijfde.

De reeks tegenvallers in Tokio werd vergroot door Jeffrey Wammes, die in de finale op sprong achtste en laatste werd. Gezien de krachtsverhoudingen op dat onderdeel stelde Wammes minder teleur dan Zonderland en Van Gelder. Maar ook voor hem geldt dat hij zich niet wist te verbeteren.

De deceptie bij de mannen volgde op de tegenvallers bij de vrouwen die eerder in het toernooi bij de landenwedstrijd rechtstreekse plaatsing als team hadden verprutst. Na hun negende plaats bij de WK van vorig jaar in Rotterdam hadden de vrouwen gehoopt op de top-8, wat plaatsing voor de Spelen had betekend. Maar ook de turnsters maakten op cruciale momenten cruciale fouten en werden dertiende. Zij kunnen zich bij het kwalificatietoernooi in Londen nog herstellen door bij een wedstrijd van acht landen – de nummers negen tot en met zestien van de WK in Tokio – bij de beste vier te eindigen.

Bij de mannen heeft Nederland op de Spelen in Londen recht op één deelnemer, die via het kwalificatietoernooi (OKT) op de meerkamp in januari bekend moet worden. Dat wordt een strijd tussen waarschijnlijk Wammes en Zonderland. Als Zonderland tenminste wordt uitgezonden naar het OKT, want de turnbond mag twee deelnemers inschrijven en kan ook kiezen voor Bart Deurloo: op papier een betere meerkamper dan Zonderland. Topsportmanager Ad Roskam meldde gisteren dat de kwalificatie-eisen voor het laatste OKT snel bekend worden gemaakt.

Vraag is of de turnbond Zonderland en Wammes aanwijst op grond van hun medaillekansen of via een extra plaatsingstoernooi nog andere turners een kans wil geven. Hoe dan ook wordt olympische deelname voor Zonderland a hell of a job. Hij heeft vanwege lichamelijke ongemakken bewust voor specialisatie aan rek gekozen. Vloer en sprong zijn belastend voor zijn kwetsbare rug en een oefening aan de ringen mogelijk te veel gevraagd voor zijn schouders, die Zonderland de laatste jaren vanwege spieruitval zeer selectief kan belasten.

Maar de Sportman van Jaar 2009 mág nog hopen op ‘Londen’. Dat geldt niet voor Van Gelder, die als pure specialist is aangewezen op de Olympische Spelen van 2016 in Rio de Janeiro. Tenminste, als hij zo lang kan wachten.