De koe zelf kiest voor wei én stal

Steeds meer koeien staan continu op stal. Beter, zegt de boer: „Gezonder, meer melk.” Maar de corporatie betaalt extra voor vee in de wei. Dat willen de consumenten.

Nederland - Opende - ( Groningen ) - 04-07-2011 Landschap. Foto: Sake Elzinga

De burger wil dat een koe in de wei loopt. Dat is een mooi gezicht. Het hoort bij het Hollandse cultuurlandschap. Ook de koe zelf lijkt het wel te waarderen. Zuivelfabrieken en supermarkten stimuleren veehouders hun koeien buiten te zetten.

Maar de werkelijkheid is dat er steeds minder koeien in de wei staan. Van de bijna anderhalf miljoen koeien in Nederland komt ruim een kwart, 26 procent, niet meer uit de stal. Vijf jaar geleden bleef nog maar 17 procent binnen, zo blijkt uit onderzoek van adviesbureau CLM. Het binnenhalen van vee is een trend die decennia geleden ook al werd ingezet bij kippen en varkens.

Het is niet meer dan logisch om de koeien binnen te houden, vertelt melkveehouder Jeroen van Wijk. De 31-jarige boer wandelt door zijn open stallen in het Utrechtse dorp Odijk. Hier lopen 130 melkkoeien los rond. De wind waait er doorheen, het licht valt op de dieren. Als de koe aandrang voelt, loopt ze naar de melkrobot die haar melkt. Sommige twee keer per dag, andere vijf keer per dag. Gemiddeld 2,9 keer per dag.

Van Wijk: „Het opstallen van koeien heeft veel voordelen. De koeien krijgen allemaal hetzelfde voer, dat constant wordt aangeleverd. Ze staan droog en hebben geen last van hitte in de zomer. Ze hoeven niet te wachten om te worden gemolken. De robot bepaalt welke koe hoeveel krachtvoer precies krijgt. En de koeien vertrappen buiten het gras niet. Zo kunnen wij het gras mooi gelijkmatig maaien en het in de winter voeren. De koeien zijn gezonder. De koe geeft ook meer melk. Een melkkoe is een topsporter, die goed moet worden verzorgd.”

Bovendien dient gemak de mens. Van Wijk: „Zo’n melkrobot zorgt voor gelijkmatig melken. De stress van twee keer per dag zelf melken valt weg. Dat is prettig, zeker nu ik een dochter van anderhalf heb.”

Jeroen van Wijk drijft de melkveehouderij samen met zijn vader Jan. Die besloot dertien jaar geleden de koeien binnen te halen. Jan van Wijk: „Ik ging van twee keer per dag naar drie keer per dag melken. Dat scheelde 20 procent in de productie. We hebben niet genoeg grond om alle koeien buiten te laten lopen. We zitten hier op dure grond. Wat je dus doet, is zo veel mogelijk melk per dier halen. Dat lukt het beste als je ze binnen houdt.”

Jeroen van Wijk is lid van zuivelcoöperatie Friesland-Campina, zoals bijna tweederde van de tweeduizend melkveehouders in Nederland. Op zijn T-shirt staat de tekst: „Het beste van ons land proef je in Campina”.

De zuivelgigant geeft binnenkort jaarlijks maximaal 45 miljoen euro uit aan boeren die hun koeien buiten zetten. Een halve cent per liter. „Het is geen verplichting”, zegt woordvoerder Rob van Dongen. „We verhogen de premies voor weidegang omdat we ons niet alleen willen onderscheiden op voedingskwaliteit, maar ook op het behoud van het landschap. Driekwart van de Nederlanders vindt het belangrijk dat de koe in het landschap zichtbaar blijft. De premies verdienen we niet meteen terug, maar we exporteren veel melk en in het buitenland leeft het idee van grote groene weilanden met koeien en molens enorm. De belangstelling voor duurzame productie neemt toe.”

Is weidegang dus eigenlijk een reclameplaatje, of zijn er nog andere voordelen? Koeien die buiten grazen leveren in hun melkvet relatief meer omega-3-vetzuren en die verminderen bij de mens de kans op hart- en vaatziekten. Ook bevat dit melkvet geconjugeerd linolzuur (CLA) en dat schijnt de vetverbranding bij de mens ten goede te komen. Deze voordelen zijn weer niet zo relevant als je halfvolle of magere melk drinkt.

Weidegang zorgt ook voor minder ammoniakemissie, want ammoniak ontstaat als mest en urine met elkaar in contact komen en dat gebeurt meer in de stal dan in de wei. En het is ook goed voor de biodiversiteit, want op de mest komen kevers, wormen en andere beestjes af die weidevogels graag verorberen.

Veel voordelen hangen volgens deskundigen vooral af van het „vakmanschap” van de melkveehouder in kwestie. Onderzoeker Erik van Well van adviesbureau CLM: „Het ligt genuanceerd. Voor een eerder onderzoek hebben wij veel boerderijen bezocht. Ik was op een bedrijf waar de koeien buiten liepen, maar met heel ouderwetse stallen voor de winter. Als ik als koe de keuze had, zou ik in dat geval liever in een open stal jaarrond binnen staan dan daar in zomer overdag buiten en ’s nachts en in de winter alsnog in een donkere lage stal. Dat geeft aan dat de verschillen tussen bedrijven groot zijn. Maar van de andere kant: het is een feit dat veruit de meeste mensen graag willen dat koeien buiten lopen. En doordat ze nog steeds buiten lopen, is het draagvlak voor de melkveesector ook veel groter dan voor bijvoorbeeld de varkens- en pluimveehouderij.”

En is het simpelweg niet heel natuurlijk voor de koe zelf om buiten te lopen? „Nou, een koe is geen wild dier”, zegt Frauke Ohl, hoogleraar dierenwelzijn aan de faculteit diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht. „Het is een beetje raar om te spreken van natuurlijk gedrag van een dier dat zo ver is gedomesticeerd en doorgefokt.” Dat betekent volgens haar niet dat je al blij moet zijn dat koeien niet meer zoals in de jaren zeventig van de vorige eeuw aan de ketting liggen. Ohl: „Als je een koe de vrije keus laat, dan wil de koe naar buiten. Niet de hele dag. Want de koe wil het ook niet te koud, te nat of te warm hebben. Maar het zou ideaal zijn om de koe de vrije keus te laten en de deuren van de stallen open te zetten. Dus als je spreekt over een zo natuurlijk mogelijk leven, dan moet je de keuze aan het dier laten.”

Dat kost dan wel een paar centen, en die wil of kan de melkveehouder niet altijd zelf betalen. Ohl: „Het is inderdaad belangrijk om de motivatie van burgers voor hun voorkeur voor koeien in de wei kritisch te onderzoeken. Vinden ze dat gewoon wel leuk, of zijn ze zich ervan bewust dat het verhogen van dierenwelzijn veel geld kost en zijn ze bereid daar ook voor te betalen?”

Melkveehouder Jeroen van Wijk gelooft niet erg in de voordelen van weidegang en moppert over gebrek aan kennis. Neem de hygiëne. „Mensen willen terug naar vroeger. Toen ging je als boer op je fiets naar het weiland om koeien te melken. Onderweg liep je ketting er af, je legde hem er weer op en met smerige handen ging je melken. Daarna waren je handen weer lekker schoon.” Smalend trekt hij zijn wenkbrauwen op. „Ja ja, vroeger was alles beter.”