Eerst verzamelen dan pas eisen stellen

Heeft zo’n buurttheaterspektakel met een open microfoon voor Jezus of tegen vrouwenhandel wel zin, vraagt Renske de Greef zich af. Daar gaat het juist om, schrijft Robin van den Akker, hier is een open source beweging waar iedereen alles van elkaar mag uitwisselen en gebruiken. Dat eisenpakket komt dan later wel.

Sinds afgelopen weekeinde heeft de internationale #occupy-beweging een Amsterdamse en een Haagse variant. Er zijn tenten opgeslagen, internetcafés opgezet en bibliotheken opgetuigd. Er zijn algemene vergaderingen belegd, discussiegroepen georganiseerd en slogans geformuleerd. Wat de bewoners van deze tijdelijke steden in de financiële en politieke centra van het land voorlopig niet doen, is een comité van sterke leiders benoemen, een pakket met eisen indienen, de confrontatie zoeken of de wet overtreden.

Ongetwijfeld zullen de babyboomgeneratie van de ludieke jaren zestig en de politieke jaren zeventig en de verloren generatie van de cynische jaren 80 en de relativistische jaren 90 er niets van begrijpen.

#Occupy onderscheidt zich van bewegingen uit vervlogen tijden door consequente toepassing van het open source-model. Dit model biedt vrije toegang tot bronmateriaal – computercode, data, informatie – zodat eenieder dit materiaal naar eigen inzicht kan gebruiken, kopiëren, veranderen of verbeteren, mits alle afgeleide vormen ook vrij toegankelijk zijn. Een voorbeeld is ‘Wikipedia’.

Een succesvol open source-project, zo is gebleken, doet een algemene belofte (‘wij worden een protestbeweging’), heeft een eenvoudig begin (‘bezet een plein’), sluit niemand uit (‘wij zijn de 99%’) en laat het aan de vrijwilligers om te bepalen welke bijdragen er worden geleverd.

De praktische reden is dat de uitkomst van het proces afhangt van de uiteindelijke samenstelling van de beweging en de inhoudelijke bijdragen van de diverse groepen. De strategische reden is dat de betogers geen mensen willen afschrikken, overschreeuwen of buitensluiten. #Occupy staat of valt immers bij de betrokkenheid van veel, zo niet alle lagen van de bevolking. Het is a movement that anyone can edit.

Als deze mores inderdaad in acht worden genomen belooft het open source-protest van de netwerkgeneratie een platform te worden voor oude en nieuwe geluiden. Van de schreeuw om cultuur en het gejoel om de halbeheffing tot het gefluit van de vakbonden en de drums van de alterglobalisten. Van de verontwaardiging over het pensioenakkoord en het gesis rond de graaicultuur tot het gemor om de hypotheekrenteaftrek en de zucht om de wa-jongregelingen. En van het geklaag over de persoonsgebonden budgetten tot de roep om duurzame energie. Het finale lijstje met concrete eisen komt later wel. Eerst maar eens een tent opzetten.

Robin van den Akker promoveert op Cultuurfilosofie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam (zie ook webzine metamodernism.com).