Een serieuze boodschap vanaf Beursplein 5

Een agenda is er niet en een vastomlijnd doel ontbreekt goeddeels. Maar de ogenschijnlijk inhoudelijke zwakte van de protesten tegen de financiële sector die dit weekend in diverse Europese steden klonken, is in wezen hun kracht.

‘Occupy Amsterdam’, waarvoor zo’n 1.500 mensen op Beursplein 5 bijeenkwamen, vond zaterdag plaats in navolging van protesten die aanvankelijk in Spanje en op Wall Street begonnen. Van Rome tot Frankfurt waren er soortgelijke bijeenkomsten, zoals ook in Rotterdam en Den Haag.

In Amsterdam kwamen adolescenten op, maar ook dertigers, veertigers en senioren van allerlei pluimage, met kinderen en zonder. Wat hen leek te binden, was niet een gezamenlijke oplossing. Het was een gemeenschappelijke ongerustheid over de oorzaak: de aard van de huidige economie, met name de financiële sector.

Misschien dat door de ene demonstrant het kapitalisme zelf als oorzaak van alle kwaad wordt gezien en door de ander slechts de recente uitwassen daarvan. Maar ze deelden het onbehaaglijke idee dat het financiële systeem zich niet meer binnen onze samenleving bevindt, maar in een parallel universum is beland. Buiten het zicht, buiten de controle.

Waar de echte wereld en de financiële wereld elkaar raken, lijkt de financiële sector steeds aan het langste eind te trekken. Zij gooit een muntje op met de samenleving. Kop: wij winnen. Munt: jullie verliezen. Die ontwikkeling is niet van gisteren. Zij vindt al een decennium of twee lang plaats. Dat het onbehagen daarover nu oplaait, heeft te maken met het feit dat dit andere, onzichtbare, universum door de gebeurtenissen van de afgelopen jaren steeds verder is ontmaskerd.

De kredietcrisis van 2008 begon abstract, maar werd een economische crisis die iedereen raakt. De combinatie van de economische recessie en een verzwakt financieel stelsel bracht vervolgens een al veel langer sluimerende Europese schuldencrisis aan het oppervlak, waarvan de rekening voorlopig alleen maar lijkt op te lopen.

De gevolgen van de avonturen van de financiële sector raken nu iedereen. De werknemer die als belastingbetaler opdraait voor het redden van de banken. De mensen die afhankelijk zijn van het sociale en medische vangnet, waarvan de mazen worden vergroot door bezuinigingen. En de sectoren die deels bestaan dankzij overheidssubsidies, waar nu geen geld meer voor is.

Het is de laatste tijd, in een westerse samenleving die steeds gefragmenteerder raakt, niet gebruikelijk dat mensen de straat opgaan. En al helemaal niet dat dit zonder professionele organisatie of vastomlijnd doel gebeurt. Maar mensen zijn ongerust, en terecht. De demonstraties moeten daarom serieuzer worden genomen dan hun kleinschaligheid op het eerste gezicht suggereert.