Geen slok water, maar een hap zand

Schrijver Stefan Brijs debuteerde zes jaar geleden met De engelenmaker. Dat boek was zo goed, dat van zijn nieuwe boek aardig wat verwacht mag worden. Wat de Tweede Wereldoorlog was voor de Nederlandse literatuur – een favoriet onderwerp maar vooral een proefopstelling voor het testen van moed en lafheid – was de Eerste de afgelopen

Schrijver Stefan Brijs debuteerde zes jaar geleden met De engelenmaker. Dat boek was zo goed, dat van zijn nieuwe boek aardig wat verwacht mag worden.

Wat de Tweede Wereldoorlog was voor de Nederlandse literatuur – een favoriet onderwerp maar vooral een proefopstelling voor het testen van moed en lafheid – was de Eerste de afgelopen jaren voor de Vlaamse. Na Tom Lanoye (Niemands land, Overkant), Johanna Spaey (De dood van een soldaat) en Erwin Mortier (Godenslaap), waagt nu Stefan Brijs zich aan een literaire verwerking van de loopgraven en wat daaraan voorafging. Zijn Post voor mevrouw Bromley is bovendien de derde volumineuze roman binnen een jaar die Groot-Brittannië tijdens de Great War schildert; de gemiddelde lezer is nog bezig in Ken Folletts Fall of Giants of het onlangs vertaalde The Stranger’s Child van Alan Hollinghurst.

Er was wat om naar uit te zien. Met De engelenmaker bewees Stefan Brijs (Genk, 1969) zich zes jaar geleden als een knap verteller die met een mengeling van Blauwbaard- en wolvenkindmotieven de gothic novel nieuw leven inblies. Het verhaal van een ambitieuze geneticus in een klein grensdorp was niet alleen vlot geschreven en origineel van compositie, maar riep bovendien vragen op over de dunne lijn tussen goed en kwaad. Wat zou een schrijver als Brijs niet kunnen doen met de Grote Oorlog – zeker als hij voor zo’n epos nog ruimer de tijd nam dan voor De engelenmaker?

Het hele artikel kunt u hier lezen.