Blanke, blinde blazer die denkt dattie zwart is

Acteur John Buijsman gebruikte de multi-instrumentalist Rahsaan Roland Kirk als uitgangspunt voor een voorstelling. „Het gaat me om zijn geestkracht.”

„Echte muziek”, brult John Buijsman. „Muziek van vlees en bloed, geen muzak. Muziek met klóten. Unieke muziek! Eenmaal verklonken, is het weg.” Zie hem staan met zijn bontmuts met tijgerprint, een zwarte zonnebril en een vlassige baard. Verhalend als „een witte neger op de veranda”, predikend als een Amerikaanse dominee en brommend in een duel met een saxofoon.

De Rotterdamse theatermaker, acteur, presentator en comedian John Buijsman stond in 1999 met een solovoorstelling over trompetist Chet Baker op de planken. Zijn Angel Eyes op tekst van Jules Deelder klonk toen zelfs op North Sea Jazz. Nu laat Buijsman zich wederom inspireren door de muziek. In zijn tiende muziektheaterstuk Het Alziend Oor, gemaakt in samenwerking met Productiehuis Rotterdam, baseert John Buijsman zich op het leven van de geniaal eigenzinnige multi-instrumentalist Rahsaan Roland Kirk (1936-1977).

Er is altijd veel aandacht geweest voor de Amerikaanse jazzmusicus Roland Kirk en zijn gekte: de blinde musicus die, getooid met de opmerkelijkste hoofddeksels, rustig drie rietinstrumenten tegelijk bespeelde, een fluit in zijn neus stopte, tonen minuten lang aanhield en grappen uithaalde op het podium. Maar Kirk, die overleed aan een beroerte, was naast zijn jazzcapriolen, vooral ook een bijzonder goed improviserende saxofonist die zich op zijn zelf bewerkte saxofoons, maar ook andere, zelfbedachte instrumenten kon meten aan een ongelofelijke techniek.

„Krankzinnig veelzijdig was-ie”, zegt John Buijsman (Rotterdam, 1953). „Je vraagt je af wat en hoe hij vandaag de dag had gespeeld. Ik las twee jaar geleden zijn biografie en was verkocht. Wat een humor bleek die man ook te hebben. Goede verhalen. Zo komt Kirks vrouw thuis, staat hij op een ladder midden in het huis gaten te boren in het plafond. Hij wilde boven ook stereo hebben.”

Maar uitdrukkelijk is John Buijsman niet Roland Kirk zelf. Net als bij zijn Chet Baker-stuk van toen is het de acteur er niet om te doen biografieën van musici tot leven te brengen. De geest van de musicus waart echter nadrukkelijk rond. „Het gaat me om zijn mentaliteit, zijn geestkracht”, zegt John Buijsman. „Als kunstenaar was Kirk authentiek, hij volgde volkomen zijn eigen weg. Ongefilterde emoties, rauw spel. Hij was met geen mogelijkheid in wat voor hokje dan ook onder te brengen.”

Buijsman schiep een nieuw alter ego, losjes gebaseerd op Kirk. „Ik heb me door mijn zoon laten fotograferen met muts, bril, baard en kettingen. De gebaren, de houding kwamen er vanzelf bij. Met die foto ging ik naar Jules Deelder. ‘Zo ziet hij eruit’, zei ik. Jules moest het even op zich in laten werken. Ging hij vervolgens tegen die foto aan praten: ‘Zo, en wie ben je dan? Wat doe jij dan?’”

Het werd een ‘blanke blinde blazer die denkt dattie zwart is’. Via Buijsman laat Deelder hem zeggen: „Alles is zwart. Ikzelf niet uitgezonderd. Pikzwart ben ik, en dat bevalt me prima, ik zou met niemand willen ruilen.” En blind dus. „In plaats van ogen heb ik oren. Daar staat of valt het leven mee. Klánken. M’n gehoor is m’n leven. Ik ádem met m’n oren! Ik kan zien met m’n oren…”

De nietsontziende anekdotes en jazzpoetry van kompaan Jules Deelder drukken in Het Alziend Oor de liefde voor de muziek uit. „Een ode aan de kracht en de werking van muziek. Muziek gaat bij mij meteen mijn buik in.” Hij heeft er zo’n 25 pagina’s tekst voor moeten te leren. „Dat valt niet mee. Het zijn gedichten die behoorlijk rare kanten opgaan. Die Jules kan echt lastige lange zinnen maken”, vat Buijsman samen. Door het Rotterdams gaat het hem makkelijk af. „Dat voelt bekend. De snelheid en swing erin, dat loopt als een gek. En zo’n salvo woorden past zo op de muziek.”

Maar de voorstelling moet ook een beetje wringen, zegt hij. Een beetje verwarring scheppen. De composities geïnspireerd door jazz en pop uit de jaren 70, zijn van saxofonist Keimpe de Jong, drummer Arend Niks, gitarist Andreas Suntrop en Hammond-toetsenist Arno Krijger. Er is, in regie van Aat Ceelen, alle ruimte voor muzikale en verbale improvisatie. Zelf staat Buijsman met twee saxofoons in zijn mond. Ook gaat hij niet onverdienstelijk los op de dwarsfluit – „als jazzinstrument lang uit den boze. Maar ik viel er al voor op mijn zeventiende: Eric Dolphy’s Jitterbug Waltz.”

Buijsman is uit op een gevoel van mededogen bij zijn publiek. Op de Parade speelde hij deze zomer in Het Uur van het Konijn een bijzonder tragisch figuur in een ‘eenmansopera’ die maar kracht bleef vinden ondanks alle pech. Een monoloog die het menselijk onvermogen liet zien in een contrasterend zonnige Italiaanse sfeer. „Ik speel nooit perfecte mensen. Ik houd van types waarbij je denkt: ‘ach, die man, tjonge.’”

Ook nu is zijn solo recht op de zaal. Confronterend – al speelt hij blind. Bijna de hele voorstelling houdt hij zijn ogen gesloten. „Ik moet soms echt even gluren waar ik nou sta, en waar de musici gebleven zijn. Zeker na een wilde solo.”

Een van de magische scènes die Buijsman kent van Roland Kirk was dat de musicus fluitjes en toeters uitdeelde in de zaal. „‘We are gonna play a blues in the key of W’, zei hij. Een fantastische kakofonie aan geluid. Een collectieve improvisatie die ik niet kon laten liggen.” Dus deelt Buijsman ook toetertjes uit. En wordt er en masse geblazen. „De meeste mensen nemen ze mee naar huis, als collector’s item.”

‘Het Alziend Oor’, 23 oktober première in de Rotterdamse Schouwburg. Inl.: www.productiehuisrotterdam.nl